Het effect van mama zijn op je zelfvertrouwen….

Mama zijn, het doet wat met een mens. Van zodra die kleine spruit wordt geboren, is niets nog hetzelfde. Je leven verandert compleet, maar als mama verander je (noodgedwongen) even hard mee. Ik kan moeilijk zeggen dat ik nu nog dezelfde persoon ben als pakweg 2 jaar geleden. Vooral qua (zelf)vertrouwen is er één en ander veranderd.

Meer angst
Nog nooit ben ik zo vaak bang en onzeker geweest als sinds Elise is geboren.
 Zeker de eerste maanden stelde ik mezelf constant in vraag, en bij elke beslissing was er twijfel of dat wel de juiste beslissing was. Nu ik al een beetje verder ben en ik erop terugkijk, lijkt het absurd om nog maar te denken dat Elise er blijvende schade van zou ondervinden als ze een beetje langer met een vuile pamper moest blijven liggen of haar flesje iets te warm of te koud was. Maar toen waren dat echt wel reële problemen. En nu nog merk ik dat mezelf constant in vraag stel: Ben ik wel streng genoeg? Ben ik niet te streng? Geef ik ons meisje genoeg eten? Of net teveel? Heeft ze er geen last van als ze weer eens bijna het laatste kindje is in de crèche? Moeten we die verkoudheid nu toch niet eens laten nakijken door de dokter? Is er niets meer aan de hand?
Afin, je snapt het wel. Ik ben altijd al een piekeraar geweest, en dat is er het laatste anderhalf jaar dus niet op verbeterd.

Maar er is ook een keerzijde:

Nog meer vertrouwen
Hoewel ik dus nog nooit zoveel twijfels en angsten heb gehad als het laatste anderhalf jaar, merk ik ook dat ik sterker in mijn schoenen sta dan ooit tevoren. Het lijkt alsof er een soort basis van vertrouwen is die zelfs door al dat gepieker niet stuk kan. Het besef dat onze dochter gelukkig is. Ik wéét gewoon dat dat zo is, als ik haar ’s morgens uit haar bedje ga halen en ze onmiddellijk een brede glimlach op haar gezicht tovert. Ik wéét dat ik goed bezig ben als mijn meisje er zichtbaar van geniet om ’s morgens voor we naar het werk en de crèche moeten vertrekken, nog even 10 minuutjes mama’s aandacht te stelen en samen in de zetel naar Maya De Bij te kijken (I know, tv ’s morgens vroeg is misschien niet het meest pedagogisch verantwoord, maar dat rustmomentje voor we aan de dagelijkse rush beginnen is zo zalig). En ik wéét dat ik mijn dochter ken en dat ik op mijn moederinstinct kan vertrouwen. Al vaak genoeg is intussen gebleken dat dat immers volledig terecht was. Hoe vaak ik ook aan mezelf twijfel en hoe vaak ik mij ook afvraag of ik goed bezig ben, toch is er ergens diep vanbinnen het besef dat ik er op mag vertrouwen. En waar ik vroeger bijna nooit eens voor mezelf durfde op te komen, durf ik dat nu wel. Zeker als het over Elise gaat. Het cliché van de mamabeer blijkt dus toch wat te kloppen. Al zie ik het meer een beetje als een ijsberg: het zichtbare topje wankelt misschien soms, maar de enorme berg eronder is stabiel. Geen Titanic die daar verandering in kan brengen 🙂

Afscheid van het babytijdperk *snif*

Bijna een maand sinds mijn laatste post. Veel te lang. Maar in my defense: het is dan ook een bijzonder hectische en drukke maand geweest.
De belangrijkste verandering: onze kleine meid (16 maanden intussen) is nu echt een peuter geworden. Natuurlijk is dat niet van de ene dag op de andere gebeurd, maar de laatste weken is het wel heel snel duidelijk geworden. Op 3 september, toen andere kindjes voor het eerst naar school gingen, maakte ons meisje de overstap naar de peutergroep in de crèche (ook een beetje een eerste schooldag dus). En dat betekende dus definitief het afscheid van het babytijdperk. En afscheid van het babytijdperk, dat blijkt nogal veel gevolgen te hebben:

  1. Afscheid van het ochtenddutje: de meeste dagen doet Elise nu alleen nog een middagdut(je). Het lukt haar niet altijd (zeker als ze 3 dagen op rij naar de crèche is geweest, dan weegt de vermoeidheid te hard door), maar het merendeel van de dagen is er dus geen sprake meer van een ochtenddutje. Super, want dan is het plots gemakkelijker om in de voormiddag een activiteit te plannen. Maar langs de andere kant blijkt dat dat uurtje rust in de voormiddag niet alleen voor de baby, maar zeker ook voor mama en papa zeer welkom was. Waar ons meisje meestal vrolijk door de voormiddag flaneert, lopen mama en papa er soms een beetje verdwaasd bij, en steekt heimwee naar die ochtenddut de kop op. 😉
  2. Afscheid van de fruitpap: in de crèche is de regel duidelijk: grote kindjes eten fruit in stukjes, geen fruitpap. Een regel waar ons meisje het niet mee eens is. Van fruit was ze sowieso nooit een grote fan (net als de mama, ook al probeer ik het goede voorbeeld te geven), maar als dat geplet werd met een beetje koek eronder vond ze dat nog wel oké. Maar fruit in stukjes, dat is een andere zaak. Banaan gaat er vlot in (het is een zoetekauw, ons kleintje, ook net als de mama), maar al de rest wordt meestal gewoon grondig onderzocht, en daar stopt het bij. Met grondig onderzoeken bedoel ik trouwens echt wel grondig: ze neemt de stukjes vast, draait ze naar alle kanten, likt eraan, ruikt eraan, … Ze is dus echt wel gefascineerd. Maar als je dan suggereert dat ze ook een stukje zou opeten, bekijkt ze je alsof je net een zeer ongepast voorstel heeft gedaan. En zo is de inname van fruit de laatste weken dus drastisch gedaald. Maar goed, ooit zal ze het wel leren zeker?
  3. Afscheid van een hulpeloos wezentje: oké, echt hulpeloos was ons meisje al lang niet meer, maar toch. De laatste weken heeft ze nog veel meer bijgeleerd, en het is steeds meer zij die bepaalt waar er mee gespeeld wordt, wat ze wel of niet wil doen, … En als ze haar zin niet krijgt, hebben we dat ook geweten. Voorlopig nog geen driftbuien in het openbaar, maar thuis hebben we toch al verschillende keren meegemaakt dat Elise zich uit pure boosheid gewoon op de grond legt en begint te brullen. Gelukkig zijn we enkele minuten later altijd weer goede vrienden. Hopelijk blijft het daarbij 🙂

