Over vanalles…(en niets)

“Parenting: if you’re not tired, you’re not doing it right”

Morgen is het zover: dan beginnen mijn vriend en ik aan onze zelf opgelegde uitdaging om een maand lang geen (geraffineerde) suikers te eten. Daar waar ik mij in het begin zorgen maakte dat ik serieus zou moeten afkicken (ik ben nogal een zoetebek), maak ik mij nu al heel wat minder zorgen. Een stevige buikgriep die dit weekend in ons gezin de ronde heeft gedaan, heeft er automatisch voor gezorgd dat snoep mij ook op dit moment niet zo veel zegt en mijn eetpatroon de laatste dagen veel soberder is. Die overgang is dus al gemaakt. Een geluk bij een ongeluk dus, of hoe zeggen ze dat? 🙂 Nu alleen nog kwestie van volhouden…

De laatste dagen zijn hier nogal hectisch geweest. Het afgelopen weekend waren mijn vriend en ik ziek (die befaamde buikgriep dus, een cadeautje van ons dochtertje die de week ervoor ziek was). Niet dat ik zielig wil doen (er zijn veel ergere dingen dan een buikgriep), maar we voelden ons ellendig. Tot niets in staat behalve op de zetel liggen (zelfs tv kijken was er in het begin te veel aan). Gelukkig kon ons dochtertje 2 nachten logeren bij mijn schoonouders, waar we wisten dat ze in goede handen was. Zo konden wij wat uitzieken. De schoonouders zijn trouwens intussen ook ziek geworden, net zoals mijn moeder, ons dochtertje is gul geweest met de virusjes in haar buikje!
Intussen zijn we er weer wat bovenop. Maar uitzieken zonder kindjes of met kindjes blijkt dus toch wel een groot verschil te zijn:

  • vroeger sliep ik uit als ik ziek was. Met een baby in huis is uitslapen (relatief, want mijn biologische klok is sowieso quasi perfect afgestemd op die van onze dochter, maar soit) een utopie. En uitslapen = uitzieken, dus dat herstel duurt gewoon langer dan ervoor
  • als er niemand in huis is waar je voor moet zorgen, doe je waar je zin in hebt. Ben je misselijk? Dan blijf je gewoon weg uit de keuken. Ik kan u zeggen: ik ben zeer blij dat ik pas zondag de eerste keer mijn dochtertje terug patatjes moest geven. Want zelfs dan was de geur alleen al bijna genoeg om mij terug te laten kokhalzen. Als ik dat een dag eerder had moeten doen, was het gegarandeerd fout gelopen.
  • en dan beslist de dochter om een kakapamper van jewelste te produceren, en speelt ongeveer hetzelfde scenario als hierboven zich af. Opnieuw: blij dat dit pas zondag gebeurde. Zaterdag zou het voor zowel mezelf als mijn vriend de genadeslag zijn geweest.

Pas op, ik klaag niet. Ik ben heel blij dat ons dochtertje goed is opgevangen bij mijn schoonouders. En ik was nog blijer dat we ze zondag eindelijk terug bij ons hadden. Want de stilte deed dan wel deugd in huis, maar eigenlijk vond ik het vooral té stil. Ik ruil die kleine “minpuntjes” van hierboven dus voor geen geld van de wereld in voor meer rust, ik neem ze er met relatief plezier bij. Maar ik stel wel vast dat ik, voor er een kindje was, sneller hersteld was van zoiets. Terwijl mijn spijsverteringsstelsel nu nog bezig is met te bekomen en ik er een fikse verkoudheid bij heb.

En het moment waarop ik besefte dat ik dit allemaal nooit meer zou willen missen: zondag bleek ons meisje plots in staat om zelf recht te gaan staan (en te blijven staan) met hulp van de activity walker. Gewoon, ineens. Ik zat ernaast maar was even niet aan het kijken, en een minuut later hoor ik blije kreetjes en zie ik ze stevig op de beentjes staan. Ze was apetrots. Een beetje later ging ze op haar poep zitten en begon zo wat rond te schuiven (wat ik vroeger zelf ook deed, maar zij nog nooit had gedaan). Ons meisje had dus vanalles geleerd op korte tijd. En dat mogen zien, weten dat ze het goed doet, en dat ze gelukkig is, maakt de kokhalsneigingen bij de patatjes en kakapampers meer dan goed!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *