Mild voor anderen, streng voor jezelf?

Ik heb een tijdje met een soort van “writers block” gezeten, zoals jullie wellicht hebben gemerkt. Dat wil absoluut niet zeggen dat ik ook effectief heb stilgezeten, maar om één of andere reden lukte het mij even niet om alles te verwoorden. Meerdere keren de afgelopen weken heb ik achter mijn laptop gezeten en ben ik begonnen aan een stuk, dat ik dan om telkens weer een andere reden niet kon afwerken. Geen inspiratie, de goede woorden niet vinden, … En vaak ook de overtuiging dat wat ik schrijf, misschien allemaal toch niet zo interessant is. Maar nu besef ik dat dat niet de bestaansreden van mijn blog is: ik schrijf niet enkel om anderen te plezieren of te entertainen (als dat lukt is dat natuurlijk mooi meegenomen), maar ik schrijf om mijn eigen ervaringen te delen en hopelijk gelijkgestemde zielen te bereiken. En dat kan alleen maar door gewoon te schrijven hoe het zit, anders schiet niemand er iets mee op natuurlijk. Dus hop, ik geef mezelf een spreekwoordelijke schop onder kont, en vlieg er terug in!

Behandel je naasten zoals je zelf behandeld wil worden. En omgekeerd.

Bovenstaande zin (deel 1) is een leefregel waar ik volledig achtersta. De filosofie spreekt in mijn ogen voor zich: als je zelf iets niet wil meemaken, ga je er ook niet voor zorgen dat anderen dat wel meemaken. Punt. Iets wat niet veel verdere uitleg behoeft en iets wat ook voor de meesten onder ons vanzelfsprekend is.
Het tweede deel (en omgekeerd) is in mijn ogen een heel ander verhaal. Want je moet jezelf ook niet aandoen wat je een ander ook niet toewenst. Lijkt heel vanzelfsprekend, maar ik heb gemerkt dat dat toch een pak moeilijker ligt dan de meer gekende versie van de spreuk.

Ik zal er meteen ook bij vertellen welk gegeven dit voor mij heel duidelijk heeft gemaakt: ik merk dat ik totaal niet veroordelend ben tegenover andere mama’s, maar dat ik mezelf geen enkele “fout” of tekortkoming gun. En dat is verdomme vermoeiend.

Een voorbeeld:
Als ik in de winkel een peuter zie die een driftbui doormaakt, en ik zie de (vaak wanhopige) mama er naast staan, heb ik in de eerste plaats medelijden. Toegegeven, vroeger vond ik dat vooral irritant. En ik ga nu niet beweren dat een krijsende peuter tot mijn favoriete omgevingsgeluid behoort als ik in de supermarkt sta. Maar sinds ik zelf mama ben (en zeker nu ons dochtertje ook haar eerste driftbuien doormaakt), ligt dat toch anders. Omdat ik weet dat je die dingen als mama (of papa) niet altijd in de hand hebt. Omdat ik weet hoe wanhopig je je kan voelen als zoiets gebeurt, en zeker als je dan nog eens de boze blikken uit de omgeving door je heen voelt snijden. Als ik dat zie, leef ik dus in eerste plaats mee met de mama (of papa) in kwestie. Maar als Elise zelf een driftbui krijgt buitenshuis, heb ik absoluut geen medelijden met mezelf en voel ik gewoon in de eerste plaats diezelfde blikken uit de omgeving door mij snijden. Terwijl ik achteraf wel besef dat ik er niets aan kon doen. Je kan nu eenmaal niet veel veranderen aan het feit dat je dochter plots alles wat ze ziet in het karretje wil laden, en dat niet mag. De ene dag aanvaardt ze dat zonder morren, de andere dag (een beetje meer vermoeid, een beetje hongerig,…) is dat de aanleiding voor een driftbui. Dat is een gegeven waar ik niet buiten kan. En dat moet ik dus leren loslaten.