Maar goed, ik wil niet te nostalgisch zijn. Want afscheid van het babytijdperk, betekent het verwelkomen van het peuter – zijn. En dus komen er weer nieuwe dingen bij die ons leven met ons meisje een extra dimensie geven:

  1. Conversaties! Steeds vaker beginnen er bewust woordjes uit ons meisje haar mond te ontsnappen. “Papa” komt er vlot uit (en wordt overigens gebruikt voor zowel papa als mama, daar werken we nog aan), en als ze een (speelgoed)telefoon ziet neemt ze die vast, houdt ze die naast haar oor en zegt ze “hallo” (of toch iets wat er hard op lijkt, babytaal schrijven is niet eenvoudig :-)). Naar de nijntjes die op haar muur hangen wijst ze en zegt ze “tijn”. En zo merken we meer en meer dat ze dingen op haar eigen manier benoemt. Op die manier komt er veel meer directe interactie. Zalig om van die gesprekjes te voeren waarbij we eigenlijk geen idee hebben wat er juist gezegd wordt, maar waar ons meisje duidelijk van geniet. Meer van dat! 🙂
  2. Nieuwe culinaire ontdekkingen: patatjes en fruit worden niet meer gemixt nu. Over dat fruit hebben we het al gehad, dat is geen succes. Maar de patatjes, dat gaat een pak vlotter. Van kieskeurigheid is voorlopig nog niet te veel sprake. Kipfilet, groentenburger, vis, het wordt allemaal met veel smaak verorberd. Ze kan nu ook zonder problemen mee eten met mama en papa, wat voor de nodige gezellige familiemomenten zorgt. Genieten!
  3. Zelfstandigheid: Elise stapt graag. En veel: ze kan bijna 1km stappen op eigen kracht. Aangezien het park hier vlakbij is, kunnen we dus gezellig naar het park gaan wandelen, iets waar ons meisje met volle teugen van geniet. Ze werkt steeds beter mee met het aan – en uitkleden, probeert zelf haar schoenen en sokken aan te doen (niet dat dat lukt, maar het is een moedige poging elke keer), … Ze wordt echt een zelfstandig wezentje. Ze danst er op los als mama en papa voor haar de bumbadans zingen, en draait dan zo hard rond dat ze daarna op haar poep valt omdat ze haar evenwicht even kwijt is. Als ze een liedje hoort, begint ze spontaan in haar handen te klappen. Op die momenten, als ik ons meisje zo zie genieten, kan ik niet anders dan zelf ook een kleine (of minder kleine) uitbarsting van geluk voelen.
  4. Leren loslaten: we kunnen ze niet eeuwig bij het handje houden, die kleine mensjes. Dat wordt hoe langer hoe duidelijker. Letterlijk zelfs: als Elise het gevoel heeft dat ze het allemaal alleen kan, slaat ze mijn hand vol overtuiging weg. En dus moet mama wel loslaten. Al heb ik op dat vlak nog wat te leren 🙂

Om bij stil te staan

Ik heb geen andere mensen nodig
om mezelf in vraag te stellen
dat doe ik zelf al genoeg

ik heb geen andere mensen nodig
om te twijfelen of ik het goed doe
aan twijfel heb ik sowieso geen gebrek

ik heb geen andere mensen nodig
om mij te wijzen op mijn gebreken
ik zie die zelf ook als ik in de spiegel kijk

ik heb wel andere mensen nodig
meer dan ooit zelfs
voor een schouderklopje af en toe

ik heb andere mensen nodig
om te horen
“je doet dat goed”

ik heb andere mensen nodig.
Net als iedereen.
Maar wat ik het meest nodig heb
is een beetje steun….

Een kleine terugblik

Gisteren was het officieel 1 jaar geleden dat onze kleine meid het levenslicht zag. 1 jaar. Niet veel als je het bekijkt op een heel mensenleven, en toch is er weinig dat nog hetzelfde is gebleven. Onze wereld onderging een gigantische verandering. Een kleine terugblik…

18 mei 2017, 2u30. Na een verrassend snelle en heftige bevalling komt ons klein meisje tevoorschijn. Daar waar ik enkele minuten ervoor nog serieus aan het vloeken was, begreep ik op het moment dat de vroedvrouwen Elise op mijn buik legden, exact alle clichés die ik daarvoor nog aan het weglachen was. Ja, op het moment dat je baby er is, vergeet je even alle miserie. Op het moment dat die baby de eerste keer in je armen ligt, weet je pas echt wat liefde is. Op het moment dat die baby er is, vind je plots dat alles echt wel de moeite waard is geweest. Moederliefde, heet dat dan. Een concept dat je pas begrijpt als je het zelf hebt meegemaakt, dat was onmiddellijk duidelijk.

