Toeters en snottebellen

Het is zover: de zoveelste (en ongetwijfeld niet de laatste dit seizoen, of zelfs dit jaar) verkoudheid is weer gearriveerd. Als we beginnen rekenen vanaf het begin van de herfst, is het nog maar de derde verkoudheid (inclusief een oorontsteking weliswaar), dus op zich is dat niet zo uitzonderlijk. Maar toch, we staan er niet voor te springen.

Elise klonk het afgelopen weekend vooral ’s morgens een beetje als een bejaarde zeehond die net 2 pakjes sigaretten had gerookt. Ze kon ook nog maar amper slapen, van zodra ze ging liggen begon ze alles bij elkaar te hoesten. Verder wel vrolijk, dat was niet zo een probleem. Maar na 2 dagen dus gigantisch oververmoeid. En een oververmoeide peuter, dat is gewoon nog extra vermoeiend: Elise was volledig hyperactief en wist met zichzelf geen blijf (maar bleef wel lachen, gelukkig). En mama en papa stonden erbij en keken ernaar. En wreven intussen eens goed in de ogen om de vermoeidheid weg te krijgen (want bij oververmoeidheid is er bij ons, in tegenstelling tot bij onze dochter, geen sprake van hyperactiviteit). Integendeel.

Gelukkig kregen we zondag een gouden tip die ik bij deze aan iedereen wil aanraden: mijn schoonzus zei dat ze al goede resultaten had geboekt door gewoon een ajuin op de slaapkamer te zetten. Een middeltje uit grootmoeders tijd, maar het zou de luchtwegen openzetten. Ik was niet meteen overtuigd, maar goed, een mens is bereid om veel te proberen voor een beetje nachtrust. En buiten de te voorziene stank, hadden we er niets bij te verliezen. Dus, zogezegd zogedaan. Tijdens het middagdutje stond er een grof gesneden ajuin onder Elise haar bed. De geur was na haar middagdut al niet meer te harden, maar er was wel al minder sprake van haar zeehondhoest. En in de nacht erna is dat alleen maar verbeterd. Dus hebben we die ajuin nog maar even laten staan, kwestie van zeker te zijn. Resultaat: een peuter die gigantisch stinkt naar ajuin (nogmaals mijn excuses voor de mensen in de crèche, we hebben haar echt niet in de ajuinsoep gesopt ofzo….) maar die wel terug vrij kan ademen. Halleluja.

Vanavond is het tijd voor de laatste inentingen bij Kind en Gezin. Hopelijk geeft dat niet te veel problemen in combinatie met de verkoudheid. Ik heb de kamer intussen ajuinvrij gemaakt en laten verluchten, maar vanavond zullen we voor de zekerheid toch maar terug een bordje onder haar bedje zetten 🙂

Tips van eigen kweek

Intussen kan ik mij al bijna 15 maanden trotse mama noemen. Een tijd die vooruit is gevlogen. Een tijd ook waarin ik veel heb geleerd, ook over praktische zaken. En dus wil ik hier een paar toppers aanbevelen die volgens mij voor elke aanstaande mama het aanschaffen waard zijn (en nee, ik word hiervoor niet gesponsord 😉 ). Hier is mijn top 5!

  1. Hellend verzorgingskussen (Lilikim)

Bron; Dreambaby

Toen ik dit verzorgingskussen op onze geboortelijst had gezet, dacht ik aanvankelijk dat ik mij misschien wel had laten vangen door de hele “het kan nooit goed genoeg zijn voor je baby”-brainwash. Maar niets bleek minder waar. Elise had last van reflux, en schreeuwde toen ze klein (of kleiner) was moord en brand als je ze op een gewoon verzorgingskussen plat legde. Op dit kussen bleek dat veel minder. Bovendien ligt het ook gewoon knus, en door de hellende vorm moedigt het niet echt aan om veel te beginnen ronddraaien op het kussen (iets waar je alleen maar dankbaar voor kan zijn als ze eenmaal de kunst van het rollen hebben ontdekt). Ook nu nog ligt ons meisje relatief graag op dit kussen. Aanrader dus! Enige nadeel is de prijs, en het feit dat ook de standaardhoezen die je in elke budgetwinkel kan kopen er niet rond passen. Maar kijk, bij aanrader 2 heb ik daar al onmiddellijk een oplossing voor!

