Het effect van mama zijn op je zelfvertrouwen….

Mama zijn, het doet wat met een mens. Van zodra die kleine spruit wordt geboren, is niets nog hetzelfde. Je leven verandert compleet, maar als mama verander je (noodgedwongen) even hard mee. Ik kan moeilijk zeggen dat ik nu nog dezelfde persoon ben als pakweg 2 jaar geleden. Vooral qua (zelf)vertrouwen is er één en ander veranderd.

Meer angst
Nog nooit ben ik zo vaak bang en onzeker geweest als sinds Elise is geboren.
 Zeker de eerste maanden stelde ik mezelf constant in vraag, en bij elke beslissing was er twijfel of dat wel de juiste beslissing was. Nu ik al een beetje verder ben en ik erop terugkijk, lijkt het absurd om nog maar te denken dat Elise er blijvende schade van zou ondervinden als ze een beetje langer met een vuile pamper moest blijven liggen of haar flesje iets te warm of te koud was. Maar toen waren dat echt wel reële problemen. En nu nog merk ik dat mezelf constant in vraag stel: Ben ik wel streng genoeg? Ben ik niet te streng? Geef ik ons meisje genoeg eten? Of net teveel? Heeft ze er geen last van als ze weer eens bijna het laatste kindje is in de crèche? Moeten we die verkoudheid nu toch niet eens laten nakijken door de dokter? Is er niets meer aan de hand?
Afin, je snapt het wel. Ik ben altijd al een piekeraar geweest, en dat is er het laatste anderhalf jaar dus niet op verbeterd.

Maar er is ook een keerzijde:

Nog meer vertrouwen
Hoewel ik dus nog nooit zoveel twijfels en angsten heb gehad als het laatste anderhalf jaar, merk ik ook dat ik sterker in mijn schoenen sta dan ooit tevoren. Het lijkt alsof er een soort basis van vertrouwen is die zelfs door al dat gepieker niet stuk kan. Het besef dat onze dochter gelukkig is. Ik wéét gewoon dat dat zo is, als ik haar ’s morgens uit haar bedje ga halen en ze onmiddellijk een brede glimlach op haar gezicht tovert. Ik wéét dat ik goed bezig ben als mijn meisje er zichtbaar van geniet om ’s morgens voor we naar het werk en de crèche moeten vertrekken, nog even 10 minuutjes mama’s aandacht te stelen en samen in de zetel naar Maya De Bij te kijken (I know, tv ’s morgens vroeg is misschien niet het meest pedagogisch verantwoord, maar dat rustmomentje voor we aan de dagelijkse rush beginnen is zo zalig). En ik wéét dat ik mijn dochter ken en dat ik op mijn moederinstinct kan vertrouwen. Al vaak genoeg is intussen gebleken dat dat immers volledig terecht was. Hoe vaak ik ook aan mezelf twijfel en hoe vaak ik mij ook afvraag of ik goed bezig ben, toch is er ergens diep vanbinnen het besef dat ik er op mag vertrouwen. En waar ik vroeger bijna nooit eens voor mezelf durfde op te komen, durf ik dat nu wel. Zeker als het over Elise gaat. Het cliché van de mamabeer blijkt dus toch wat te kloppen. Al zie ik het meer een beetje als een ijsberg: het zichtbare topje wankelt misschien soms, maar de enorme berg eronder is stabiel. Geen Titanic die daar verandering in kan brengen 🙂

Mild voor anderen, streng voor jezelf?

Ik heb een tijdje met een soort van “writers block” gezeten, zoals jullie wellicht hebben gemerkt. Dat wil absoluut niet zeggen dat ik ook effectief heb stilgezeten, maar om één of andere reden lukte het mij even niet om alles te verwoorden. Meerdere keren de afgelopen weken heb ik achter mijn laptop gezeten en ben ik begonnen aan een stuk, dat ik dan om telkens weer een andere reden niet kon afwerken. Geen inspiratie, de goede woorden niet vinden, … En vaak ook de overtuiging dat wat ik schrijf, misschien allemaal toch niet zo interessant is. Maar nu besef ik dat dat niet de bestaansreden van mijn blog is: ik schrijf niet enkel om anderen te plezieren of te entertainen (als dat lukt is dat natuurlijk mooi meegenomen), maar ik schrijf om mijn eigen ervaringen te delen en hopelijk gelijkgestemde zielen te bereiken. En dat kan alleen maar door gewoon te schrijven hoe het zit, anders schiet niemand er iets mee op natuurlijk. Dus hop, ik geef mezelf een spreekwoordelijke schop onder kont, en vlieg er terug in!

