Goede voornemens….

Het begin van het nieuwe jaar ligt alweer een tijdje achter ons. Voor veel mensen is dat nieuwe begin gepaard gegaan met enkele goede voornemens, en al bijna evenveel mensen hebben volgens verschillende onderzoeken op dit moment diezelfde goede voornemens alweer ergens diep onder het stof opgeborgen. Om binnen iets minder dan een jaar weer boven te halen, uiteraard 🙂

Zelf ben ik nooit zo een voorstander geweest van het maken van goede voornemens. Niet dat ik tegen het principe op zich iets heb, maar ik heb nooit goed begrepen waarom men dat enkel bij het begin van het nieuwe jaar zou doen. Ik was altijd van het principe dat je, als je iets wil veranderen, daar best gewoon werk van maakt en niet wacht tot het eind van het jaar. Maar ik begrijp de symboliek wel; je kan een oud hoofdstuk afsluiten en een nieuw beginnen. Als dat door de tijd van het jaar waarin je aan je nieuwe gewoonte wil beginnen wordt ondersteund, is dat natuurlijk mooi meegenomen en kan dat psychologisch wat extra steun geven.

Dus: dit jaar zijn ook mijn vriend en ik bezweken en hebben we 1 groot goed voornemen gemaakt: gezonder leven. Klinkt nogal vaag, daar ben ik mij volledig van bewust. Maar voor ons is dat vrij concreet: minder snoepen (we hebben allebei nogal een zwak voor suikerrijke snacks, en die chips ’s avonds verdwenen de laatste tijd wel heel snel…) en wat gezondere maaltijden op tafel toveren. Toegegeven, we hadden ons er al eens eerder aan gewaagd om een maand “zonder suiker” te leven. Dat is toen ook gelukt, maar na die maand was het kalf al snel weer verdronken. Teveel verleiding en vooral te weinig nagedacht over mogelijke alternatieven. En dus namen we weer maar standaard een serie donuts mee naar huis van de supermarkt. Omdat we daar dus eigenlijk gewoon niet meer echt bij nadachten. Maar eigenlijk was zowel onze geest, ons lichaam als de weegschaal daar niet tevreden mee.
Nu beslisten we om het anders aan te pakken, en tot hiertoe met veel succes. Ok, we zijn nog maar een drietal weken ver, maar toch. Ik heb sindsdien eigenlijk nog niet serieus overwogen om terug naar af te gaan. Hoe we dat tot hiertoe hebben klaargespeeld?

  1. Verleiding vermijden. Klinkt logisch, maar je moet het gewoon doen. Concreet? Wij hebben sinds enkele weken gewoon geen snoep meer in huis (op enkele koeken voor ons dochtertje na, en een paar karamelletjes voor de momenten van ultieme zwakte :-)). Ik heb alle snoep verzameld en de collega’s van mijn vriend waren daar zeer blij mee. Maar onze fruitschaal is overvol, we hebben een grote voorraad verschillende noten in huis gehaald, en de koelkast steekt vol met verse groenten. En dat maakt het nu eenmaal veel gemakkelijker om op het moment dat je “een hongertje” hebt, naar iets gezond te grijpen. Er is nu eenmaal niets anders te vinden. En begrijp me niet verkeerd: een handvol amandelen en wat gedroogde mangorepen zijn heerlijk zoet, geven een goed gevuld gevoel, en zijn dus zeker een volwaardig alternatief voor die zak chips ’s avonds in de zetel.
  2. Zorg voor alternatieven: iedereen kan ervoor zorgen dat je enkele weken tegen alle ‘verboden’ voedingsmiddelen nee kan zeggen, als je over genoeg wilskracht beschikt. Maar als je geen alternatieven ziet, is de kans dat je vroeg of laat opnieuw bezwijkt zeer groot. Dus heb ik mij in de weken die aan het buitengooien van onze snoepvoorraad verdiept in wat er dan wel lekkere tussendoortjes kunnen zijn. En als je dan wat lekkers hebt gevonden (in mijn geval bijvoorbeeld amandelen) dat als tussendoortje kan dienen, is de neiging om terug naar de echte snoep te grijpen gewoon veel kleiner. Dus probeer uit, experimenteer, en laat je verrassen. En zorg dat je altijd iets gezonds in je handtas hebt dat je ook nog eens lekker vindt: dat maakt het gemakkelijker om onderweg aan de vele “snelle snacks” te weerstaan die men overal aanbiedt 🙂