18 mei 2017, 4u. Er werd geprobeerd om mij te verhuizen naar onze kamer op de materniteit. Op de benen staan bleek fysiek onmogelijk. Ik had een serieuze bloeddrukval van zodra ik probeerde recht te staan. Dus werden er vereende krachten gebruikt om mij gewoon in een bed te leggen en op die manier naar de kamer te verhuizen. Een beetje later waren we op onze plek, en kon mijn vriend Elise haar eerste flesje geven. Een eer die ik hem met plezier gunde. Ik zag nog steeds vlekjes voor mijn ogen, dus een baby voeden leek mij een onmogelijke opdracht…

18 mei 2017, 6u. Probleem. Ik moest toch eens proberen om naar het toilet te gaan. Ik kan u zeggen, beste lezer, dat was een enorme uitdaging. Een uitdaging die gewaagd was aan de bevalling zelf. Ik had een knip gekregen, maar was ook gescheurd tot op (inclusief dus) de bekkenbodemspieren. Ik treed niet verder in details, maar recht gaan zitten was al pijnlijk. Laat staan wandelen tot aan het toilet, en daar nog eens gaan zitten en nog terug te keren ook. Bovendien was mijn bloeddruk nog niet hersteld. Resultaat: met de nodige steun geraakte ik er, maar men is mij op het toilet mogen komen oprapen omdat ik niet meer recht kon blijven. Pijnlijk. Genant. Niet echt wat je je voorstelt bij de roze wolk van het moederschap…

De dag verliep verder in een waas. Ik was in shock, ik kan het moeilijk anders omschrijven. Ik kon absoluut niet vatten wat er allemaal was gebeurd die nacht. De familie kwam op bezoek, maar ik beleefde dat in een waas. Achteraf kon ik mij amper herinneren wie er was geweest of wat er was gezegd.

19 mei 2017: 1 dag verder. Ons meisje had wat problemen met haar bloedwaarden, en moest dus onder de lamp. klinkt niet zo erg, maar ik vond dat verschrikkelijk. Bovendien had Elise problemen om haar darmen op gang te krijgen (veel krampjes). Resultaat: een huilende baby onder de lamp, en van de vroedvrouwen mocht ik haar niet bij mij nemen om te troosten. Want dan kon ze het licht van de lamp niet genoeg absorberen. Uiteindelijk gingen papa en ik toch afwisselend even bij haar, om toch te laten merken dat ons meisje niet alleen was. Pijnlijk, hartverscheurend. Die nacht hebben de vroedvrouwen uiteindelijk Elise bij mij in bed gelegd, en de lamp op ons allebei gericht. Allebei met een oogmasker op (want dat licht is schadelijk voor de ogen), allebei onder de lamp. Maar toen sliep Elise wel. Dicht bij mama was het ineens allemaal beter te verdragen.

21 mei 2017: Elise mocht onder de lamp uit. Ze bleek plots toch een vrij rustige baby, die in haar bedje kon slapen en een geruste ziel bleek te hebben. Er was hoop. Nog 2 dagen en we zouden naar huis gaan, en we waren er klaar voor.

Die eerste weken waren overweldigend. Allebei (mijn vriend en ik) op zoek naar onze nieuwe rol als ouders en in een nieuwe soort relatie. Opgesloten in ons coconnetje, en we waren niet happig om dat te doorbreken. Ons meisje weende wel regelmatig en was vooral blij als ze bij ons lag, maar volgens de dokter was alles in orde. En dus ging, na ongeveer een maand, mijn vriend terug aan het werk. Ik was intussen al wat hersteld van de bevalling, en kon toch al een wandeling van een tiental minuten maken. Bovendien was er de kraamhulp, die ik eeuwig dankbaar zal zijn voor haar praktische en emotionele hulp. 1 of 2 dagen per week iemand over de vloer krijgen die boodschappen doet, eten maakt, … Het bleek een rekening te zijn die ik met de glimlach heb betaald. Elke cent waard.
Maar het bleek veel lastiger dan gedacht. Elise weende meer en meer en bleek last te hebben van een verborgen reflux. Medicatie werd opgestart, maar dat heeft allemaal redelijk wat tijd in beslag genomen. En Elise, die was blij als ze niet plat moest liggen, maar door mama of papa werd rondgedragen. Zelfs gaan zitten nadat ze in je armen in slaap was gevallen, was een berekend risico. De komst van de kraamhulp bleek het ideale moment om even de zorg uit handen te geven en rustig te gaan douchen. Douchen was plots een soort van vijfsterrenvakantie (tip voor elke mama van een huilende baby: neem een douche ipv een bad. Door de douchestralen hoor je het gehuil even niet, en kan je dus beter in je eigen wereldje kruipen. Al was het maar voor 5 minuten).