Behandel je naasten zoals je zelf behandeld wil worden. En omgekeerd.

Bovenstaande zin (deel 1) is een leefregel waar ik volledig achtersta. De filosofie spreekt in mijn ogen voor zich: als je zelf iets niet wil meemaken, ga je er ook niet voor zorgen dat anderen dat wel meemaken. Punt. Iets wat niet veel verdere uitleg behoeft en iets wat ook voor de meesten onder ons vanzelfsprekend is.
Het tweede deel (en omgekeerd) is in mijn ogen een heel ander verhaal. Want je moet jezelf ook niet aandoen wat je een ander ook niet toewenst. Lijkt heel vanzelfsprekend, maar ik heb gemerkt dat dat toch een pak moeilijker ligt dan de meer gekende versie van de spreuk.

Ik zal er meteen ook bij vertellen welk gegeven dit voor mij heel duidelijk heeft gemaakt: ik merk dat ik totaal niet veroordelend ben tegenover andere mama’s, maar dat ik mezelf geen enkele “fout” of tekortkoming gun. En dat is verdomme vermoeiend.

Een voorbeeld:
Als ik in de winkel een peuter zie die een driftbui doormaakt, en ik zie de (vaak wanhopige) mama er naast staan, heb ik in de eerste plaats medelijden. Toegegeven, vroeger vond ik dat vooral irritant. En ik ga nu niet beweren dat een krijsende peuter tot mijn favoriete omgevingsgeluid behoort als ik in de supermarkt sta. Maar sinds ik zelf mama ben (en zeker nu ons dochtertje ook haar eerste driftbuien doormaakt), ligt dat toch anders. Omdat ik weet dat je die dingen als mama (of papa) niet altijd in de hand hebt. Omdat ik weet hoe wanhopig je je kan voelen als zoiets gebeurt, en zeker als je dan nog eens de boze blikken uit de omgeving door je heen voelt snijden. Als ik dat zie, leef ik dus in eerste plaats mee met de mama (of papa) in kwestie. Maar als Elise zelf een driftbui krijgt buitenshuis, heb ik absoluut geen medelijden met mezelf en voel ik gewoon in de eerste plaats diezelfde blikken uit de omgeving door mij snijden. Terwijl ik achteraf wel besef dat ik er niets aan kon doen. Je kan nu eenmaal niet veel veranderen aan het feit dat je dochter plots alles wat ze ziet in het karretje wil laden, en dat niet mag. De ene dag aanvaardt ze dat zonder morren, de andere dag (een beetje meer vermoeid, een beetje hongerig,…) is dat de aanleiding voor een driftbui. Dat is een gegeven waar ik niet buiten kan. En dat moet ik dus leren loslaten.

Bovenstaand voorbeeld geldt eigenlijk voor zowat alles wat met opvoeding te maken heeft: ik heb alle (maar dan ook echt alle) begrip voor mensen die hun kind(eren) pas gaan halen in de crèche tegen sluitingstijd om wat extra me-time te hebben. En ik heb ik ook oneindig veel respect voor mama’s die net zoveel mogelijk tijd met hun kinderen willen doorbrengen en hun carrière er zelfs voor opgeven of ervoor op de rem gaan staan. Maar als ik zelf beslis om Elise een uurtje later te gaan halen in de crèche om eerst nog even rustig eten te kunnen maken, wat te poetsen, of gewoon even rustig in de zetel te ploffen, bekruipt mij toch vaak het gevoel dat ik een slechte mama ben. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om een oordeel te vellen over de mama die regelmatig een afhaalmaaltijd op het menu zet of die frietjesdag als een geschenk uit de hemel beschouwt. Maar als ik er zelf niet in slaag om elke dag min of meer gezond eten op tafel te zetten, voelt dat aan als een falen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ik die dingen niet gewoon doe: ik geniet ook ten volle van een frietjesmaaltijd, en vind het een verademing als ik eens niet moet koken. Maar dat oordelen over mezelf, daar is nog wat werk aan.