En de laatste grote vaststelling: vergeet niet af en toe eens te zondigen.. Ik kan heus nog wel genieten van een koekje of een dessertje als we ergens op verplaatsing zijn. Je daar schuldig over voelen heeft denk ik geen zin. Experts zeggen dat je, als je 80% van de tijd gezond leeft, je die overige 20% gerust eens wat gek kan doen. Een extreme visie waarin niks van “ongezonde” voeding binnenkomt, is volgens mij (en vele anderen) niet houdbaar op lange termijn. Ik heb ook niet het gevoel van mezelf dat ik op dieet ben, en mijn doel is niet per se om te vermageren. Ik wil gewoon wat meer energie hebben om tegen dat eeuwigdurende slaaptekort op te boksen, daar komt het simpelweg op neer. En voeding is nu eenmaal een brandstof voor je lichaam, dus geloof ik dat je door die manier veel kan bereiken. Maar niet door je alles te ontzeggen wat enigszins als minder gezond beschouwd kan worden.
Wel is het belangrijk om je levensstijl gewoon onder de loep te nemen en hier en daar wat kleine aanpassingen te doen die gezond leven gemakkelijker maken. Ik heb een stoommandje gekocht waarin ik mijn groenten en aardappelen klaarmaak in plaats van ze te koken: veel meer smaak, veel meer vitamines, en veel minder zwaar om te verteren. Zelfs de dochter (20 maanden) smult ervan. En het is ook nog eens veel sneller klaar dan wanneer je alles kookt, en dat is alleen maar een gigantisch pluspunt. Ik probeer mezelf ook uit te dagen door regelmatig eens nieuwe groenten uit te proberen bij het avondeten. Ik probeer dagelijks fruit te eten, liefst meerdere stukken. Meestal lukt dat ook. En als ik dan ’s avonds echt eens zin heb om uit mijn dak te gaan, neem ik zonder schuldgevoel een karamelletje omhuld met een laagje heerlijke chocolade. Mmmmm….. Al die suiker is dan misschien niet gezond, maar het is wel verdomd lekker 🙂

Mijn verlanglijstje voor 2019

Het is zover: de feestdagen zitten er officieel op, en het is tijd voor een nieuw jaar, dat ongetwijfeld weer voorbij zal zijn voor we het goed en wel beseffen.
Er is gegeten, gedronken, gezellig getafeld met de familie, en er zijn veel cadeautjes uitgedeeld. Maar een paar dingen staan nog op mijn verlanglijstje. Niet dat iemand deze dingen echt cadeau kan geven (je hebt ze niet allemaal in de hand), maar dat neemt niet weg dat ik hoop om op het eind van 2019 de meerderheid van deze dingen te kunnen afvinken.

  1. Slaap. Het is een cliché, ik weet het. Elke ouder zou dit waarschijnlijk bovenaan het verlanglijstje plaatsen. Maar hé, het is een cliché voor een reden. Persoonlijk hoop ik dat onze dochter, nu 19 maanden oud, in 2019 eindelijk de gewoonte zal aankweken om consequent door te slapen. Tot hier toe is dat wel al af en toe gelukt, maar de dagen dat ze mama en papa een volledige nacht rust gunt, zijn toch nog ruim in de minderheid. Ik heb niet de onrealistische verwachting dat ons meisje nooit nog ’s nachts wakker zal worden, maar het zou fijn zijn moesten die nachten iets minder (of veel minder 🙂 ) vaak voorkomen. Fingers crossed.
  2. Gezondheid. Nog zo een cliché. Ik ben duidelijk niet origineel vandaag. Maar ook hier is het een cliché voor een reden: als je zelf gezond bent, en je naaste familie is dat ook, dan is al de rest van ondergeschikt belang. Ik zeg niet dat ik hoop op een jaar zonder verkoudheden, griepjes, enzovoort. Dat zou natuurlijk fijn zijn maar lijkt mij niet realistisch. Maar ik hoop echt, uit de grond van mijn hart, dat mijn naaste familie (en als het even kan ikzelf ook) gespaard blijft van zware ziektes of ongevallen. Dat iedereen gezond blijft en dat we volgend jaar (en nog vele jaren daarna) gewoon opnieuw samen op het nieuwe jaar kunnen klinken. Gezondheid is rijkdom. Voilà, zo simpel is het.
  3. Fitheid. Een uitbreiding op het vorige punt, maar dan eentje dat ik misschien (eigenlijk zeker) wel minstens gedeeltelijk mee in de hand heb. Want 19 maanden na mijn bevalling kan ik eindelijk zeggen dat het belangrijkste deel van mijn revalidatie achter de rug is. Oké, mijn postnatale kinesitherapie is strikt genomen nog steeds bezig, maar die afspraken zijn minder frequent (1x per 3 weken) en minder noodzakelijk. Maar mijn doel is om dit jaar effectief vooruitgang te boeken tegenover waar ik stond voor mijn zwangerschap. Om, na al die tijd van weinig echte fysieke activiteit en oefening (wandelen niet meegerekend), terug wat actiever te worden en mijn conditie wat te verbeteren. Met hulp van de kinesist uiteraard, want tja, ik kom daar tot slot al 2 jaar op heel regelmatige basis, het zou bijna raar zijn om er plots weg te blijven 🙂
  4. Bijzaken. Al het andere dat ik wens, zou mooi meegenomen zijn maar mag van mijn part in de vuilbak gegooid worden als de eerste zaken (vooral de gezondheid) daarvoor opgeofferd zouden moeten worden. Ik hoop uiteraard dat ook op professioneel vlak alles goed zal blijven gaan (ik heb sinds enkele maanden een nieuwe functie die ik echt oprecht graag doe, en ik hoop dat verder te kunnen uitbouwen), ik hoop een paar zaken in ons huis te kunnen renoveren/aanpakken, ik hoop dat we met ons drietjes een leuke vakantie kunnen doen in de zomer, ik hoop dat mijn blog wat kan groeien, …. Maar als dat niet lukt, is dat oké. Als met mijn gezinnetje alles goed gaat, komt de rest vanzelf. Daar ben ik van overtuigd 🙂

Het effect van mama zijn op je zelfvertrouwen….