Maar we zijn er door gekomen, en tegen de tijd dat ik terug moest gaan werken was de rust een beetje teruggekeerd. Die paar weken voor ik terug moest beginnen, kon ik pas echt beginnen genieten van het moederschap. Maar stiekem was ik ook blij om terug te kunnen gaan werken. Want enerzijds kon ik genieten van tijd alleen met onze dochter, maar tegelijkertijd snakte ik terug naar een iets grotere wereld. Naar terug wat sociale contacten. Naar terug kunnen praten over iets anders dan pampers, baby’s, en reflux. Om dan uiteindelijk op het werk ook vooral over die dingen bezig te zijn, maar soit, dat is weer iets anders 😉

Sindsdien is er zoveel gebeurd. Lastige periodes, waarin Elise ziek was en dus mama en papa gegarandeerd volgden met hetzelfde virusje. Weken waarin er hier in huis niemand echt gezond was, en het gewoon ploeteren was tot het voorbij was. Slechte nachten, waarbij het concept ‘vermoeidheid’ een nieuwe dimensie heeft gekregen. Onzekerheden, periodes waarin ik mij de slechtste mama ter wereld heb gevoeld omdat mijn baby met iets zat en ik niet wist of en hoe ik haar kon helpen.
Maar ook mooie periodes. Momenten waarop ik zelf het gevoel had dat alles gewoon klopte. Momenten waarop de puzzelstukjes van ons gezin vlekkeloos in elkaar leken te vallen. Dagen waarop alles gewoon even lukte zoals gehoopt. Geluk zit in kleine dingen, dat merk je als je mama bent. Een dag waarop we gewoon goed konden slapen, waarop Elise flink dutjes deed en er ’s avonds vers eten op tafel stond, werd zowat het ideaalbeeld van de perfecte dag. Nog steeds zijn dat de dagen waarop ik het meest van alles kan genieten. Geen spectaculaire zaken, maar gewoon dagen waarop alles niet zoveel moeite kost. Dan juich ik vanbinnen over de kleine overwinningen die ik heb behaald (hoera! Vers voedsel op tafel…. Hoera! Eindelijk toch eens iets kunnen kuisen… Hoera! Het gevoel van mijn dochter echt te begrijpen en met haar te kunnen communiceren. Hoera! Even tijd voor een vers tasje warme koffie ’s morgens. En zo kan ik nog even doorgaan, je snapt het concept wel).

En nu zijn we een jaar verder. Ons meisje verandert stilaan in een echte peuter. Ze maakt duidelijk wat ze wil (en wat ze niet wil), en begint de wereld steeds beter en beter te begrijpen. Een wonder, als je denkt aan hoe hulpeloos ze ter wereld komen…
Ik zelf ben nog steeds bezig aan mijn postnatale kinesitherapie. Mijn buik staat nog steeds vol zwangerschapsstriemen. En mijn bekkenbodemspieren zijn intussen al flink terug getraind, maar zullen wellicht altijd een zwakke plek blijven. Dus ja, een zwangerschap en bevalling eist zijn tol. Ik zie in mijn omgeving dat dat niet altijd het geval moet zijn. Dat sommige vrouwen probleemloos zwanger zijn, vlot bevallen en moeiteloos in hun nieuwe rol groeien. Dat niet elke baby zoveel weent, en dat het niet standaard is dat een baby alleen tevreden is in een draagdoek of op de arm. Het is confronterend, omdat je dan ziet dat het ook anders kan. Maar het geeft ook steun. Want nee, het is dus niet abnormaal dat we het zo vermoeiend vonden. En nee, het is niet abnormaal dat ik mij soms abnormaal heb gevoeld. Het was (en is soms nog steeds) lastig. Vermoeiend, zwaar, mentaal uitputtend. Dat mag gezegd worden. Die roze wolk van het moederschap heb ik een beetje gemist, ook al zie ik mijn meisje doodgraag en zou ik alles doen om haar te beschermen tegen alle kwaad in de wereld. Maar als mijn meisje lacht, vergeet ik dat. Dat maakt iets los waarbij ik alle problemen (toch voor even) vergeet. Geeft mij terug de energie om er tegenaan te gaan.
1 jaar gedaan, nog vele te gaan…. Ik kijk er naar uit. Met een bang hartje, dat geef ik toe. Want je kan als ouder zoveel verkeerd doen, en je hebt niet alles in de hand. Maar ik kijk er naar uit om samen met ons meisje de wereld te verkennen. Door kinderogen deze keer, want dat geeft toch een heel ander zicht. Ik kijk er naar uit om haar verder te laten groeien en de weg te wijzen naar het juiste pad. Of om haar toch alles aan te reiken waardoor ze zelf dat juiste pad kan kiezen. En ik zal haar volgen op die weg, en haar opvangen als het nodig is. Want dat is nu eenmaal wat mama’s doen.

Over perfectie en imperfectie…

Wow, ineens blijkt dat het al 11 dagen geleden is dat ik nog eens iets heb gepost hier. Tijd om daar verandering in te brengen. Want vergis u niet, het is niet omdat ik hier niets heb gepost, dat er hier de afgelopen dagen niets gebeurd is. Integendeel. Het is meer een teken dat het allemaal zo druk was, dat ik ’s avonds geen energie meer had om achter mijn laptop te kruipen… Of beter: er ging zoveel in mij om dat ik niet wist waar ik moest beginnen schrijven. Maar nu zijn we weer enkele dagen verder, en is de rust een beetje terug. Zowel fysiek als in mijn hoofd.