Vandaar mijn pleidooi voor meer mildheid tegenover mezelf. Behandel jezelf zoals je anderen wil behandelen, dat is toch een mooi levensmotto, nietwaar? We blijven eraan werken 🙂


Om bij stil te staan

Ik heb geen andere mensen nodig
om mezelf in vraag te stellen
dat doe ik zelf al genoeg

ik heb geen andere mensen nodig
om te twijfelen of ik het goed doe
aan twijfel heb ik sowieso geen gebrek

ik heb geen andere mensen nodig
om mij te wijzen op mijn gebreken
ik zie die zelf ook als ik in de spiegel kijk

ik heb wel andere mensen nodig
meer dan ooit zelfs
voor een schouderklopje af en toe

ik heb andere mensen nodig
om te horen
“je doet dat goed”

ik heb andere mensen nodig.
Net als iedereen.
Maar wat ik het meest nodig heb
is een beetje steun….

Slaap, kindje, slaap….

24 april. Dat wil op dit moment voor mij maar één ding zeggen: dat er eindelijk een paar weken aankomen waarin we een aantal verlof-/wettelijke feestdagen cadeau krijgen. Rust, met andere woorden. En dat is wat mij betreft geen moment te vroeg.

Want de laatste dagen zijn verschrikkelijk vermoeiend geweest. Ik kan u zeggen: er zit hier een wrak achter de laptop te bloggen. Het is 19u30, en ik kan u garanderen dat ik binnen een uur onder de wol kruip.
De reden voor deze enorme vermoeidheid? Ik wou dat ik het wist. Het is te zeggen, op zich is de oorzaak niet ver te zoeken. Ons meisje heeft het doorslapen even in de vergeethoek geduwd. Nachtelijke papjes en nachtelijke huilconcerten komen de laatste week weer elke keer terug. Maar de reden? Ik heb geen flauw idee. Tandjes? Verkouden? Keelpijn? Gewoon een lastige periode? Het kan allemaal. Het enige dat ik weet, is dat het lichtelijk uitputtend is. Dus trekken we donderdag maar even naar de kinderarts, gewoon om zeker te zijn dat alles in orde is. En om te vermijden dat ik echt aan alles wat ik doe ga twijfelen. Een beetje geruststelling kan soms al deugd doen.

Ergens weet ik gelukkig wel dat het allemaal wel in orde zal komen. Periodes als dit zijn al vaker voorgekomen en altijd weer voorbij gegaan. Dat zal dus ook nu weer gebeuren. Maar ik hoop dat we er niet te lang meer op moeten wachten 🙂

Los daarvan, is het ongelooflijk hoe snel ons meisje evolueert. De klassieker “hoe groot wordt Elise?” (waarop ze haar armpjes prompt in de lucht steekt en al haar groeiambities de vrije loop laat) is al flink ingestudeerd. En op de vraag “waar is je buik?” wordt er vlot met het kleine wijsvingertje naar haar buik gewezen. En daarna klapt ze uit zichzelf in haar handjes. Applaus voor jezelf: we hebben het haar nooit geleerd, maar ik ben blij dat ze zichzelf zo aanmoedigt.

Hoe groot wordt Elise? ZOOOOO groot!

Afgelopen weekend stond ook in het teken van nog meer ontdekkingen. Zo heeft ze haar eerste kennismaking gehad met een trampoline. En ze was een grote fan. Het op en neer bewegen (met een beetje hulp van mama die er naast zat natuurlijk) toverde een enorme glimlach op haar gezicht.
Wat haar dan duidelijk weer niet kon bekoren, is de kennismaking met gras. Buitenlucht vindt ze leuk, maar als ze met haar blote beentjes of voetjes in het gras terechtkomt, verdwijnt haar glimlach snel van haar gezicht en wordt er op alle manieren geprobeerd om van het gras af te komen. Het voordeel: het gras fungeert als een soort van veiligheidshek. Leg een speelmat op het gras, en we kunnen zeker zijn dat Elise niet van die mat komt (iets wat niet gezegd kan worden op eender welke andere ondergrond). Elk nadeel heeft zijn voordeel, of hoe zeggen ze dat?