2. XXL – tetradoeken

Bron; HEMA

Dat tetradoeken min of meer onmisbaar zijn met een baby in huis, dat is intussen algemeen geweten. Maar deze extra grote tetradoeken (of hydrofiele doeken, om het mooier te zeggen) hebben nog een aantal extra voordelen:
– ze vormen de ideale handdoek om je kindje goed in te wikkelen na het bad, en goed tussen de huidplooitjes te kunnen geraken
– ze zijn toevallig net het perfecte formaat om over het bovenstaande verzorgingskussen te passen, en kunnen dus heel goed van pas komen in geval van nood (want soms maak je nu eenmaal meer dan 1 of 2 hoezen vuil, ik maak er verder geen tekening bij….)
– ze zijn multi-inzetbaar: ook als lakentje in de zomer zijn ze perfect te gebruiken, daar waar de kleinere exemplaren niet echt nuttig zijn als je baby al wat groter wordt
De stapel XXL tetradoeken die wij in huis hebben wordt ook nu nog steeds veelvuldig gebruikt. En dus zijn ze die relatief kleine investering meer dan waard.

3. Difrax-papflessen

Bron: Difrax

De S-flessen van Difrax zijn speciaal gemaakt om te zorgen dat je baby minder lucht binnen zuigt, wat zou moeten helpen om darmkrampen tegen te gaan. En ik moet zeggen, ons meisje is niet gespaard gebleven van darmkrampen (zo miraculeus kunnen de flessen nu ook weer niet werken), maar als we eens een andere soort fles probeerden merkten we toch een duidelijk verschil. Bovendien zijn de flesjes heel handig vast te pakken door de kindjes zelf, en zien ze er ook nog leuk uit. Je kan ze ook volledig uit elkaar halen, wat heel handig is om te reinigen. Kortom: ik ben fan!

4. Water Wipes

Bron: www.waterwipes.com

Toen Elise meer last begon te krijgen van luieruitslag, gaf de kinderarts ons de raad om vochtige doekjes te vermijden. Ook doekjes die zogezegd voor de gevoelige huid zijn, omdat deze nog altijd parfums e.d. bevatten die het gevoelige babyhuidje kunnen irriteren. Allemaal goed en wel, maar die vochtige doekjes zijn wel verdomd handig: als je onderweg bent heb je niet altijd water en zeep bij de hand. En toen kwamen we uit bij deze water wipes: het zijn wel degelijk vochtige doekjes zoals je ze kent, maar dan met enkel water (en een fractie grapefruitextract). Ideaal dus voor de gevoelige babyhuid, want er zit letterlijk niets in dat kan irriteren. En het voordeel: ze zijn echt multi-inzetbaar: als billendoekje, als snoetenpoetser (choco verdwijnt als sneeuw voor de zon!), en bij warm weer kan je perfect even met een doekje je baby opfrissen. Toegegeven, ze zijn ietwat prijziger dan gewone doekjes (3.99 EUR per pakje), maar je krijgt er een volledig gebrek aan rode billetjes voor in de plaats 🙂

5. Braun infrarood oorthermometer

Bron: Dreambaby

Deze oorthermometer heeft ons al heel wat gehuil bespaard. Elise sukkelt al van in het begin met constipatie, heeft vaak moeite met stoelgang maken, en daar zijn al heel wat glycerinesuppo’s aan te pas gekomen. Uiteraard voor haar geen aangenaam gegeven, en het nemen van haar temperatuur lokte op den duur heuse angstreacties uit. Heel die zone was “NO GO” zeg maar. Dus zijn we uiteindelijk overgeschakeld op deze oorthermometer. En ik moet zeggen: temperatuur meten is nog nooit zo simpel geweest. De thermometer is accuraat (heb hem een aantal keer getest door de temperatuur te vergelijken met die van de rectale thermometer), gemakkelijk te gebruiken (gewoon zorgen dat je voldoende ‘in’ het oor mikt) en hygiënisch (door de wegwerp-lensfilters). Nadeel: je gebruikt de thermometer best niet bij pasgeboren baby’s, omdat de gehoorgang dan nog te klein is en de meting niet accuraat. En een ander nadeel: als je kind een oorontsteking heeft, is de meting ook niet zo representatief (het ontstoken oor zal dan een hoge temperatuur aangeven, terwijl de kerntemperatuur daarom niet per se verhoogd is in dezelfde mate). Maar dat is het zowat, voor de rest is het snel, gemakkelijk en comfortabel!