Ik heb nu al drie dagen verlof (lang leve het verlengde weekend, en er komen nog 3 dagen bij), en ik kan eerlijk zeggen dat ik er echt aan toe was. Hier thuis was het druk, en de aanhoudende gewoonte van Elise om een nachtvoeding te vragen begon zo zijn tol te eisen qua vermoeidheid… En daarbij komt nog eens dat het zware weken zijn op het werk. De details doen er niet zo toe, maar ik merk dat de combinatie van een leidinggevende functie uitvoeren en een gezin op de rails houden steeds zwaarder wordt en voor conflicten zorgt. Die conflicten zijn vooral intern: ik ben nogal perfectionistisch, en doe niet graag half werk. Ik ben dus niet graag diegene die elke dag al vroeg vertrekt op kantoor, omdat er altijd wel nog werk te doen is. Maar ik ben ook absoluut niet graag de mama die haar dochter elke avond maar amper kan zien omdat ze laat thuis is van het werk. En dus moet ik elke dag een keuze maken. Die keuze gaat zo goed als altijd naar de dochter, dat wel. Ik ben zelden na 17u thuis van het werk, en prijs mij gelukkig dat ik een job heb die dat toelaat. Een job waarin het oké is als ik iets minder uren op kantoor doorbreng, maar die tijd goedmaak door ’s avonds, als mijn dochter in bed ligt, nog wat mails te checken. Of door mijn tijd op de trein om te toveren tot wat extra werkuren ( elke pendelaar weet namelijk dat die tijd soms aardig kan oplopen…). Maar ik merk dat niet iedereen daar zo over denkt. Het probleem: je kan niet alles perfect doen. Het is onmogelijk een perfect diensthoofd te zijn EN een perfecte mama. Het is al onmogelijk om op 1 gebied volledig perfect te zijn, laat staan om die perfectie over meerdere gebieden uit te breiden. Of misschien is dat niet voor iedereen onmogelijk, maar wel voor mij. Voila. Ik zeg het u eerlijk: ik ben daar niet voor gemaakt. Ligt dat aan mij of aan de situatie, dat weet ik niet. Waarschijnlijk een combinatie van de twee. Maar ik herhaal: ik ben daar niet voor gemaakt. Hoe ik dat dan oplos? Geen idee. Ik denk erover na. Voorlopig ben ik nog niet verder gekomen dan enkele dagen rust en focus op ons gezinnetje. De rest zien we later wel weer.

Over dat gezinnetje: Elise is vandaag aan haar laatste week begonnen voor ze de mijlpaal van 1 jaar bereikt. Zondag is al haar eerste verjaardagsfeestje. Hoe dichterbij dat komt, hoe meer ik mij daarover verbaas. Dat ons baby’tje van een jaar geleden geen baby meer is. Dat ons baby’tje steeds meer een mensje wordt met eigen voorkeuren, en dat ze die voorkeuren ook steeds meer duidelijk kan maken. Dat ons meisje meer en meer een mensje wordt dat volop kan genieten van zalig kleine dingen. Voor de zoveelste keer papa een toren laten maken zodat zij die kapot kan maken bijvoorbeeld. Of spelen in het ballenbad dat ze van haar tante kreeg voor nieuwjaar. Bouwen met de blokken (of beter: afbreken wat mama en papa maken met die blokken). Rondlopen met het loophulpje. Ze wijst naar wat ze wil doen, en gaat daar dan ook echt in op. Als ze honger heeft, wijst ze naar de keuken en de kast waar haar koeken staan. Als ze dorst heeft, wijst ze naar haar beker. Om maar te zeggen: ze wordt groot, ons meisje. En dat doet mij toch echt wel iets. Deze mama zal dus toch een beetje emotioneel zijn op de komende verjaardagsfeestjes 🙂

Vandaag hebben we genoten van een van de eerste terrasjes met onze kleine meid. Samen met mijn broer en zijn gezinnetje. Het was een zalig uitje. Zo leuk om te merken dat we ons meisje eigenlijk bijna overal mee kunnen naartoe nemen, en dat ze dat allemaal superleuk vindt. De eerste kennismaking met ijs, zal uiteraard ook geholpen hebben 🙂 Zie mijn instagram-account voor de fotoreportage!

Samengevat: ik weet dat perfectie onbereikbaar is als ik het heb over de perfecte mama zijn, of mijn job perfect uitoefenen. Maar als ik ons meisje zo zie genieten op het terrasje, dan weet ik dat perfectie wel degelijk bestaat.

Intussen ligt Elise na een moeilijke strijd rustig te slapen. Ze heeft het wat te druk gehad vandaag… Hopelijk gaan we toch een goede nacht tegemoet. Afgelopen nacht was er dan wel geen nachtvoeding nodig, maar mijn vriend is wel ongeveer 6 keer uit bed geweest om Elise haar tutje te gaan teruggeven. Ik weet niet of dat zoveel beter is dan 1 keer ’s nachts eruit te moeten voor een flesje en daarna verder te kunnen slapen. Of ik weet het wel: nee, dat is niet beter. Of misschien pedagogisch gezien wel, maar fysiek gezien absoluut niet. Deze mama (en papa) heeft slaap nodig. Veel slaap. Misschien wordt het tijd dat ons meisje eens kan lezen, en dan laat ik haar deze blog lezen. Dan begrijpt ze het misschien…. Maar vergis u niet: ik zie ze doodgraag, onze kleine grote meid!

11 maanden… De tijd vliegt.

Morgen zijn we 18 april. Onze kleine baby wordt dan al 11 maanden. Met andere woorden: binnenkort blaast ze haar eerste kaarsje uit. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij daar zelf nog serieus op moet voorbereiden, op praktisch én op mentaal vlak.