Mama zijn, het doet wat met een mens. Van zodra die kleine spruit wordt geboren, is niets nog hetzelfde. Je leven verandert compleet, maar als mama verander je (noodgedwongen) even hard mee. Ik kan moeilijk zeggen dat ik nu nog dezelfde persoon ben als pakweg 2 jaar geleden. Vooral qua (zelf)vertrouwen is er één en ander veranderd.

Meer angst
Nog nooit ben ik zo vaak bang en onzeker geweest als sinds Elise is geboren.
 Zeker de eerste maanden stelde ik mezelf constant in vraag, en bij elke beslissing was er twijfel of dat wel de juiste beslissing was. Nu ik al een beetje verder ben en ik erop terugkijk, lijkt het absurd om nog maar te denken dat Elise er blijvende schade van zou ondervinden als ze een beetje langer met een vuile pamper moest blijven liggen of haar flesje iets te warm of te koud was. Maar toen waren dat echt wel reële problemen. En nu nog merk ik dat mezelf constant in vraag stel: Ben ik wel streng genoeg? Ben ik niet te streng? Geef ik ons meisje genoeg eten? Of net teveel? Heeft ze er geen last van als ze weer eens bijna het laatste kindje is in de crèche? Moeten we die verkoudheid nu toch niet eens laten nakijken door de dokter? Is er niets meer aan de hand?
Afin, je snapt het wel. Ik ben altijd al een piekeraar geweest, en dat is er het laatste anderhalf jaar dus niet op verbeterd.

Maar er is ook een keerzijde:

Nog meer vertrouwen
Hoewel ik dus nog nooit zoveel twijfels en angsten heb gehad als het laatste anderhalf jaar, merk ik ook dat ik sterker in mijn schoenen sta dan ooit tevoren. Het lijkt alsof er een soort basis van vertrouwen is die zelfs door al dat gepieker niet stuk kan. Het besef dat onze dochter gelukkig is. Ik wéét gewoon dat dat zo is, als ik haar ’s morgens uit haar bedje ga halen en ze onmiddellijk een brede glimlach op haar gezicht tovert. Ik wéét dat ik goed bezig ben als mijn meisje er zichtbaar van geniet om ’s morgens voor we naar het werk en de crèche moeten vertrekken, nog even 10 minuutjes mama’s aandacht te stelen en samen in de zetel naar Maya De Bij te kijken (I know, tv ’s morgens vroeg is misschien niet het meest pedagogisch verantwoord, maar dat rustmomentje voor we aan de dagelijkse rush beginnen is zo zalig). En ik wéét dat ik mijn dochter ken en dat ik op mijn moederinstinct kan vertrouwen. Al vaak genoeg is intussen gebleken dat dat immers volledig terecht was. Hoe vaak ik ook aan mezelf twijfel en hoe vaak ik mij ook afvraag of ik goed bezig ben, toch is er ergens diep vanbinnen het besef dat ik er op mag vertrouwen. En waar ik vroeger bijna nooit eens voor mezelf durfde op te komen, durf ik dat nu wel. Zeker als het over Elise gaat. Het cliché van de mamabeer blijkt dus toch wat te kloppen. Al zie ik het meer een beetje als een ijsberg: het zichtbare topje wankelt misschien soms, maar de enorme berg eronder is stabiel. Geen Titanic die daar verandering in kan brengen 🙂

Toeters en snottebellen

Het is zover: de zoveelste (en ongetwijfeld niet de laatste dit seizoen, of zelfs dit jaar) verkoudheid is weer gearriveerd. Als we beginnen rekenen vanaf het begin van de herfst, is het nog maar de derde verkoudheid (inclusief een oorontsteking weliswaar), dus op zich is dat niet zo uitzonderlijk. Maar toch, we staan er niet voor te springen.

Elise klonk het afgelopen weekend vooral ’s morgens een beetje als een bejaarde zeehond die net 2 pakjes sigaretten had gerookt. Ze kon ook nog maar amper slapen, van zodra ze ging liggen begon ze alles bij elkaar te hoesten. Verder wel vrolijk, dat was niet zo een probleem. Maar na 2 dagen dus gigantisch oververmoeid. En een oververmoeide peuter, dat is gewoon nog extra vermoeiend: Elise was volledig hyperactief en wist met zichzelf geen blijf (maar bleef wel lachen, gelukkig). En mama en papa stonden erbij en keken ernaar. En wreven intussen eens goed in de ogen om de vermoeidheid weg te krijgen (want bij oververmoeidheid is er bij ons, in tegenstelling tot bij onze dochter, geen sprake van hyperactiviteit). Integendeel.

Gelukkig kregen we zondag een gouden tip die ik bij deze aan iedereen wil aanraden: mijn schoonzus zei dat ze al goede resultaten had geboekt door gewoon een ajuin op de slaapkamer te zetten. Een middeltje uit grootmoeders tijd, maar het zou de luchtwegen openzetten. Ik was niet meteen overtuigd, maar goed, een mens is bereid om veel te proberen voor een beetje nachtrust. En buiten de te voorziene stank, hadden we er niets bij te verliezen. Dus, zogezegd zogedaan. Tijdens het middagdutje stond er een grof gesneden ajuin onder Elise haar bed. De geur was na haar middagdut al niet meer te harden, maar er was wel al minder sprake van haar zeehondhoest. En in de nacht erna is dat alleen maar verbeterd. Dus hebben we die ajuin nog maar even laten staan, kwestie van zeker te zijn. Resultaat: een peuter die gigantisch stinkt naar ajuin (nogmaals mijn excuses voor de mensen in de crèche, we hebben haar echt niet in de ajuinsoep gesopt ofzo….) maar die wel terug vrij kan ademen. Halleluja.