Zomerpret op de trampoline

Verder is onze beestenboel thuis een beetje uitgebreid dit weekend. Er zijn 3 kippen bijgekomen. En niet zomaar kippen, maar zijdehoenders. Voor de leken onder ons: pluizige kippen waarbij de veren eigenlijk haar zijn. Resultaat: een paar superschattige pluizenbollen, die bovendien zeer tam zijn en zich gemakkelijk laten oppakken en strelen. Een ideaal huisdier dus, zeker voor kleine kindjes. Ik ben alvast grote fan! Het zwarte exemplaar heeft intussen de bijnaam Houdini gekregen, want die is er al 3 keer in geslaagd te ontsnappen. Tja, het is een half krielras, en blijkbaar hebben die dus echt niet veel plaats nodig om ergens door te geraken. Dat in combinatie met een stoer karakter (de 2 soortgenoten durfden hun hok nog niet uit, terwijl de zwarte al bij de buren zat), zorgt voor veel avonturen blijkbaar. Maar ja, zo blijft het een beetje spannend. Intussen is de kippenren omgetoverd tot een verstevigd fort. Als de kip nu nog weg geraakt, is de vrijheid haar gegund.

Fluffy chicken

En zo sluiten we deze blogpost in schoonheid af. Onder lichte dwang, want de babyfoon insinueert dat Elise niet van plan is om rustig te slapen. We shall see. Zij die hopelijk gigantisch goed gaan slapen vannacht, groeten u!

Summer vibes met kind versus zonder kind….

De laatste dagen konden we geniet van de eerste zomerse dagen van het jaar. Zalig! Maar blijkt dat er toch een heel verschil is tussen genieten van de zomer met kind en zonder kind. Bijvoorbeeld:

  • Zonder kind is die eerste zon gewoon het ideale moment om met de benen omhoog te gaan zitten en een beetje een kleurtje te krijgen (poging doen tot). Met kind wordt elke zonnestraal plots een gevaar waar je je kind tegen moet beschermen. Akkoord, ik overdrijf een beetje. Ik weet stiekem ook wel dat die zon niet zoveel kwaad kan, zolang je kind niet constant in de volle zon vertoeft en er goed zonnecrème wordt gesmeerd. Maar toch. Als haar armpjes ’s avonds een beetje rood zijn, ben ik al bezorgd dat ze niet genoeg ingesmeerd was (jaja, overdreven, I know). Onbezorgd zonnen? Forget it.
  • Naast de zorgen over de zonnestralen, brengt die eerste warmte ook andere zorgen met zich mee. Wat doe je je kind aan, wanneer heeft zij het te warm? En hoe laat je een baby rustig slapen in de warmere kamer? Wanneer heeft ons meisje genoeg gedronken? Of zou ze dorst hebben? Allemaal vragen die constant door mijn hoofd gaan. Overbezorgde mama? Check!
  • Ik had een idyllisch beeld voor ogen van ons meisje die vrolijk door het gras kruipt (en die binnen enkele maanden haar eerste stapjes zet op de zachte grasmat, en geniet van het gevoel van gras onder haar voetjes). De realiteit blijkt echter te zijn dat Elise dat gras onder haar voetjes maar niks vindt. Neenee, geen haar op haar hoofd dat eraan denkt om daarover te kruipen. Als ze staat op het gras, staat ze op de tip van 1 voet en heft ze de andere voet op. Kwestie van zo weinig mogelijk raakvlak te hebben met dat vervelend kriebelende gras (slim is ons meisje wel). En na enkele seconden begint ze gewoon te jammeren tot ze wordt opgepakt. En wie dacht dat het dan opgelost was: nee hoor! Want dan is ze natuurlijk verveeld omdat ze enkel wordt vastgehouden en niet “kan” kruipen. Dus wordt er weer gejammerd. Een speelmat leggen op het gras bleek een goede oplossing. En voor één keer moesten we ons geen zorgen maken dat we haar uit het oog zouden verliezen: het gras werkte als een soort ravijn. No way dat ze daarover kruipt. Haar ontsnappingsdrang is (voorlopig) nog net niet groot genoeg 😉
  • Buiten eten blijkt ook heel anders te verlopen dan vroeger. Eerst en vooral is de tijd die je effectief aan tafel doorbrengt veel beperkter (zie onder andere uitleg hierboven). En ongestoord eten of de gesprekken met de tafelgenoten volgen blijkt plots veel moeilijker…. En besluit je de baby op schoot te nemen om even wat rust te hebben, blijkt ineens alles te veranderen in speelgoed (toch in de ogen van de dochter). Een mes? Fantastisch, dat blinkt zo mooi! Een bord? Kan je wel op de grond gooien waarschijnlijk. En een serviette? Zalig! Enfin, je snapt wel waarom om dat moment het bord ineens een halve meter verder wordt geschoven. Eten wordt dan plots wat moeilijker… En lang blijven natafelen is ook geen optie meer.

Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het zalig om die zomerdagen te hebben en onze dochter te zien genieten van het goede weer. Maar het is anders, dat staat vast. Ligt dat aan ons meisje? Nee hoor. Want die is eigenlijk superbraaf, geniet volop van het buiten spelen en maakt zeer goed (soms te goed) duidelijk wat ze wel en niet wil doen en wanneer ze zich goed voelt of niet. Het probleem (als je het al een probleem kan noemen) is veeleer mijn eigen onzekerheid en angst om iets verkeerd te doen. Maar wat wil je, ik heb nog geen ervaring met een zomer met een peuter… Zowel voor ons meisje als voor ons is het een zoektocht en ontdekkingstocht. Maar daar komen we wel uit. En verder genieten we nog wat van het goede weer. Volgende week is het alweer gedaan…

Genieten van de eerste zonnestraaltjes. Momentjes om in te kaderen, ondanks de kleine onzekerheden (bij mama dan vooral)

Over zieke baby’s en onzekere mama’s

Afgelopen zondag was ons meisje ziek. Haar laatste papfles van de dag (het weinige dat ze er van wou drinken) kwam er, samen met nog wat andere voedingsresten, vol overtuiging terug uit. Verder was ze vrolijk, dus na het verversen van de kleren van zowel mama als baby hadden we hoop dat het nog zou meevallen. Tot we de volgende ochtend gingen kijken, en ons meisje (weliswaar lachend) terugvonden in een grote plas braaksel in en onder haar bedje. Weg was onze hoop. Haar ochtendpapje ging er dan wel vrij vlot in, mama besloot toch een dagje thuis te blijven om ons meisje wat tot rust te laten komen (en, meer praktisch, om de stroom was aan beddengoed, slaapzakken, pyjama’s,… in goede banen te leiden).
Klein detail: er is 1 ding waar ik absoluut niet tegen kan, en dat is braken. Niet bij mezelf (ik durf gerust van een braakfobie spreken), maar evenmin bij andere mensen. Zelfs als iemand op tv boven de toiletpot hangt, kijk ik weg. Om maar even de situatie duidelijk te kunnen schetsen.
Ons meisje? Die was weliswaar heel de dag wat hangerig, en had niet veel interesse in vaste voeding van eender welke soort, maar was voor de rest voorbeeldig braaf. Papjes werden rustig opgedronken, we vestigden samen een record baby-tv kijken (intussen ken ik bijna alle filmpjes) en speelden wat in de zetel. Alles goed dus, zolang mama in een straal van 1m bleef.
En ik? Ik zat voornamelijk te stressen. Zou het braken terug beginnen? Zou er iets ergs aan de hand zijn? Ze voelt precies wat warm, zou ze koorts krijgen? Wat dan? Zou ik patatjes geven? Fruit? Enkel pap? Wat als ik iets fout geef en ze daardoor zieker wordt?
Als ik het nu zo lees, denk ik “wat een overbezorgde moeder is dat”. Objectief gezien wist ik ook wel dat het allemaal niet te ernstig was. Maar dat zal het moederinstinct zijn, zeker? In ieder geval, we hebben weer wat bijgeleerd. Vandaag is ons meisje terug naar de crèche en lijkt er helemaal niks te mankeren. Dus zullen we dat zo slecht nog niet aangepakt hebben. 😉

We mogen niet klagen…

“Hoe positief bedoeld ook, door de uitspraak ‘dan mag je niet klagen’ insinueer je eigenlijk dat er geen enkele reden is om je af en toe slecht te voelen”

De laatste tijd heb ik mij nogal geërgerd aan de uitspraken van sommigen. Pas op, dit is niet nieuw, ik erger mij zoals veel mensen wel vaker aan sommige cliché uitspraken die weliswaar goed bedoeld zijn, maar vaak een totaal verkeerd effect hebben.De laatste tijd is er echter één uitspraak die mij enorm is opgevallen en waar ik mij al heel fel aan heb gestoord.

Een situatieschets: iemand vraagt of ons dochtertje goed slaapt. Ik antwoord waarheidsgetrouw en zeg dat ze in theorie slaapt van 19u tot 6u15 (ongeveer), behalve als er iets scheelt. Nog voor ik kan toevoegen dat er de laatste tijd jammer genoeg wel regelmatig iets scheelt, krijg ik al als antwoord “dat is super, dan mag je niet klagen”. En hoewel die uitspraak niet slecht bedoeld is en op geen enkele manier een effectief verbod inhoudt om te zeggen wat er scheelt, slik ik mijn volgende woorden in en kan alleen maar “dat is waar” uitbrengen.Waarna ik met een slecht gevoel het gesprek verlaat. Want is dat zo? Mag ik dan niet klagen? Ook al worden we de laatste weken elke nacht wel 1 of meerdere keren wakker van het gehuil van onze kleine meid, en moeten er meer dan eens ’s nachts glycerinesuppo’s worden bovengehaald, of papflessen klaargemaakt. Maar misschien ligt dat aan mij? En moeten we dat er als jonge ouders gewoon allemaal maar bijnemen? En hebben we inderdaad geen reden om te klagen, want er zijn ouders die het veel lastiger hebben?

Ook al weet ik dat, als ik het zo schrijf, mijn gedachtegang als reactie op die uitspraak overdreven is, het is een automatisme waar ik weinig vat op heb. En ik ben eerlijk, ik heb die uitspraak vroeger zelf ook gebruikt en bedoelde op geen enkel moment dat diegene waartegen ik dat zei ook effectief niet mocht klagen. Ik weet dus dat dat niet bedoeld wordt. Maar de insinuatie is soms al genoeg om een al onzekere mama aan het twijfelen te brengen. Dus bij deze een oproep: formuleer je boodschap anders. Zeg iets als: “fijn dat ze zo goed slaapt”. Of vraag even door of alle nachten altijd even vlot verlopen. Maar let op met “dan mag je niet klagen”. Gewoon, om te vermijden dat je gesprekspartner even neurotisch een onzeker is als de gedachten ook zo op hol slaan 🙂

Back in business

Ik ben terug van weggeweest, maar het is een tijdje stil geweest op mijn blog….

De reden? Al een tijdje voel ik mij niet zo goed in mijn vel, maar ik wou/durfde daar niets over schrijven. Ik heb namelijk de irritante gewoonte aangekweekt om streng te zijn voor mezelf, en denk al snel dat mensen niet geïnteresseerd zijn in wat ik te vertellen heb. Maar ik heb een knop omgedraaid. Mensen die niet geïnteresseerd zijn, moeten maar wegblijven van deze blog, zo simpel is het.

Het zijn lastige weken geweest. Ons dochtertje is superbraaf en doet het heel goed, maar heeft vaak problemen om stoelgang te maken. Een tijdlang ging bijna elke kakapamper gepaard met een serieuze huilsessie. Vooral ’s nachts. Enige manier om verlichting te brengen was dan een glycerinesuppo opsteken, om dan daarna een heuse stop stoelgang er uit te laten komen. Na zo een suppo was ons meisje meestal terug rustig en sliep terug verder. Mama daarentegen lag telkens nog een hele tijd wakker om te bekomen enerzijds, en was hyperalert of er terug problemen zouden zijn anderzijds. Resultaat: oververmoeide mama, oververmoeide papa (want ook al spreek je af om af te wisselen: als het kind krijst van de pijn, zijn de beide ouders sowieso wakker), en een dochtertje dat zich van geen kwaad bewust is. Onderbroken nachten in combinatie met verschillende verkoudheidvirussen die de ronde doen, hebben mij uiteindelijk toch op de knieën gekregen. Ik zit nu dus enkele dagen thuis uit te zieken. De dochter gaat naar de opvang, en ik doe mijn best om met de nodige rust en gezonde voeding terug wat op krachten te komen.

Het heeft even geduurd, maar nu durf ik voor mezelf toe te geven dat ik niet alles kan combineren. Ik heb dus op verschillende vlakken een aantal lessen geleerd.