Praktisch vlak: de logistiek is geregeld, dat wil zeggen: de locatie van de verjaardagsfeestjes voor de familie ligt vast (lang leve de grootouders!). Dat scheelt dus al. Maar nog niet geregeld: de verjaardagstaart. Ik heb mij namelijk voorgenomen die zelf te bakken, ahum. Nu heb ik intussen wel wat ervaring met het bakken van simpele koekjes en taarten, maar natuurlijk wil ik mijn dochter niet gewoon een gezonde haverkoek als verjaardagstaart geven. Nee, dat moet een taart worden met alles erop en eraan, versiering inclusief. Zo een waarvan er een miniversie voor Elise zelf is, en een grote voor de rest, zodat Elise zelf haar eigen taartje kan opsmullen. In theorie heb ik het dus al helemaal bedacht. Nu alleen de praktijk nog… Bovendien zijn in mijn familie de voedselintoleranties nogal aanwezig, dus wil ik die taart ook nog eens gluten – en lactosevrij maken. Kwestie van iedereen van de taart te kunnen laten meesmullen. En kwestie van het nog een beetje uitdagender te maken 😉
Om dan nog maar te zwijgen van de kroon, de slingers, en alles anders dat er nog bij komt kijken. Maar goed, een maand is nog lang, nietwaar?

De voorbereiding op mentaal vlak is ook nog niet in orde: ik begrijp nog altijd niet dat ons klein baby’tje zo snel groot wordt. Het lijkt wel gisteren dat ze geboren werd. En langs de andere kant ben ik precies al vergeten hoe klein ze is geweest. Op een babyborrel afgelopen week (het kindje was 6 weken jong) was ik compleet in shock dat Elise ook zo klein is geweest. We zien haar nog altijd als onze baby, maar als ik dan bedenk dat ze 11 maanden geleden in die minikleertjes paste die nu op de stapel liggen om op te ruimen, vraag ik mij soms af wanneer ze zo hard is gegroeid, en of ik dat niet allemaal heb gemist? Ons kindje is al een echt persoontje aan het worden, die duidelijk maakt wat ze wil, wanneer ze het wil… Een vrolijke baby die als ze wakker wordt ’s morgens lachend begint rond te kruipen in haar bedje en je met haar breedste glimlach begroet als je de kamer binnenkomt. Een minimensje dat superblij wordt als mama en papa samen met haar met de blokken spelen. Een meisje dat dolblij begint te schaterlachen als er iets grappigs op tv verschijnt (Bumba blijft een winner, maar ook BabyTV blijkt veel successen in petto te hebben). En een klein wondertje dat ’s avonds voor ze gaat slapen ervan geniet om nog even met mama en papa in de zetel te liggen en wat tv te kijken. Soms ligt ze zelf helemaal alleen in de zetel… Wat ze duidelijk van mama en papa heeft afgekeken. Kortom: ze wordt (te) snel groot.Ik heb nog een maand om mezelf mentaal klaar te stomen voor haar eerste verjaardag. Komt goed, denk ik 😉

Zelf heb ik momenteel een klein probleem op fysiek vlak. Door nieuwe steunzolen die ik ben gaan dragen (en die blijkbaar niet 100% goed afgesteld waren), heb ik een slijmbeursontsteking aan mijn achillespees opgelopen. En omdat rusten bij mij nogal moeilijk is (op het werk loop ik bijna constant rond, en ook thuis vind ik het zeer moeilijk om in mijn zetel te blijven hangen) heb ik dat nog wat extra geforceerd en is mijn achillespees zelf ook gaan ontsteken. Nu heb ik dus geen andere keus, en moet ik wel goed rusten om nog erger te voorkomen. Gelukkig heb ik een flexibele werkgever en kan ik van thuis uit werken. Want ik kan u zeggen: thuis in de zetel zitten terwijl ik (op mijn voet na) perfect gezond ben, is niets voor mij. Het is dan voor mijn eigen mentale gezondheid en het welzijn van mijn huisgenoten beter als ik mij toch nog wat nuttig kan maken. En die extra dagen thuiswerk geven mij de kans om even een inhaalbeweging te doen en op werkvlak een aantal zaken in orde te brengen die al een tijdje op mijn to do – lijst staan. Thuis krijg ik immers dubbel zoveel werk gedaan als op kantoor. Maar goed, onder de mensen komen is ook wel fijn, dus hopelijk volgende week terug volop actief (of toch actief genoeg om te gaan werken…).

Wordt vervolgd!

 

Er zijn zo van die dagen….

Er zijn zo van die dagen…
waarop alles een beetje moeilijker gaat
waarop je je afvraagt hoeveel vermoeider je nog kan worden
(een vraag waarop je de volgende dag het antwoord al kent)

er zijn zo van die dagen…
waarop alles net iets meer moeite kost
en je de hele dag spartelt
om toch maar je hoofd boven water te houden

er zijn zo van die dagen…
waarop je duizelig wordt
van te kijken naar alle bordjes
die je tegelijk in de lucht probeert te houden
dagen waarop je bijna je evenwicht verliest

er zijn zo van die dagen…
waarop je nooit echt lijkt te begrijpen wat er moet gebeuren
en je het gevoel hebt altijd alles verkeerd te doen

Maar er zijn ook van die dagen…
waarop alles net in de plooi lijkt te vallen
waarop die ene lach ’s morgens je hele dag kan goedmaken
en dat je zeker weet dat alles altijd in orde komt

En het zijn net die dagen
die er op het eind van de rit echt toe doen…

 

Over dagjes uit, vrije tijd en werk….