Vanavond is het tijd voor de laatste inentingen bij Kind en Gezin. Hopelijk geeft dat niet te veel problemen in combinatie met de verkoudheid. Ik heb de kamer intussen ajuinvrij gemaakt en laten verluchten, maar vanavond zullen we voor de zekerheid toch maar terug een bordje onder haar bedje zetten 🙂

Mama, ik ben bang…

Oké, het komt nog niet echt in die vorm uit de mond van Elise. Haar uiting van angst is veeleer een schreeuw en uitgestoken armpjes die erom smeken om opgepakt en geknuffeld te worden. Maar hoe het eruit komt, dat is een detail. Feit is dat ons meisje steeds meer het fenomeen “angst” begint te kennen.

Niet dat ze constant bang rondloopt, zeker niet. Integendeel, de laatste weken loopt ze eigenlijk vrij vrolijk rond en amuseert ze zich probleemloos met de kleinste dingen. Maar af en toe steekt dus ineens de angst de kop op, waar ze vroeger daar totaal nog geen last van had. Enkele voorbeelden:
de kruimeldief: pure horror. Vroeger, toen ze nog baby was, was dat nochtans de uitgelezen manier om haar in slaap te krijgen. Maar nu dus niet. Ze wijst dan heel vrolijk mama op het feit dat er kruimels op de grond liggen (leuk, zo een neurotisch peutertje in huis dat geen vuiltjes kan verdragen, ahum), maar als mama die dan efficiënt met de kruimeldief wil laten verdwijnen is het drama. Dan maar het handvegertje zeker?
de stofzuiger: min of meer hetzelfde verhaal. Van ver en zolang er geen lawaai uitkomt vindt ze dat een zeer fascinerend toestel. Maar als het wordt aangezet, is het gedaan. Nochtans kon ze er vroeger geen genoeg van krijgen, maar goed, tijden veranderen zeker?
– de kikker uit die ene aflevering van Maya De Bij: Maya is hier zowat het favoriete tv-programma, naast Bumba en Uki. Maar er is één aflevering waarin een kikker een stuifmeelbal probeert op te eten voor de neus van Maya en haar vriendje Willy. Ik vind die kikker er persoonlijk grappig uitzien, maar Elise ziet er de humor niet van in. Vanaf het moment dat de kikker in beeld komt, is het gedaan. Maar zodra de kikker uit beeld is, is Maya weer fantastisch 🙂 En trouwens: de kikker uit Bumba vormt geen enkel probleem…. Ik zoek de logica nog 🙂
mannen met een pet op: de grootvader van Elise kwam vorige week nogal dichtbij met een pet op, en dat is ze niet gewoon. Ook daar pure paniek, alsof ze benaderd werd door een enge vreemdeling die kwade bedoelingen had. Maar het was dus gewoon de grootvader. Toen ze dat doorhad, kalmeerde ze wel (oef!).

Ik kan alleen maar proberen mij in haar wereld te verplaatsen. Moet ook eng zijn: je ziet een machine ineens gigantisch veel lawaai maken, en er verdwijnen dan nog dingen in ook. Wie zegt dat zij niet mee gaat verdwijnen (ik vermoed toch dat ze daar wat schrik voor heeft)? Toch een enge grote wereld om te ontdekken voor zo een klein mensje. En dus proberen we haar duidelijk te maken dat het allemaal niet erg is, maar tegelijk ook haar angst wat te begrijpen. En dan zal ze ooit de kruimeldief en de stofzuiger wel gaan appreciëren. Want ja, er mag geen kruimeltje op de grond liggen, maar die machines mogen er ook niet bij. Ik wacht geduldig op het moment dat ze begrijpt dat dat niet zo eenvoudig is. En dan zal de rest wel volgen 😉

Project school en project rijbewijs

Project school?

Vanmorgen, toen ik op de terugweg was van de crèche, kwam ik voorbij de kleuterschool, waar het een komen en gaan was van ouders en kindjes. Het was 8u10, dus de schoolspits was in volle gang. En ineens besefte ik: binnen iets meer dan een jaar loopt ons meisje daar ook rond. Dan staan de papa en ik ook ’s morgens aan de schoolpoort. Oké, dat is natuurlijk nog een jaar. Dat is gigantisch lang. Maar langs de andere kant: als ik bedenk dat Elise ondertussen al anderhalf jaar bij ons is (op een paar dagen na) en hoe snel die tijd voorbij is gevlogen, kan ik niet anders dan even slikken: het gaat er sneller zijn dan we denken!