Brr…. over ondertemperatuur bij kindjes

Het is niet mijn bedoeling om hier een moraliserend stukje te schrijven, en ik wil zeker niet pretenderen dat ik een expert ben… Maar ik wil gewoon iets vertellen over een verschijnsel dat mijns inziens nog vaak onderschat wordt: ondertemperatuur bij baby’s en kleine kindjes.

Wat is ondertemperatuur? Wel, de naam zegt het eigenlijk al zelf. Je kind heeft dan gewoon een te lage lichaamstemperatuur (lager dan 36°C). Bij kleine kindjes kan dit gewoon te verklaren zijn doordat ze, zeker in de winter, wat te koud aangekleed zijn (kleine baby’s hebben vaak moeite om hun temperatuur juist te kunnen regelen). Het kan echter ook een teken zijn van een (zware) infectie. Soms reageren baby’s en kleine kinderen niet zoals gewoonlijk op een infectie (met koorts dus), maar krijgen ze te maken met zo een daling van de temperatuur (soms gevolgd door een koortspiek). Heel veel valt daar verder niet over te zeggen. Het enige dat je op zo een moment kan doen is je baby extra warm induffelen (lichaamswarmte helpt nog het best, knuffelen dus! ;-)) en het gedrag en de temperatuur goed in de gaten houden. Geeft de baby een zieke indruk? Reageert hij/zij anders dan normaal? Is er iets waarvan je moederinstinctalarmbellen beginnen af te gaan? Bel dan de dokter en laat het zo snel mogelijk nakijken. Denk niet “de baby heeft geen koorts, dus zal hij/zij niet erg ziek zijn”. Ga gewoon op je gevoel af.

Elise heeft vaak te maken met bovenstaand scenario. Ze maakt wel gewoon koorts als ze ziek is, maar vaak (eigenlijk altijd) wordt dit gevolgd door enkele dagen waarop ze haar temperatuur niet goed kan houden. Recent nog had ze het ook voorafgaand aan de koorts: haar temperatuur zakte tot 35°C, ze was aan het rillen en aan het klappertanden. Na veel induffelen en knuffelen is ze bij mij in slaap gevallen, om een kleine 2u later plots 39,5°C te hebben en helemaal knock out te zijn. Toch niet zo onschuldig dus. Na haar koortspiek kreeg ze haar temperatuur gedurende een tweetal dagen niet zelf op peil. We hebben haar in de huidige warmte in een winterpyama met een lange body te slapen gelegd onder 2 dekens. Pas dan was ze op temperatuur en kon ze rustig slapen. Na 2 dagen van extra kledinglaagjes was ze terug in orde.

Het punt van mijn verhaal? Let er voor op. Dat is alles. Die thermometer geeft niet de enige waarheid aan of is niet de enige parameter, ga op je gevoel af. En ook nog het volgende:
Neen, de baby was niet gewoon “te koud aangekleed” (als het binnen 24°C is, is dat nogal moeilijk).
Ja, die temperatuur was wel echt zo laag (ik kan intussen correct met een thermometer werken, en heb het 2x gecheckt….).
Sommige lichaampjes werken nu blijkbaar net iets anders dan volgens het boekje. Het zij zo.

🙂

 

Summer vibes met kind versus zonder kind….

De laatste dagen konden we geniet van de eerste zomerse dagen van het jaar. Zalig! Maar blijkt dat er toch een heel verschil is tussen genieten van de zomer met kind en zonder kind. Bijvoorbeeld:

  • Zonder kind is die eerste zon gewoon het ideale moment om met de benen omhoog te gaan zitten en een beetje een kleurtje te krijgen (poging doen tot). Met kind wordt elke zonnestraal plots een gevaar waar je je kind tegen moet beschermen. Akkoord, ik overdrijf een beetje. Ik weet stiekem ook wel dat die zon niet zoveel kwaad kan, zolang je kind niet constant in de volle zon vertoeft en er goed zonnecrème wordt gesmeerd. Maar toch. Als haar armpjes ’s avonds een beetje rood zijn, ben ik al bezorgd dat ze niet genoeg ingesmeerd was (jaja, overdreven, I know). Onbezorgd zonnen? Forget it.
  • Naast de zorgen over de zonnestralen, brengt die eerste warmte ook andere zorgen met zich mee. Wat doe je je kind aan, wanneer heeft zij het te warm? En hoe laat je een baby rustig slapen in de warmere kamer? Wanneer heeft ons meisje genoeg gedronken? Of zou ze dorst hebben? Allemaal vragen die constant door mijn hoofd gaan. Overbezorgde mama? Check!
  • Ik had een idyllisch beeld voor ogen van ons meisje die vrolijk door het gras kruipt (en die binnen enkele maanden haar eerste stapjes zet op de zachte grasmat, en geniet van het gevoel van gras onder haar voetjes). De realiteit blijkt echter te zijn dat Elise dat gras onder haar voetjes maar niks vindt. Neenee, geen haar op haar hoofd dat eraan denkt om daarover te kruipen. Als ze staat op het gras, staat ze op de tip van 1 voet en heft ze de andere voet op. Kwestie van zo weinig mogelijk raakvlak te hebben met dat vervelend kriebelende gras (slim is ons meisje wel). En na enkele seconden begint ze gewoon te jammeren tot ze wordt opgepakt. En wie dacht dat het dan opgelost was: nee hoor! Want dan is ze natuurlijk verveeld omdat ze enkel wordt vastgehouden en niet “kan” kruipen. Dus wordt er weer gejammerd. Een speelmat leggen op het gras bleek een goede oplossing. En voor één keer moesten we ons geen zorgen maken dat we haar uit het oog zouden verliezen: het gras werkte als een soort ravijn. No way dat ze daarover kruipt. Haar ontsnappingsdrang is (voorlopig) nog net niet groot genoeg 😉
  • Buiten eten blijkt ook heel anders te verlopen dan vroeger. Eerst en vooral is de tijd die je effectief aan tafel doorbrengt veel beperkter (zie onder andere uitleg hierboven). En ongestoord eten of de gesprekken met de tafelgenoten volgen blijkt plots veel moeilijker…. En besluit je de baby op schoot te nemen om even wat rust te hebben, blijkt ineens alles te veranderen in speelgoed (toch in de ogen van de dochter). Een mes? Fantastisch, dat blinkt zo mooi! Een bord? Kan je wel op de grond gooien waarschijnlijk. En een serviette? Zalig! Enfin, je snapt wel waarom om dat moment het bord ineens een halve meter verder wordt geschoven. Eten wordt dan plots wat moeilijker… En lang blijven natafelen is ook geen optie meer.

Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het zalig om die zomerdagen te hebben en onze dochter te zien genieten van het goede weer. Maar het is anders, dat staat vast. Ligt dat aan ons meisje? Nee hoor. Want die is eigenlijk superbraaf, geniet volop van het buiten spelen en maakt zeer goed (soms te goed) duidelijk wat ze wel en niet wil doen en wanneer ze zich goed voelt of niet. Het probleem (als je het al een probleem kan noemen) is veeleer mijn eigen onzekerheid en angst om iets verkeerd te doen. Maar wat wil je, ik heb nog geen ervaring met een zomer met een peuter… Zowel voor ons meisje als voor ons is het een zoektocht en ontdekkingstocht. Maar daar komen we wel uit. En verder genieten we nog wat van het goede weer. Volgende week is het alweer gedaan…

Genieten van de eerste zonnestraaltjes. Momentjes om in te kaderen, ondanks de kleine onzekerheden (bij mama dan vooral)

De eerste reis

Afgelopen weekend was het zover: we zouden voor de eerste keer op reis gaan met onze kleine meid (inmiddels toch ook al bijna 9 maanden oud). 1 woord om de voorbereiding samen te vatten: STRESS!

De bestemming was een huisje in de Ardennen, waar we samen met mijn schoonfamilie de 30ste verjaardag van mijn schoonzus gingen vieren. Ik had een uitgebreide checklist gemaakt met alle items die we moesten meenemen (1 klein koffertje voor onszelf, de rest van de auto zou gevuld zijn met babymateriaal). We gingen dit vrijdagvoormiddag allemaal bij elkaar zoeken en dan rustig na de fruitpap van de dochter vertrekken, zo rond 14u… Een planning waar weinig mee kon fout lopen…
Tot we het weerbericht in de gaten kregen. Er werd een sneeuwzone aangekondigd. En in het binnenland zou de sneeuw beginnen vallen om (je raadt het al) 14u… Het dorpje waar we naartoe zouden gaan is niet bepaald gelegen naast de autostrade, en besneeuwde hellingen proberen op rijden leek ons geen ideale start van de vakantie. En dus werd de planning aangepast: donderdagavond een speedsessie inpakken georganiseerd, en vrijdag om 10u30 zaten we in de auto op weg naar onze bestemming.