Onze eerste selfie als gezin op uitstap 🙂

Vorige week was het eindelijk zover: we gingen de eerste keer een dagje uit als gezinnetje. Een dagje Planckendael stond op het programma, samen met de schoonfamilie.

De dagen ervoor werd onze stressbestendigheid danig op de proef gesteld. Elise was donderdag wakker geworden met 39°C koorts. Diagnose: luchtweginfectie. Remedie: uitzieken. Hopelijk dus niet te lang, zodat ons uitstapje ging kunnen doorgaan.
Vrijdagochtend: nog steeds koorts. Stressniveau: in stijgende lijn.
Vrijdagnamiddag: koorts voorbij. Stressniveau: dalend.
Vrijdagavond: ondertemperatuur (34,9°C) en een onrustige baby die niet in slaap geraakt. Stressniveau dus weer de hoogte in. Ons meisje heeft de gewoonte ontwikkeld om na een periode van koorts nog 1 of 2 dagen het andere uiterste op te gaan. Een beetje moeite om haar temperatuurhuishouding terug in orde te krijgen, meer niet. Maar het houdt wel in dat ze gedurende die tijd voornamelijk problemen heeft om in slaap te geraken. Enige remedie: veel extra laagjes aantrekken, kersenpitkussentje bij in bed en een extra dekentje. En een dikke knuffel uiteraard. Maar soit, ideaal om op uitstap te gaan in de toch nog niet zo warme buitenlucht is dat allemaal niet. We moesten dus nog afwachten.
Zaterdagavond: nog steeds lage temperatuur, maar wel een vrolijke baby.
Zondagochtend: de thermometer klimt tot 36,5°C. Hallelujah! Wij dus de auto in en met een relatief gerust hart op naar Planckendael 🙂

Om Elise zoveel mogelijk te kunnen laten meegenieten van alle taferelen, hebben we ze in een draagrugzak rondgedragen. Het mag gezegd: dit is één van onze beste aankopen ooit. Het meedragen van 10kg baby gaat verrassend vlot (zelfs voor een mama die toch nog steeds niet over de sterkte rug beschikt) en de wereld is voor Elise ineens een pak groter dan vanuit de kinderwagen. Ze heeft haar hartje opgehaald met rondkijken, genieten van het zonnetje, en vooral zwaaien naar alles en iedereen, inclusief de diertjes.
We hadden ook de kinderwagen meegenomen, zodat ze geen hele dag zou moeten rechtzitten en tussendoor even een dutje zou kunnen doen. En zogezegd, zo gedaan. Het bleek voor ons meisje het ideale scenario.

Zwaaien naar de girafjes!

 

Gezellig bij mama in de rugzak

 

Genieten!

 

De dag verliep dan ook bijzonder vlot. Samen met bijna de volledige schoonfamilie was het een dagje genieten van het zonnetje en de buitenlucht. En het bleek bovendien de perfecte remedie tegen eventuele problemen met de omschakeling naar het zomeruur: ons meisje was zo kapot van alle avonturen, dat ze braaf om 18u30 in bed ging en ze fantastisch goed heeft geslapen tot de volgende ochtend 6u15. Perfect terug op schema dus. Dat euvel is ook weer ineens verholpen…

Maandag werd het lentegevoel nog een dagje verlengd met een dagje verlof, en dinsdag was het weer back to reality. Terug aan het werk. Voor 1 dag, want vandaag zit ik alweer thuis met ouderschapsverlof. Je zal denken: dat klinkt niet slecht, zoveel verlof. Lekker thuis zitten. Maar in de realiteit begint dat zo zijn nadelen te vertonen. Ik doe mijn job heel graag en wil die zo goed mogelijk doen. Maar ik heb een leidinggevende functie, en blijkt dat dat niet zo evident is om in een 4/5 regime vol te houden. Het werk dat erbij komt kijken, mindert namelijk niet als je minder gaat werken. Eigenlijk komt het erop neer dat ik een voltijdse job probeer te doen om 4 dagen tijd. En ik begin de laatste tijd meer en meer te beseffen dat dat allemaal niet haalbaar is om vol te houden. Ik voel mij tekortschieten als baas, als werknemer, en voel mij niet ontspannen op mijn vrije dagen (omdat ik weet welk werk mij nog te wachten staat) waardoor ik ook als mama niet het gevoel heb “goed genoeg” te zijn.
Tijd om in te grijpen dus. Ik heb overlegd met mijn partner en met mijn werkgever, en heb het besluit genomen om terug voltijds aan het werk te gaan. Wat voor buitenstaanders misschien heel onlogisch lijkt, is voor mij de enige manier om wat meer rust te vinden. En ja, natuurlijk ga ik die dagen die ik alleen met mijn dochter kan doorbrengen missen. Maar ik ga mij minder verscheurd voelen: nu heb ik het gevoel om zowel op werkvlak als op privévlak niets 100% goed te kunnen aanpakken. Als ik terug voltijds werk moet ons meisje weliswaar een dag extra naar de opvang (waar ze supergelukkig is trouwens, dus dat komt helemaal goed), maar ik ga de tijd hebben om mijn werk allemaal rond te krijgen, zodat ik thuis ook echt fysiek en mentaal aanwezig ga kunnen zijn. En ik ben er van overtuigd dat dat mij een betere mama kan maken.