De laatste weken is het ook ongelooflijk om te zien wat Elise weer allemaal heeft bijgeleerd. Ze leert bijna elke dag wel een nieuw woordje, en lijkt zowat alles te begrijpen wat we haar proberen uitleggen. Ze begint flink haar speelgoed op te ruimen als we erachter vragen (en een beetje meehelpen), eet bijna zonder hulp haar yoghurtje op (weliswaar met een beetje gesmos), en lacht uitbundig als er in de Bumba-aflevering van die dag iets grappigs gebeurt. Ze komt spontaan (en heel enthousiast) knuffels geven op de meest onverwachte momenten, maar laat even goed merken wanneer ze daar geen zin in heeft. Kortom: we kunnen hoe langer hoe meer communiceren met onze kleine meid. En dat is zalig. Maar ook een beetje beangstigend, want ik heb soms toch echt het gevoel dat ik het allemaal niet kan bijhouden. *snif*

Project rijbewijs

En in al die drukke tijden is de mama intussen aan een nieuw project begonnen. Het is te zeggen: eerder de reprise van een oud project dat al enkele keren in de vuilbak is beland. Ik ga opnieuw proberen mijn rijbewijs te halen. Vrijdag 14 december ga ik mijn theoretisch examen afleggen, zodat 2019 in het teken kan staan van het behalen van mijn definitief rijbewijs. Niet zo moeilijk zou je denken, en waarschijnlijk vind je het zelfs vreemd dat iemand van 31 jaar nog zonder rijbewijs rondloopt. Maar het is niet dat ik niet heb geprobeerd. Integendeel, dit wordt de derde keer (en dus hopelijk de goede). Die theorie, dat is allemaal niks. Ik heb daar al 2 keer de maximumscore gehaald, dus falen is op dat vlak geen optie. En ik ben objectief ook volledig er van overtuigd dat ik mijn rijbewijs moet halen. Al is het maar om te zorgen dat ik kan ingrijpen als er iets is met Elise of met de papa. En om af en toe ook eens zelf naar de winkel te kunnen rijden, of te kunnen gaan shoppen. Rationeel gezien ben ik helemaal mee. Maar ik heb rijangst. En geen klein beetje. Elke vezel in mijn lijf schreeuwt eigenlijk uit dat ik niet gemaakt ben om achter het stuur te zitten. Meerdere (spreekwoordelijke) stemmetjes in mijn hoofd fluisteren constant dat ik niet in staat zal zijn om controle te hebben over die auto, om nog maar te zwijgen van andere chauffeurs die onverwachte manoeuvres kunnen doen. Je snapt het, diegene die mijn rijlessen gaat begeleiden (niet mijn partner deze keer, ik wil onze relatie niet op het spel zetten), die zal weten wat te doen. Maar goed, er zullen nog wel zo een mensen geweest zijn in de geschiedenis zeker? Ik ben in elk geval optimistisch (voorzichtig). Dus bij deze zal ik mijn theorieboek nog eens bij de hand nemen 😉

Wordt vervolgd!

En, wanneer komt de volgende?

Bovenstaande vraag is, in verschillende varianten uiteraard, de vraag die mij de afgelopen weken en maanden zowat het meest gesteld moet zijn. Uiteraard wordt er eerst beleefd gepolst naar hoe het met de dochter gaat. Als je dan gewoon “goed” antwoord of iets wat erop lijkt (met andere woorden, als er uit je antwoord op geen enkele manier blijkt dat de vraagsteller een groot risico neemt om een gevoelige snaar te raken met de vervolgvraag), volgt bijna onmiddellijk de vraag “En, wanneer komt de volgende?”. Wordt soms ook verpakt als “En wanneer is het tijd voor nummer 2?”, of “Is het nog geen tijd voor broertje of zusje?”, of op nog een duizendtal andere manieren. Allemaal bedoelen ze echter hetzelfde: ze vragen of je nog niet dringend werk moet maken van gezinsuitbreiding, want “eentje is geentje”, dat lijkt de filosofie die er achter steekt wel te zijn.

Wel, ik kan u het volgende zeggen: eentje is allesbehalve geentje. Onze dochter heeft ons gezinnetje compleet gemaakt. Op dit moment is er geen enkele reden om overhaast over te gaan tot een uitbreiding van onze familie. Begrijp mij niet verkeerd, ik zeg niet dat dat nooit het geval zal zijn. Ik kan onmogelijk nu uitsluiten dat ik volgend jaar, of voor mijn part binnen vijf jaar, er anders over denk en er effectief nog een broertje of zusje bijkomt voor Elise. Dat kan. Maar het kan ook zijn dat dat niet het geval is. Dat mijn vriend en ik beslissen dat ons gezin gewoon goed is zoals het is. En dat onze dochter als “enig kind” zal opgroeien.

Maar blijkbaar zien de mensen daar vooral de nadelen van in: kinderen die opgroeien zonder broertje of zusje zouden zich continu vervelen thuis, minder goed rekening houden met anderen en bijna per definitie opgroeien tot egocentrische volwassenen waar je niets mee kan aanvangen. En misschien zit daar ergens een grond van waarheid in: het is logisch dat een kind dat thuis niet altijd alles (of veel) moet delen, dat iets minder gewend is dat een kind uit een groot gezin. Ik kan die redenering ergens wel volgen. Maar zeg nu eerlijk: zijn er bij de mensen die wel met broer(s) of zus(sen) zijn opgegroeid, ook geen egocentrische mensen bij die schijnbaar nooit rekening hebben moeten houden met een ander? Zijn er bij de kinderen die als enig kind opgroeien dan echt alleen maar zielige kindjes die nooit thuis een speelkameraadje hebben? Of is het misschien mogelijk dat dat wordt gecompenseerd door een goede kinderopvang waar ze leren samen spelen, en door neefjes en nichtjes die samen met de kindjes kunnen dollen?