Bovenstaand voorbeeld geldt eigenlijk voor zowat alles wat met opvoeding te maken heeft: ik heb alle (maar dan ook echt alle) begrip voor mensen die hun kind(eren) pas gaan halen in de crèche tegen sluitingstijd om wat extra me-time te hebben. En ik heb ik ook oneindig veel respect voor mama’s die net zoveel mogelijk tijd met hun kinderen willen doorbrengen en hun carrière er zelfs voor opgeven of ervoor op de rem gaan staan. Maar als ik zelf beslis om Elise een uurtje later te gaan halen in de crèche om eerst nog even rustig eten te kunnen maken, wat te poetsen, of gewoon even rustig in de zetel te ploffen, bekruipt mij toch vaak het gevoel dat ik een slechte mama ben. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om een oordeel te vellen over de mama die regelmatig een afhaalmaaltijd op het menu zet of die frietjesdag als een geschenk uit de hemel beschouwt. Maar als ik er zelf niet in slaag om elke dag min of meer gezond eten op tafel te zetten, voelt dat aan als een falen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ik die dingen niet gewoon doe: ik geniet ook ten volle van een frietjesmaaltijd, en vind het een verademing als ik eens niet moet koken. Maar dat oordelen over mezelf, daar is nog wat werk aan.

Vandaar mijn pleidooi voor meer mildheid tegenover mezelf. Behandel jezelf zoals je anderen wil behandelen, dat is toch een mooi levensmotto, nietwaar? We blijven eraan werken 🙂


Om bij stil te staan

Ik heb geen andere mensen nodig
om mezelf in vraag te stellen
dat doe ik zelf al genoeg

ik heb geen andere mensen nodig
om te twijfelen of ik het goed doe
aan twijfel heb ik sowieso geen gebrek

ik heb geen andere mensen nodig
om mij te wijzen op mijn gebreken
ik zie die zelf ook als ik in de spiegel kijk

ik heb wel andere mensen nodig
meer dan ooit zelfs
voor een schouderklopje af en toe

ik heb andere mensen nodig
om te horen
“je doet dat goed”

ik heb andere mensen nodig.
Net als iedereen.
Maar wat ik het meest nodig heb
is een beetje steun….

Over slapen… of net niet

Vorige week waren we bij de huisarts. Toen zowel ik als mijn vriend aangaven dat we serieus vermoeid zijn, kregen we (kort samengevat) de nogal botte reactie dat dat nu eenmaal bij het leven met jonge kindjes hoort, en dat we eigenlijk geen reden tot klagen hebben. Bam. Tot zover de empathie. Nochtans tot hiertoe nog nooit te klagen gehad op dat vlak van de huisarts, maar nu was dat dus even anders.

Ik weet ook wel dat wij moeilijk kunnen zeggen dat we een slechte slaper hebben met ons dochtertje. Ze ligt om ten laatste 19u in bed en in theorie slaapt ze door tot 6u ’s morgens. 11u rust dus. Zou je denken.
In de praktijk bedoelen we met “doorslapen” dat ze meestal ’s nachts geen eten nodig heeft. Niet dat ze ’s nachts niet wakker wordt. Op een paar uitzonderlijke nachten na, staan we meestal elke nacht 3 à 4 keer op om even haar tutje terug te geven. Veel is er dan niet aan de hand: ze wordt gewoon schreeuwend wakker, en het teruggeven van het tutje is als een slaappil: meestal valt ze onmiddellijk terug in slaap. En als ze zelf niet terug in slaap geraakt, halen we de muziekbeer boven (van den Aldi, beste 10 euro ooit 😉 ) en lukt het op die manier meestal wel.

Maar waar ons meisje altijd (meestal) snel terug in slaap valt, is dat voor mama en papa meestal moeilijker. Want eenmaal je slaap onderbroken is, duurt het toch altijd even voor je terug in slaap geraakt. Om dan een paar uur laten opnieuw uit je slaap te worden gehaald. En nog eens. En als je pech hebt, nog eens… We wisselen dan wel af betreft het opstaan (de ene nacht sta ik op, de andere nacht mijn vriend), maar als de baby weent zijn we meestal toch allebei wakker. “Tutjeswacht” of niet.