  • Ik werk 4/5, maar heb een leidinggevende functie. In de praktijk wil dat zeggen dat ik mij op de dagen dat ik werk dubbel plooi om al mijn werk gedaan te krijgen, en dus eigenlijk een voltijdse taak uitoefen op 4 dagen. Of toch probeer. Ik werk regelmatig van thuis uit, omdat ik dan geconcentreerder kan werken en dus meer werk afgerond krijg. Maar tegelijkertijd voel ik mij dan schuldig tegenover mijn medewerkers, omdat ik als baas zo weinig aanwezig ben. Volgende week volg ik een opleiding timemanagement voor leidinggevenden, wie weet brengt die wel handige tips aan het licht om beter rond te geraken. Maar voorlopig neem ik mezelf voor: ik doe wat ik kan. Wie dat niet genoeg vindt, moet daar zelf maar conclusies uit trekken.
  • Ik had een poetsvrouw, maar door omstandigheden is die afgehaakt. De zoektocht naar een nieuwe blijkt niet zo simpel… Ook omdat ik nog kieskeurig ben wie ik in mijn huis toelaat. Resultaat: ik probeer zoveel mogelijk zelf te doen. Tot voor kort verwachtte ik van mezelf ook hetzelfde resultaat als van een poetsvrouw. Dat idee heb ik intussen gelukkig kunnen loslaten. Ons huis is nooit volledig proper (zoals het geval is als de poetsvrouw is geweest), maar ik slaag erin om alles aanvaardbaar proper te krijgen. Regelmatig poets ik 1 ruimte. Op die manier wordt het nooit een volledig stort. Ideaal? Neen. Leefbaar? Jazeker.
  • Als nieuwe mama vond ik dat ik voor mijn kind steeds het onderste uit de kan moest halen. Elke dag de dochter in bad steken (ons meisje vindt dat namelijk fantastisch, het is voor haar een echt relaxmoment), verse fruitpap en groentenpap maken, elke dag mooi gestreken propere kleren aan, niet te veel verwennen… Ondertussen relativeer ik beter: een dag niet in bad is geen drama en geeft ons wat meer rust in de avondplanning. Potjesvoeding blijkt bij de dochter ook enorm in de smaak te vallen. Als de kleertjes nog wat verfrommeld zijn, ziet ons meisje er nog steeds enorm schattig uit. En als de dochter om 5u30 ’s morgens vrolijk babbelend wakker wordt, nemen we ze met plezier nog even bij ons in bed en proberen na haar ochtendpapje nog wat verder te slapen. Soms lukt dat zelfs, en worden we pas rond 7u opnieuw wakker 😉
  • Ik voelde mij steeds verplicht om intensief contact te houden met mijn vriendinnen. Als ik enkele dagen niets liet horen, voelde ik mij schuldig. Nu besef ik dat het niet om de frequentie gaat, maar om het contact zelf. En dat kan even waardevol zijn als je elkaar wat minder hoort. De echte vrienden zullen daar nooit een probleem van maken.

Weer enkele levenslessen verder dus. Nu de volgende uitdaging: de lessen ook in de praktijk blijven omzetten.
Ben ik zeker dat dat gaat lukken? Absoluut niet. Maar we doen ons best, en dat is toch al iets 🙂

 

Meer mogelijkheden, meer keuzes, meer verantwoordelijkheid

“Meer en meer merken we dat wat we doen als ouder niet vrijblijvend is”

Onze kleine meid is ondertussen al meer dan een half jaar het middelpunt van ons leven. Ze groeit enorm snel en lijkt wel elke dag iets nieuws te ontdekken: haar eigen voeten en tenen zijn een onuitputtelijke bron van verwondering, de baard van haar papa wordt elke dag minutieus onderzocht, elk labeltje en etiket wordt grondig bestudeerd. Haar arsenaal aan klanken is al enorm gegroeid, en ze begint meer en meer van de wereld te begrijpen: als ik vraag “waar is papa?” kijkt ze doelbewust naar mijn vriend en weet ze wat ik bedoel.

Hoe meer ik versteld sta van wat ze allemaal kan, hoe meer uitdaging ik ook vind aan het ouder zijn: meer en meer komt het besef dat wat we beslissen ook effectief gevolgen heeft en dat onze dochter begint te begrijpen dat ze door bepaald gedrag een doel kan bereiken.