Is een gezin dan echt alleen compleet als er meer dan 1 kindje is? Ik geloof van niet. Er zijn zoveel factoren die erbij komen kijken. De belangrijkste, waar in mijn ogen alles mee begint? De ouders. Als zij zich er niet aan toe voelen om een tweede kind (of een derde, of een vierde, whatever) op de wereld te zetten, moeten ze daar toch beter niet aan beginnen? In mijn geval weet ik bijvoorbeeld wat een tweede zwangerschap lastig zal verlopen, gezien mijn verleden met bekkeninstabiliteit. De kans is groot dat ik dan enkele maanden thuis moet zitten. En mijn vriend en ik zijn mensen die nu eenmaal veel slaap nodig hebben, en dat lijkt mij niet echt iets wat je er bij krijgt als er een extra baby in huis komt. Dus lijkt het ons voorlopig beter om al onze energie te focussen op ons dochtertje en te zorgen dat zij opgroeit tot een meelevende, gezonde, aangename en vrolijke meid. Dat het haar aan niets ontbreekt. Nogmaals, misschien denk ik daar binnenkort anders over. Ik sluit niets uit. Maar aan alle mensen die mij de vraag nog hadden willen stellen in de nabije toekomst: voorlopig komt er geen nummer 2. We zijn gelukkig zo. We zijn compleet. Toch bedankt voor de interesse 😉

Mild voor anderen, streng voor jezelf?

Ik heb een tijdje met een soort van “writers block” gezeten, zoals jullie wellicht hebben gemerkt. Dat wil absoluut niet zeggen dat ik ook effectief heb stilgezeten, maar om één of andere reden lukte het mij even niet om alles te verwoorden. Meerdere keren de afgelopen weken heb ik achter mijn laptop gezeten en ben ik begonnen aan een stuk, dat ik dan om telkens weer een andere reden niet kon afwerken. Geen inspiratie, de goede woorden niet vinden, … En vaak ook de overtuiging dat wat ik schrijf, misschien allemaal toch niet zo interessant is. Maar nu besef ik dat dat niet de bestaansreden van mijn blog is: ik schrijf niet enkel om anderen te plezieren of te entertainen (als dat lukt is dat natuurlijk mooi meegenomen), maar ik schrijf om mijn eigen ervaringen te delen en hopelijk gelijkgestemde zielen te bereiken. En dat kan alleen maar door gewoon te schrijven hoe het zit, anders schiet niemand er iets mee op natuurlijk. Dus hop, ik geef mezelf een spreekwoordelijke schop onder kont, en vlieg er terug in!

Behandel je naasten zoals je zelf behandeld wil worden. En omgekeerd.

Bovenstaande zin (deel 1) is een leefregel waar ik volledig achtersta. De filosofie spreekt in mijn ogen voor zich: als je zelf iets niet wil meemaken, ga je er ook niet voor zorgen dat anderen dat wel meemaken. Punt. Iets wat niet veel verdere uitleg behoeft en iets wat ook voor de meesten onder ons vanzelfsprekend is.
Het tweede deel (en omgekeerd) is in mijn ogen een heel ander verhaal. Want je moet jezelf ook niet aandoen wat je een ander ook niet toewenst. Lijkt heel vanzelfsprekend, maar ik heb gemerkt dat dat toch een pak moeilijker ligt dan de meer gekende versie van de spreuk.

Ik zal er meteen ook bij vertellen welk gegeven dit voor mij heel duidelijk heeft gemaakt: ik merk dat ik totaal niet veroordelend ben tegenover andere mama’s, maar dat ik mezelf geen enkele “fout” of tekortkoming gun. En dat is verdomme vermoeiend.

Een voorbeeld:
Als ik in de winkel een peuter zie die een driftbui doormaakt, en ik zie de (vaak wanhopige) mama er naast staan, heb ik in de eerste plaats medelijden. Toegegeven, vroeger vond ik dat vooral irritant. En ik ga nu niet beweren dat een krijsende peuter tot mijn favoriete omgevingsgeluid behoort als ik in de supermarkt sta. Maar sinds ik zelf mama ben (en zeker nu ons dochtertje ook haar eerste driftbuien doormaakt), ligt dat toch anders. Omdat ik weet dat je die dingen als mama (of papa) niet altijd in de hand hebt. Omdat ik weet hoe wanhopig je je kan voelen als zoiets gebeurt, en zeker als je dan nog eens de boze blikken uit de omgeving door je heen voelt snijden. Als ik dat zie, leef ik dus in eerste plaats mee met de mama (of papa) in kwestie. Maar als Elise zelf een driftbui krijgt buitenshuis, heb ik absoluut geen medelijden met mezelf en voel ik gewoon in de eerste plaats diezelfde blikken uit de omgeving door mij snijden. Terwijl ik achteraf wel besef dat ik er niets aan kon doen. Je kan nu eenmaal niet veel veranderen aan het feit dat je dochter plots alles wat ze ziet in het karretje wil laden, en dat niet mag. De ene dag aanvaardt ze dat zonder morren, de andere dag (een beetje meer vermoeid, een beetje hongerig,…) is dat de aanleiding voor een driftbui. Dat is een gegeven waar ik niet buiten kan. En dat moet ik dus leren loslaten.