Het was de eerste keer dat ons meisje zo lang in de auto zou zitten: 1u was tot hiertoe haar maximum, en nu zouden we een rit maken van 3u. In plaats van tussenstops te plannen, besloten we gewoon het erop te wagen en af te wachten hoe ons kleintje het zou doen. En dat bleek mee te vallen: er was een kleine dramasessie juist voor een wegparking, en die sessie bleek snel opgelost na een pamperwissel (op het geïmproviseerde verzorgingskussen in de auto, zijnde de passagierszetel). Daarna werd er nog wat geslapen, en enkel het laatste half uur was lastig (maar dat bleek vooral aan de honger te liggen). 3u na vertrek stonden we zonder wegproblemen op onze bestemming en kon het volgende stresspunt zich aandienen: onze dochter is namelijk gewend om rustig op haar eigen kamer te slapen. Nu moest ze bij mama en papa op de kamer, en op enkele meters van de living waar er ’s avonds nog rustig gekeuveld werd. Bovendien lag haar jongste nichtje (er zit maar 3 weken leeftijdsverschil tussen) in de kamer ernaast, en zat er in de praktijk 10cm en 1 gyproc muurtje tussen de 2 baby’s. Of ze goed zou kunnen slapen in al dat lawaai, was dus nog maar de vraag.
Maar onze vrees bleek onterecht: onze dochter sliep als een roos. Haar eigen kroelknuffeltjes waren mee, ze had haar vertrouwde slaapzak, en mama en papa vlakbij. Meer bleek niet nodig te zijn. Ook overdag werd er flink geslapen. Ze heeft genoten van wandelingen in de Ardense buitenlucht, en was in haar nopjes als ze met iedereen mee aan tafel kon zitten. Met andere woorden: ze deed dat voorbeeldig.

De terugreis werd dus met veel minder stress aangevat dan de heenreis. En opnieuw terecht. Hoewel ik volgende keer de autorit liefst minstens 30min minder lang zou willen maken, durf ik zeggen dat ons meisje dat goed heeft gedaan. Zo goed, dat we zelfs al durven nadenken over een nieuwe vakantie. De bestemming? Die laten we nog even in het midden. 😉

Meer mogelijkheden, meer keuzes, meer verantwoordelijkheid

“Meer en meer merken we dat wat we doen als ouder niet vrijblijvend is”

Onze kleine meid is ondertussen al meer dan een half jaar het middelpunt van ons leven. Ze groeit enorm snel en lijkt wel elke dag iets nieuws te ontdekken: haar eigen voeten en tenen zijn een onuitputtelijke bron van verwondering, de baard van haar papa wordt elke dag minutieus onderzocht, elk labeltje en etiket wordt grondig bestudeerd. Haar arsenaal aan klanken is al enorm gegroeid, en ze begint meer en meer van de wereld te begrijpen: als ik vraag “waar is papa?” kijkt ze doelbewust naar mijn vriend en weet ze wat ik bedoel.

Hoe meer ik versteld sta van wat ze allemaal kan, hoe meer uitdaging ik ook vind aan het ouder zijn: meer en meer komt het besef dat wat we beslissen ook effectief gevolgen heeft en dat onze dochter begint te begrijpen dat ze door bepaald gedrag een doel kan bereiken.

Tot voor kort was ik van het principe dat je een baby niet kan verwennen gedurende de eerste maanden. Als onze dochter huilde, ging ik ze troosten zonder mij daar vragen bij te stellen. Nu troost ik haar uiteraard nog steeds, maar dan wel nadat ik mij eerst de vraag heb gesteld of er wel echt iets scheelt en het niet enkel een poging is om wat extra aandacht te krijgen.
Waar ik het vroeger niet erg vond dat de tv overdag veel op stond als ons meisje bij ons was, probeer ik nu op te letten dat we haar niet leren dat het oké is om heel de dag de tv aan te laten staan. En probeer ik nu op te letten welke programma’s we opzetten als de baby kan meekijken. Meer en meer merken we dat wat we doen als ouder niet vrijblijvend is en dat onze beslissingen meer gewicht krijgen.
Ook de opties waaruit we kunnen/moeten kiezen zijn veel talrijker: in het begin is de keuze om het simplistisch uit te drukken beperkt tot eten of slapen, nu zijn er veel meer mogelijkheden. Geven we de baby eerst fruitpap of groentepap? Doen we koekjesmeel onder de fruitpap of kiezen we voor een ongezoete granenmix? Geven we voeding uit een potje of maken we alles vers? Hoe laat is het bedtijd voor onze meid?