Daarbij heeft ons meisje soms de neiging om al rond 5u ’s morgens wakker te worden. Of misschien 5u20, maar voor mij is dat hetzelfde. Zolang het geen 6u gepasseerd is, ben ik mentaal nog niet klaar om aan mijn dag te beginnen. En dan moet je weten dat ik een ochtendmens ben in vergelijking met mijn vriend. Om maar te zeggen: hoe schattig ik ons meisje ook vind, en hoe leuk het ook is om haar ’s morgens lachend te horen wakker worden, voor 6u ’s morgens is dat allemaal een pak minder schattig.

Het helpt ook niet dat het einde van de winter nadert: een lange periode van donkere dagen en een continue aanvoer van verkoudheid – en andere virussen, het doet wat met een mens….

Wat mijn punt eigenlijk is: objectief gezien halen wij misschien wel het aantal uren slaap dat iemand nodig heeft om goed te functioneren. En ik weet heus wel dat er mensen zijn die slechtere nachten hebben, om welke reden ook. Maar ik geloof niet dat dat de enige maatstaf is. Het gaat er niet om of je moe “kan” zijn in zo een situatie. Die grens ligt voor iedereen anders? En dat we moe zijn, dat staat vast. Ons ritme wordt erdoor bepaald. We staan vroeg op, maar meestal liggen we in ons bed als de klok 21u slaat. Doodop.Vind ik dat erg? Nee, het is een andere levensstijl, en ik geraak er aan gewend. Maar zou ik graag terug wat meer energie hebben? Yes please!

Ik kan u wel zeggen: waar ik vroeger soms een uur nodig had om de slaap te vatten, lukt dat nu op maximum 10min. Er zijn dus ook positieve kanten!

Omgaan met kritiek (en hoe die te leveren)

“Mensen hebben bij negatieve dingen de neiging dit toe te schrijven aan zogenaamde opvoedingsfouten, en de positieve dingen aan het karakter van het kind”

Als ouder ontsnap je er niet aan: bijna iedereen heeft wel een mening over hoe je je kind opvoedt, en de meeste mensen aarzelen niet om die mening te delen. Daar waar we terughoudend zijn om iets te zeggen over een lelijke trui die iemand aan heeft, zien we er geen graten in om onze mening te ventileren als het over de opvoeding van de kinderen gaat. De wereld op zijn kop?

Ik geef toe, voor ik zelf mama was deed ik daar ook aan mee. Want dan lijkt het allemaal zo gemakkelijk en zo duidelijk. Sinds mijn dochtertje geboren werd, probeer ik daar veel harder op te letten. Het uitgangspunt: ieder doet zijn eigen ding. En dat is dan misschien anders dan hoe ik het zou doen, maar ik ga er van uit dat elke ouder handelt in het belang van het kind.

Maar als je dan toch de behoefte voelt om je mening te delen, zou ik willen oproepen om ook de positieve dingen te zeggen die je ziet. Want waar een nieuwe ouder extra aan het twijfelen slaat als je zijn of haar manier van opvoeden in vraag stelt, kan diezelfde ouder volledig openbloeien als er eens gezegd wordt hoe goed iets gaat.
En een nog belangrijker detail: let op hoe je het verwoordt. Mensen hebben bij negatieve dingen de neiging dit toe te schrijven aan zogenaamde opvoedingsfouten (“amai, dat kind weent hier in de winkel, die heeft geen manieren geleerd”) en de positieve aan karaktereigenschappen van het kind (“amai, die is rustig, zo een flink kindje”). Maar misschien (en waarschijnlijk) kunnen de ouders er niet aan doen dat hun kind op de grond ligt te protesteren in de winkel. Kinderen volgen nu eenmaal niet altijd de planning en houden zich nog niet aan sociale normen. En even waarschijnlijk is het rustige kind ook rustig omdat de ouders de opvoeding aanpakken op een manier die voor hun kind werkt. En valt er de ouders dus op dat vlak zeker ook wat eer toe te schrijven.
En als je het op deze manier verwoordt, wordt iedereen daar alleen maar beter van, niet?