Bovenstaand voorbeeld geldt eigenlijk voor zowat alles wat met opvoeding te maken heeft: ik heb alle (maar dan ook echt alle) begrip voor mensen die hun kind(eren) pas gaan halen in de crèche tegen sluitingstijd om wat extra me-time te hebben. En ik heb ik ook oneindig veel respect voor mama’s die net zoveel mogelijk tijd met hun kinderen willen doorbrengen en hun carrière er zelfs voor opgeven of ervoor op de rem gaan staan. Maar als ik zelf beslis om Elise een uurtje later te gaan halen in de crèche om eerst nog even rustig eten te kunnen maken, wat te poetsen, of gewoon even rustig in de zetel te ploffen, bekruipt mij toch vaak het gevoel dat ik een slechte mama ben. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om een oordeel te vellen over de mama die regelmatig een afhaalmaaltijd op het menu zet of die frietjesdag als een geschenk uit de hemel beschouwt. Maar als ik er zelf niet in slaag om elke dag min of meer gezond eten op tafel te zetten, voelt dat aan als een falen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ik die dingen niet gewoon doe: ik geniet ook ten volle van een frietjesmaaltijd, en vind het een verademing als ik eens niet moet koken. Maar dat oordelen over mezelf, daar is nog wat werk aan.

Vandaar mijn pleidooi voor meer mildheid tegenover mezelf. Behandel jezelf zoals je anderen wil behandelen, dat is toch een mooi levensmotto, nietwaar? We blijven eraan werken 🙂


Afscheid van het babytijdperk *snif*

Bijna een maand sinds mijn laatste post. Veel te lang. Maar in my defense: het is dan ook een bijzonder hectische en drukke maand geweest.
De belangrijkste verandering: onze kleine meid (16 maanden intussen) is nu echt een peuter geworden. Natuurlijk is dat niet van de ene dag op de andere gebeurd, maar de laatste weken is het wel heel snel duidelijk geworden. Op 3 september, toen andere kindjes voor het eerst naar school gingen, maakte ons meisje de overstap naar de peutergroep in de crèche (ook een beetje een eerste schooldag dus). En dat betekende dus definitief het afscheid van het babytijdperk. En afscheid van het babytijdperk, dat blijkt nogal veel gevolgen te hebben:

  1. Afscheid van het ochtenddutje: de meeste dagen doet Elise nu alleen nog een middagdut(je). Het lukt haar niet altijd (zeker als ze 3 dagen op rij naar de crèche is geweest, dan weegt de vermoeidheid te hard door), maar het merendeel van de dagen is er dus geen sprake meer van een ochtenddutje. Super, want dan is het plots gemakkelijker om in de voormiddag een activiteit te plannen. Maar langs de andere kant blijkt dat dat uurtje rust in de voormiddag niet alleen voor de baby, maar zeker ook voor mama en papa zeer welkom was. Waar ons meisje meestal vrolijk door de voormiddag flaneert, lopen mama en papa er soms een beetje verdwaasd bij, en steekt heimwee naar die ochtenddut de kop op. 😉
  2. Afscheid van de fruitpap: in de crèche is de regel duidelijk: grote kindjes eten fruit in stukjes, geen fruitpap. Een regel waar ons meisje het niet mee eens is. Van fruit was ze sowieso nooit een grote fan (net als de mama, ook al probeer ik het goede voorbeeld te geven), maar als dat geplet werd met een beetje koek eronder vond ze dat nog wel oké. Maar fruit in stukjes, dat is een andere zaak. Banaan gaat er vlot in (het is een zoetekauw, ons kleintje, ook net als de mama), maar al de rest wordt meestal gewoon grondig onderzocht, en daar stopt het bij. Met grondig onderzoeken bedoel ik trouwens echt wel grondig: ze neemt de stukjes vast, draait ze naar alle kanten, likt eraan, ruikt eraan, … Ze is dus echt wel gefascineerd. Maar als je dan suggereert dat ze ook een stukje zou opeten, bekijkt ze je alsof je net een zeer ongepast voorstel heeft gedaan. En zo is de inname van fruit de laatste weken dus drastisch gedaald. Maar goed, ooit zal ze het wel leren zeker?
  3. Afscheid van een hulpeloos wezentje: oké, echt hulpeloos was ons meisje al lang niet meer, maar toch. De laatste weken heeft ze nog veel meer bijgeleerd, en het is steeds meer zij die bepaalt waar er mee gespeeld wordt, wat ze wel of niet wil doen, … En als ze haar zin niet krijgt, hebben we dat ook geweten. Voorlopig nog geen driftbuien in het openbaar, maar thuis hebben we toch al verschillende keren meegemaakt dat Elise zich uit pure boosheid gewoon op de grond legt en begint te brullen. Gelukkig zijn we enkele minuten later altijd weer goede vrienden. Hopelijk blijft het daarbij 🙂

Maar goed, ik wil niet te nostalgisch zijn. Want afscheid van het babytijdperk, betekent het verwelkomen van het peuter – zijn. En dus komen er weer nieuwe dingen bij die ons leven met ons meisje een extra dimensie geven:

  1. Conversaties! Steeds vaker beginnen er bewust woordjes uit ons meisje haar mond te ontsnappen. “Papa” komt er vlot uit (en wordt overigens gebruikt voor zowel papa als mama, daar werken we nog aan), en als ze een (speelgoed)telefoon ziet neemt ze die vast, houdt ze die naast haar oor en zegt ze “hallo” (of toch iets wat er hard op lijkt, babytaal schrijven is niet eenvoudig :-)). Naar de nijntjes die op haar muur hangen wijst ze en zegt ze “tijn”. En zo merken we meer en meer dat ze dingen op haar eigen manier benoemt. Op die manier komt er veel meer directe interactie. Zalig om van die gesprekjes te voeren waarbij we eigenlijk geen idee hebben wat er juist gezegd wordt, maar waar ons meisje duidelijk van geniet. Meer van dat! 🙂
  2. Nieuwe culinaire ontdekkingen: patatjes en fruit worden niet meer gemixt nu. Over dat fruit hebben we het al gehad, dat is geen succes. Maar de patatjes, dat gaat een pak vlotter. Van kieskeurigheid is voorlopig nog niet te veel sprake. Kipfilet, groentenburger, vis, het wordt allemaal met veel smaak verorberd. Ze kan nu ook zonder problemen mee eten met mama en papa, wat voor de nodige gezellige familiemomenten zorgt. Genieten!
  3. Zelfstandigheid: Elise stapt graag. En veel: ze kan bijna 1km stappen op eigen kracht. Aangezien het park hier vlakbij is, kunnen we dus gezellig naar het park gaan wandelen, iets waar ons meisje met volle teugen van geniet. Ze werkt steeds beter mee met het aan – en uitkleden, probeert zelf haar schoenen en sokken aan te doen (niet dat dat lukt, maar het is een moedige poging elke keer), … Ze wordt echt een zelfstandig wezentje. Ze danst er op los als mama en papa voor haar de bumbadans zingen, en draait dan zo hard rond dat ze daarna op haar poep valt omdat ze haar evenwicht even kwijt is. Als ze een liedje hoort, begint ze spontaan in haar handen te klappen. Op die momenten, als ik ons meisje zo zie genieten, kan ik niet anders dan zelf ook een kleine (of minder kleine) uitbarsting van geluk voelen.
  4. Leren loslaten: we kunnen ze niet eeuwig bij het handje houden, die kleine mensjes. Dat wordt hoe langer hoe duidelijker. Letterlijk zelfs: als Elise het gevoel heeft dat ze het allemaal alleen kan, slaat ze mijn hand vol overtuiging weg. En dus moet mama wel loslaten. Al heb ik op dat vlak nog wat te leren 🙂

Back in business

Het is een hele tijd geleden dat ik hier nog eens een kleine update heb geplaatst. Dat heeft zo zijn redenen: ziek geweest, te druk, te moe… Maar kijk, ik ben er weer! 🙂

Het ziek zijn is nog niet helemaal uit mijn lijf, en minder druk is het hier ook niet bepaald geworden. Maar toch, er is een beetje beterschap. Ons meisje heeft ons de laatste 2 nachten ’s nachts eens niet wakker gemaakt. En ik kan je zeggen: dat is zowat een half mirakel. Ik kan zelfs niet bedenken wanneer dat de laatste keer is voorgevallen. Sterker nog: ik denk dat we hier van een primeur kunnen spreken. Tot hier toe was het, op een enkele uitzondering na, elke nacht wel iets. Variërend van enkele uren wenen tot gewoon even uit bed om het tutje terug te geven. Je wist nooit goed wat te verwachten. Alleen dat je iets kon verwachten. Maar de laatste 2 nachten was er alleen stilte. Ik durf nog niet van een trend te spreken, en hou er rekening mee dat het vannacht misschien weer niet zo vlot gaat. Maar er is wel een stille hoop. Dat is al iets 🙂

Volgende week mag ons meisje naar de grote groep in de crèche. Bij de “grote” kindjes dus, niet meer bij de baby’s. Ons meisje is dus echt al een peuter geworden. En deze mama wordt daar toch een beetje nostalgisch van. Ze wordt groot. Ze krijgt een eigen karaktertje, laat haar voorkeuren (en dingen die ze minder leuk vindt) duidelijk merken. Ze kan gigantisch schaterlachen, op een manier waar je niet anders kan dan er zelf gelukkig van worden. En ze kan om kleine dingen intens verdrietig zijn (mama die haar haartjes wil kammen bijvoorbeeld, een drama!). Ze begint meer en meer te begrijpen wat je haar uitlegt, en doet moedige pogingen om alles te benoemen wat ze ziet. Fantastisch om te zien. En ik krijg er soms een krop van in de keel, als ik bedenk hoeveel ze de afgelopen 15 maanden heeft geleerd. Als ik mijn dochter bezig zie, ben ik er van overtuigd dat ik toch zeker iets goeds heb gedaan.

Op hoop van zegen dus! We hopen op een rustige nacht, en nog vele rustige nachten daarna. En ik kijk er al naar uit om ons meisje verder te zien groeien en openbloeien. Ons klein bundeltje liefde. 😉