Gaandeweg vinden we wel onze antwoorden. En het blijft mij verwonderen dat die antwoorden vaak door ons meisje zelf worden aangereikt. Van groentepap kreeg ze enorme buikpijn, dus zijn we na een pauze van enkele weken gewoon met fruit begonnen (niet dat dit zo vlekkeloos verliep, maar beter dan met de groentepapjes). Voeding uit een potje blijkt voor haar gevoelige darmpjes beter te verteren dan vers gemaakte voeding. En rond 19u begint haar licht automatisch uit te gaan, en het blijkt een onmogelijke opgave om haar tot later dan 19u30 à 20u op te houden.
En dus leren we steeds opnieuw dezelfde les: misschien (waarschijnlijk) verandert het nog, maar op deze leeftijd weten kinderen blijkbaar instinctief waar ze behoefte aan hebben en reguleren ze zichzelf. Als ouder is het dan onze taak om hier goed naar te luisteren en op in te spelen.

Bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit is een veelvoorkomende zwangerschapskwaal. Bij sommige vrouwen leidt dit tot wat moeite met opstaan en wandelen (wat bij bijna elke hoogzwangere vrouw voorkomt), bij andere vrouwen zorgt het ervoor dat ze tegen het einde van hun zwangerschap aan een rolstoel gekluisterd zijn.

Maar wat is bekkeninstabiliteit nu eigenlijk?
Onder invloed van de zwangerschapshormonen wordt het bekken soepeler. Op zich een normaal proces, omdat het zorgt dat de baby gemakkelijker door het geboortekanaal passeert. Een mechanisme van moeder natuur dat we eigenlijk moeten toejuichen.
Bij sommige vrouwen wordt het bekken echter te soepel. Alles gaat dan, om het simpel te zeggen, een beetje los zitten en moeilijker bewegen. De samenhang die nodig is in het bekken om wandelen e.d. mogelijk te maken, gaat dan (gedeeltelijk) verloren. Resultaat: pijnklachten, moeilijk of niet kunnen wandelen, vermoeidheid, ….Het hele gamma van bekkeninstabiliteit dus.

Ook ik bleef tijdens mijn zwangerschap niet gespaard hiervan. Ik heb van nature al heel (te) soepele gewrichten, en de zwangerschapshormonen waren als het ware de druppel. Ik heb geen rolstoel nodig gehad, maar tegen het einde van de zwangerschap kon ik geen 100m meer wandelen. Ik zakte dan gewoon door mijn benen of kon het niet meer houden van de pijn.
Ik was nochtans al op 4 maanden zwangerschap met kinesitherapie begonnen vanwege bekkenklachten. Bekken mobiliseren, krachttraining, …. Die doorgedreven training was ongetwijfeld één van de redenen dat ik nog relatief lang op de been ben gebleven. Training van de spieren is belangrijk bij bekkeninstabiliteit: hoe sterker de spiere, hoe meer het bekken toch bij elkaar gehouden kan worden. En hoe minder klachten er dus zullen zijn.
Na mijn zwangerschap was ik aanvankelijk heel optimistisch: omdat de druk van de baby weg was (letterlijk) had ik plots veel minder last van bekkenpijn. Ik kon moeilijk wandelen de eerste weken, maar dat lag meer aan het herstel van de hechtingen dan aan de bekkenproblemen. 2 maanden na de bevalling ben ik terug met kinesitherapie begonnen, maar dacht ik dat ik er vrij snel vanaf zou zijn. Nog 1 maand later stond ik klaar om terug te gaan rotsklimmen en geraakte ik zelfs helemaal tot boven (*vreugdedansje*). Maar hoe actiever ik werd, hoe meer ik begon te merken dat mijn lichaam daar eigenlijk nog niet aan toe was. Kinesitherapie werd wat opgedreven. Ik moest veel bewegen, veel wandelen en fietsen, maar nooit langer dan 20min achter elkaar om mijn bekken niet te overbelasten. 2 à 3 keer per week maakte de kinesist alle blokkades los en kon ik er weer een paar dagen tegen. Even leek alles een beetje hopeloos te worden.