Tot voor kort was ik van het principe dat je een baby niet kan verwennen gedurende de eerste maanden. Als onze dochter huilde, ging ik ze troosten zonder mij daar vragen bij te stellen. Nu troost ik haar uiteraard nog steeds, maar dan wel nadat ik mij eerst de vraag heb gesteld of er wel echt iets scheelt en het niet enkel een poging is om wat extra aandacht te krijgen.
Waar ik het vroeger niet erg vond dat de tv overdag veel op stond als ons meisje bij ons was, probeer ik nu op te letten dat we haar niet leren dat het oké is om heel de dag de tv aan te laten staan. En probeer ik nu op te letten welke programma’s we opzetten als de baby kan meekijken. Meer en meer merken we dat wat we doen als ouder niet vrijblijvend is en dat onze beslissingen meer gewicht krijgen.
Ook de opties waaruit we kunnen/moeten kiezen zijn veel talrijker: in het begin is de keuze om het simplistisch uit te drukken beperkt tot eten of slapen, nu zijn er veel meer mogelijkheden. Geven we de baby eerst fruitpap of groentepap? Doen we koekjesmeel onder de fruitpap of kiezen we voor een ongezoete granenmix? Geven we voeding uit een potje of maken we alles vers? Hoe laat is het bedtijd voor onze meid?

Gaandeweg vinden we wel onze antwoorden. En het blijft mij verwonderen dat die antwoorden vaak door ons meisje zelf worden aangereikt. Van groentepap kreeg ze enorme buikpijn, dus zijn we na een pauze van enkele weken gewoon met fruit begonnen (niet dat dit zo vlekkeloos verliep, maar beter dan met de groentepapjes). Voeding uit een potje blijkt voor haar gevoelige darmpjes beter te verteren dan vers gemaakte voeding. En rond 19u begint haar licht automatisch uit te gaan, en het blijkt een onmogelijke opgave om haar tot later dan 19u30 à 20u op te houden.
En dus leren we steeds opnieuw dezelfde les: misschien (waarschijnlijk) verandert het nog, maar op deze leeftijd weten kinderen blijkbaar instinctief waar ze behoefte aan hebben en reguleren ze zichzelf. Als ouder is het dan onze taak om hier goed naar te luisteren en op in te spelen.

Verborgen reflux – de fabel van de roze wolk doorprikt

“er was eerder sprake van onweerswolken”

Toen ons meisje geboren werd liep alles van een leien dakje. We hadden een superrustige baby. We waren in de wolken dat alles zo goed ging.

Tot een paar weken later. De dochter begon meer en meer te huilen. Niet gewoon zagen, maar echt ontroostbaar huilen. Meerdere uren per dag. Mijn vriend en ik waren ten einde raad.

De huisarts vertelde ons dat er geen probleem was. Baby’s huilen nu eenmaal. Maar ik voelde aan alles dat er meer aan de hand was. Dus: op naar de kinderarts. Die kwam al snel met de diagnose verborgen reflux. Simpel gezegd: reflux waarbij de voeding die vanuit de maag terug vloeit, niet uit de mond komt maar in de keel of mondholte blijft. Onzichtbaar dus, en daarom vaak moeilijk vast te stellen.

We zijn dan onmiddellijk van pap veranderd en hebben medicatie opgestart. Intussen zijn we meer dan 3 maanden verder en heeft onze meid amper nog klachten.

De euforie van in het begin was dus snel verdwenen. Heel de dag met een wenende baby rondlopen, dat vreet. Ik telde de uren af tot mijn partner/ de kraamhulp/ mijn moeder er waren. Dan voelde het als een verlossing dat ik onze meid even uit handen kon geven. Ik nam een douche in plaats van een bad zodat ik het geschreeuw even niet kon horen. 10 minuten douchen voelde als 2 dagen vakantie.

Op verplaatsing was ons meisje vaak rustiger. Volgens de vroedvrouw een normaal verschijnsel, maar voor mij een bron van zelftwijfel: doe ik iets verkeerd? Ben ik geen goede mama?

Pas toen we begrip kregen van de kinderarts en de medicatie de juiste beslissing bleek, keerde de rust wat terug.. Maar nog steeds had ik schrik om bv. alleen met de baby te gaan wandelen. Want wat als ze plots weer hysterisch begon te huilen? Stap voor stap heb ik mij hier min of meer over gezet. Ik ben nu veel geruster. Maar als onze meid terug een huilbui heeft (bijvoorbeeld door een fikse verkoudheid), zie ik alles zo terug voorbij flitsen.

Een roze wolk? Die heb ik dus grotendeels gemist. Er was eerder sprake van onweerswolken.

Maar het positieve: ook dat is voorbij gegaan. De rust is terug. Niet voor altijd, dat besef ik maar al te goed. En dus genieten we er nu extra hard van.