Ik ben benieuwd hoe het gaat uitdraaien, maar voel mij in elk geval al opgelucht nu de knoop is doorgehakt.
En ik een volgende post zal ik zeker laten weten of ik nog steeds achter mijn beslissing sta 🙂

De eerste kruippasjes…

Akkoord, het kost nog veel moeite. En meer dan 1 meter afstand wordt er nog niet afgelegd. Maar eindelijk is het zover: onze kleine pruts kan kruipen! En het beste: zowel de papa als ik waren erbij!
Een van de redenen dat ik mij soms wat schuldig voel als werkende mama, is dat je niet alle “eerste keren” van je kindje zelf meemaakt. Ze leert dan hoe ze iets moet doen bij de grootouders, of bij de crèche… En zelf heb je “het moment” gemist. Natuurlijk is het het belangrijkst waar ze die dingen leert, en niet zozeer bij wie. Maar toch kon ik een gat in de lucht springen omdat ik er nu wel bij was 🙂

Het nadeel is natuurlijk dat we nu echt wel werk moeten maken van een babyproof huis. Er is dus nog wat werk aan de winkel. Maar ze kruipt! En daar zijn we fantastisch blij mee 😉

Over vanalles…(en niets)

“Parenting: if you’re not tired, you’re not doing it right”

Morgen is het zover: dan beginnen mijn vriend en ik aan onze zelf opgelegde uitdaging om een maand lang geen (geraffineerde) suikers te eten. Daar waar ik mij in het begin zorgen maakte dat ik serieus zou moeten afkicken (ik ben nogal een zoetebek), maak ik mij nu al heel wat minder zorgen. Een stevige buikgriep die dit weekend in ons gezin de ronde heeft gedaan, heeft er automatisch voor gezorgd dat snoep mij ook op dit moment niet zo veel zegt en mijn eetpatroon de laatste dagen veel soberder is. Die overgang is dus al gemaakt. Een geluk bij een ongeluk dus, of hoe zeggen ze dat? 🙂 Nu alleen nog kwestie van volhouden…

De laatste dagen zijn hier nogal hectisch geweest. Het afgelopen weekend waren mijn vriend en ik ziek (die befaamde buikgriep dus, een cadeautje van ons dochtertje die de week ervoor ziek was). Niet dat ik zielig wil doen (er zijn veel ergere dingen dan een buikgriep), maar we voelden ons ellendig. Tot niets in staat behalve op de zetel liggen (zelfs tv kijken was er in het begin te veel aan). Gelukkig kon ons dochtertje 2 nachten logeren bij mijn schoonouders, waar we wisten dat ze in goede handen was. Zo konden wij wat uitzieken. De schoonouders zijn trouwens intussen ook ziek geworden, net zoals mijn moeder, ons dochtertje is gul geweest met de virusjes in haar buikje!
Intussen zijn we er weer wat bovenop. Maar uitzieken zonder kindjes of met kindjes blijkt dus toch wel een groot verschil te zijn:

  • vroeger sliep ik uit als ik ziek was. Met een baby in huis is uitslapen (relatief, want mijn biologische klok is sowieso quasi perfect afgestemd op die van onze dochter, maar soit) een utopie. En uitslapen = uitzieken, dus dat herstel duurt gewoon langer dan ervoor
  • als er niemand in huis is waar je voor moet zorgen, doe je waar je zin in hebt. Ben je misselijk? Dan blijf je gewoon weg uit de keuken. Ik kan u zeggen: ik ben zeer blij dat ik pas zondag de eerste keer mijn dochtertje terug patatjes moest geven. Want zelfs dan was de geur alleen al bijna genoeg om mij terug te laten kokhalzen. Als ik dat een dag eerder had moeten doen, was het gegarandeerd fout gelopen.
  • en dan beslist de dochter om een kakapamper van jewelste te produceren, en speelt ongeveer hetzelfde scenario als hierboven zich af. Opnieuw: blij dat dit pas zondag gebeurde. Zaterdag zou het voor zowel mezelf als mijn vriend de genadeslag zijn geweest.

Pas op, ik klaag niet. Ik ben heel blij dat ons dochtertje goed is opgevangen bij mijn schoonouders. En ik was nog blijer dat we ze zondag eindelijk terug bij ons hadden. Want de stilte deed dan wel deugd in huis, maar eigenlijk vond ik het vooral té stil. Ik ruil die kleine “minpuntjes” van hierboven dus voor geen geld van de wereld in voor meer rust, ik neem ze er met relatief plezier bij. Maar ik stel wel vast dat ik, voor er een kindje was, sneller hersteld was van zoiets. Terwijl mijn spijsverteringsstelsel nu nog bezig is met te bekomen en ik er een fikse verkoudheid bij heb.

En het moment waarop ik besefte dat ik dit allemaal nooit meer zou willen missen: zondag bleek ons meisje plots in staat om zelf recht te gaan staan (en te blijven staan) met hulp van de activity walker. Gewoon, ineens. Ik zat ernaast maar was even niet aan het kijken, en een minuut later hoor ik blije kreetjes en zie ik ze stevig op de beentjes staan. Ze was apetrots. Een beetje later ging ze op haar poep zitten en begon zo wat rond te schuiven (wat ik vroeger zelf ook deed, maar zij nog nooit had gedaan). Ons meisje had dus vanalles geleerd op korte tijd. En dat mogen zien, weten dat ze het goed doet, en dat ze gelukkig is, maakt de kokhalsneigingen bij de patatjes en kakapampers meer dan goed!