Uiteindelijk bleek terug gaan werken voor mij (fysiek gezien) de beste remedie. Ik loop nogal veel rond, zal eerder naar een collega zijn bureau wandelen om iets te vragen in plaats van de telefoon te nemen, ik doe regelmatig een wandeling tijdens de middagpauze, ga met de fiets naar het station… Kortom, ik doe veel relatief korte inspanningen op een dag. En dat bleek de goede tactiek. Langzaamaan werd ik een beetje sterker. Kinesitherapie kon weer worden afgebouwd naar 1 keer per week of soms zelfs per 2 weken. Nog steeds moet ik op mijn hoede blijven voor overbelasting, maar het duurt telkens langer voor ik die grens bereik. Ik moet nog steeds opletten wat ik thuis doe (poetsen, was insteken, …. zijn in principe allemaal risico-activiteiten) maar kan steeds meer zonder achteraf de tol te moeten betalen. En belangrijker: ik kan terug zonder al te veel zorgen mijn cohtertje oppakken, ermee spelen, in de kinderwagen leggen, in bed leggen, … En zo komt er dus toch stilaan licht aan het einde van de tunnel.

Aan andere vrouwen die last hebben van bekkeninstabiliteit kan ik enkel maar de raad geven om vroeg genoeg te starten met kinesitherapie en doorgedreven training (weliswaar op maat). Soms zullen gynaecologen bijvoorbeeld zeggen dat bekkenpijn er gewoon bij hoort als je zwanger bent. Dat is tot op zekere hoogte waar, maar niet als het je functioneren echt belemmert. Dan moet je op zoek naar een manier om er bovenop te geraken. Laat niemand je vertellen dat je jezelf aanstelt of dat je je er niet te veel van moet aantrekken. Als je pijn hebt, laat je dan helpen. Je wordt er zelf beter van, en zal dus ook beter voor je kind kunnen zorgen. En onthoud: het herstel is van lange duur, maar het is haalbaar. De volhouder wint 🙂

Over het nut van…een taakverdeling

“het geeft rust om te weten wat je die avond moet doen, en vooral wat je niet moet doen”

De combinatie werk – gezin is niet zo evident. In het begin is het een leerproces, waar je allebei met vallen en opstaan in moet groeien.
Wij zelf hadden aanvankelijk het gevoel dat er een berg werk was nadat je thuiskomt van het werk (wat in zekere zin ook waar is), en hadden het moeilijk om orde te brengen in de chaos. Elke avond dezelfde vragen: wie let er op de baby? Wie maakt eten? Wie zorgt ervoor dat de dochter haar tas klaar is voor de volgende dag?
Tot we een tip kregen om aan het begin van de week de taakverdeling vast te leggen. We spreken nu op voorhand af wie welke dag dag bepaalde taken op zich neemt. Wie gaat er naar de kippen? Wie zorgt voor de vaatwasser?

Ik moet zeggen: het is iets wat ik iedereen kan aanraden. Het geeft rust om op voorhand te weten wat je die avond moet doen en vooral wat je niet moet doen. Het spaart ook discussie en vermijdt dat iemand zich benadeeld voelt.
Belangrijk detail ook: we beperken het aantal taken. Op voorhand spreken we dus eigenlijk af om ons pas bijvoorbeeld op donderdag met de was bezig te houden. Of pas in het weekend te poetsen. En we doen ons uiterste best om dat te respecteren. Uiteraard zijn we niet te rigide: als er iets onvoorzien gebeurt, kunnen we de planning aanpassen (en dat is met een baby niet te vermijden). Maar er is een basis om van te vertrekken.

Misschien gaan we dit niet de volgende jaren elke week op papier zetten. Misschien (en hopelijk) vinden we op den duur een routine die gewoon vanzelfsprekend is. Maar tot zover geven we onszelf tijd en doen we het op deze manier. En ik raad het iedereen aan!

Groeien na tijden van crisis

“na elke overwonnen crisis voel ik mij sterker als mama”

Voor mijn dochter geboren werd had ik altijd alles min of meer onder controle. Ik had alles gepland: elke week het menu volledig uitgestippeld, volledige boodschappenlijst gemaakt zodat mijn vriend maar 1x per week naar de winkel moest,… Als er iets onverwachts gebeurde, gooide ik zonder problemen de planning om en zorgde dat alles toch nog in orde was. Ik was een waar talent in organisatie en kon het hoofd koel houden.
Sinds mijn dochter er is, is dat allemaal anders. Ik plan nog steeds een weekmenu, maar de keren dat we dat moeten omgooien zijn bijna talrijker dan de keren dat alles blijft. Ik maak nog steeds een boodschappenlijst, maar vergeet dan de helft er op te zetten.
En dan wordt de kleine meid ook nog eens ziek. Ik was nooit paniekerig op dat vlak. Maar als ik de temperatuur van mijn baby meet, stijgt bij elk beetje boven de 37,5° mijn stressniveau met ongeveer 200%. Alles boven de 39° en ik voel een regelrechte paniek in mij opborrelen. Rustig blijven tegenover de dochter lukt dan wel (hoera het moederinstinct?) maar inwendig ga ik elke ziekte die ik ken af en vraag mij af of het dat kan zijn. Zoek ik zelfs op Google (ook al weet ik dat dat het slechtste is dat je in zo een situatie kan doen). Vraag ik mij alles af: een extra dekentje geven of niet? Extra papje tussendoor om het vocht op peil te houden? Proberen het normale schema te respecteren? Naar de huisarts? Of ineens naar de kinderarts? Alles wordt ineens minder duidelijk.
Maar even belangrijk: mijn gevoel volgen blijkt meestal te werken. En tot hier toe komt het ook altijd in orde. En bij elke crisis die we zo overwinnen, groeit het vertrouwen in mezelf als mama. Dat ik het misschien toch goed inschat. En dat mijn dochter daar alleen baat bij heeft. Er is hoop. En hoop, daar doen we het voor 🙂

Verborgen reflux – de fabel van de roze wolk doorprikt

“er was eerder sprake van onweerswolken”

Toen ons meisje geboren werd liep alles van een leien dakje. We hadden een superrustige baby. We waren in de wolken dat alles zo goed ging.

Tot een paar weken later. De dochter begon meer en meer te huilen. Niet gewoon zagen, maar echt ontroostbaar huilen. Meerdere uren per dag. Mijn vriend en ik waren ten einde raad.

De huisarts vertelde ons dat er geen probleem was. Baby’s huilen nu eenmaal. Maar ik voelde aan alles dat er meer aan de hand was. Dus: op naar de kinderarts. Die kwam al snel met de diagnose verborgen reflux. Simpel gezegd: reflux waarbij de voeding die vanuit de maag terug vloeit, niet uit de mond komt maar in de keel of mondholte blijft. Onzichtbaar dus, en daarom vaak moeilijk vast te stellen.

We zijn dan onmiddellijk van pap veranderd en hebben medicatie opgestart. Intussen zijn we meer dan 3 maanden verder en heeft onze meid amper nog klachten.

De euforie van in het begin was dus snel verdwenen. Heel de dag met een wenende baby rondlopen, dat vreet. Ik telde de uren af tot mijn partner/ de kraamhulp/ mijn moeder er waren. Dan voelde het als een verlossing dat ik onze meid even uit handen kon geven. Ik nam een douche in plaats van een bad zodat ik het geschreeuw even niet kon horen. 10 minuten douchen voelde als 2 dagen vakantie.

Op verplaatsing was ons meisje vaak rustiger. Volgens de vroedvrouw een normaal verschijnsel, maar voor mij een bron van zelftwijfel: doe ik iets verkeerd? Ben ik geen goede mama?

Pas toen we begrip kregen van de kinderarts en de medicatie de juiste beslissing bleek, keerde de rust wat terug.. Maar nog steeds had ik schrik om bv. alleen met de baby te gaan wandelen. Want wat als ze plots weer hysterisch begon te huilen? Stap voor stap heb ik mij hier min of meer over gezet. Ik ben nu veel geruster. Maar als onze meid terug een huilbui heeft (bijvoorbeeld door een fikse verkoudheid), zie ik alles zo terug voorbij flitsen.

Een roze wolk? Die heb ik dus grotendeels gemist. Er was eerder sprake van onweerswolken.

Maar het positieve: ook dat is voorbij gegaan. De rust is terug. Niet voor altijd, dat besef ik maar al te goed. En dus genieten we er nu extra hard van.