Elk nadeel heeft zijn voordeel (of zoiets)

Man man, wat een week is dat weeral geweest… Een paar drukke opleidingsdagen, gevolgd door een pak stress op het werk, om af te ronden met een virale darminfectie en dus heel het weekend uitgeteld op de zetel liggen, gevolgd door nu nog 2 dagen verplicht uitzieken. Het enige voordeel? Dat ik nu rustig even tijd heb om nog wat te bloggen 🙂

Want ondertussen is het ook al 19 maart, wat wil zeggen dat we al dag 19 zijn van onze dagen zonder suiker. Ik moet eerlijk toegeven dat ik een paar keer gefaald heb. Maar (ik moet mezelf toch een beetje goedpraten), niet zonder in mijn ogen goede reden:
– vorige week donderdag ben ik gaan muurklimmen. En dan komt een klontje druivensuiker zo halverwege toch echt wel van pas
– afgelopen weekend lag ik dus plat met mijn darminfectie. En dan was thee met suiker (veel suiker) en een blikje cola zowat het enige dat ik binnenkreeg en mij toch nog een beetje op de been hield

Al bij al vind ik dus dat we de uitdaging goed volhouden. Het kost mij ook steeds minder moeite om van suikerrijke zaken af te blijven. Blijkt dat het dus toch echt klopt, dat dat allemaal een groot deel kwestie van gewoonte is. Nog 11 dagen te gaan, maar ik ben vastberaden om ook daarna niet onmiddellijk terug volop in de suiker te vliegen.
Ook qua gewicht (mijn gevecht tegen die zwangerschapskilo’s, remember) is het een goede zaak, al durf ik dat niet volledig aan het mijden van de suikers te wijten. 2x op 3 weken tijd een serieuze (maag-)darminfectie, dat heeft ook zo zijn gevolgen. Dit weekend kreeg ik amper iets binnen. Bijkomen doe je dan uiteraard niet, integendeel.
En laat ons duidelijk zijn: mijn doel van deze actie is niet zozeer om gewicht te verliezen (al ga ik niet ontkennen dat ik dat mooi meegenomen vind), maar vooral om wat meer energie te hebben en wat gezonder te leven.

Zoals ik eerder ook al heb aangehaald, heb ik dit weekend trouwens nog maar eens gemerkt hoe anders ziek zijn is als mama dan zonder kinderen. Mijn partner heeft zich dan wel ontpopt tot de ideale huisman dit weekend (op geen enkel ander weekend was er op zondagavond zoveel werk verzet), maar echt onbezorgd uitzieken kan je toch niet. Er moesten namelijk boodschappen gedaan worden, kleren gewassen, … en ik was niet in staat om alleen bij ons meisje te blijven. Ik kon amper op mijn benen staan, laat staan met een dochter van 10kg op de arm rondlopen.
Schuldgevoel? Check!
Gelukkig kon ons meisje even een paar uurtjes bij mijn ouders terecht, zodat ik even kon uitzieken en mijn vriend bijvoorbeeld rustig naar de winkel kon. En gisterenavond kon ik alweer even bij mijn meisje op de speelmat zitten en haar ’s avonds rustig een papje geven. En zo was mijn “ik ben de slechtste mama ter wereld want ik kan niet voor mijn dochter zorgen”-bui ook weer voorbij. Het was een fase, of hoe zeggen ze dat?

Ons meisje, sinds gisteren 10 maanden jong, begint meer en meer echte karaktertrekjes te vertonen.
In de crèche is ze superbraaf, maar als ze honger heeft en een ander kindje eten krijgt voor haar, is het kot te klein (dat heeft ze van de mama, blijkbaar…)
Als ze haar fles beu is, neemt ze zelf haar tut en steekt die in de plaats in de mond. Maar denk je dan dat ze de fles niet meer in haar buurt wil, blijkt dat ook fout te zijn. Wegnemen van de fles staat gelijk aan groot alarm. Remedie: fles geven om nog wat mee te spelen, en tot mijn verbazing blijkt die dan 5min later vaak leeggetutterd te zijn terwijl ze op het verzorgingskussen wordt omgekleed. Ik zou zoiets niet praktisch vinden (je moet eens proberen een fles leeg te drinken terwijl iemand je een andere broek aandoet), maar als de baby er gelukkig mee is, zullen we dat maar aanvaarden zeker?
De fase van “verlatingsangst” begint ook zo stilaan door te breken. Vorige week hebben we ze de eerste keer wenend moeten achterlaten in de crèche. Groot alarm, ze wou mij absoluut niet loslaten. Mijn moederhart brak in duizend stukjes, en ook van dat van mijn vriend (die er bij stond bij het hele gebeuren) bleef duidelijk niet veel over. Gelukkig zagen we ze enkele minuten later alweer vrolijk op de grond zitten toen we de auto hadden gedraaid en terug voorbij reden. Het klopt dus toch, als ze zeggen dat het geween stopt zodra mama / papa uit het zicht is. Oef. Terug een klein stukje van het moederhart geheeld :-). Volgende ochtend was er ook weer geen vuiltje aan de lucht toen we ze gingen afzetten. Dus dat moederhart, dat komt wel weer in orde.
’s Avonds in slaap vallen begint af en toe ook met het nodige drama gepaard te gaan. Gisteren was ze bijvoorbeeld zichtbaar doodmoe, maar wou ze niet slapen. Ze vond het een beter idee om te beginnen kruipen in haar bed, om dan nadien te beginnen wenen omdat ze niet meer kon gaan liggen (of course). Toen ik haar terug had ondergestopt zag ze er zeer rustig uit, tot ik de deur van de kamer dichttrok. Opnieuw groot alarm. Vanaf het moment dat ik 1 voet binnenzette, was ze terug kalm. We hebben dan maar geconcludeerd om ze even te laten doen (kwestie van het spelletje niet aan te moedigen), en hebben haar laten zagen. Een kwartier heeft het geduurd. Je hoorde aan haar schreeuw dat er niet echt iets mis was, maar dat ze gezelschap miste. We hebben allebei van ons hart een steen moeten maken, maar na dat kwartier is ze rustig in slaap gevallen. Dat hebben we dus ook weeral geleerd…

Ik ben nu al benieuwd naar wat het volgende lesje gaat zijn dat ons meisje ons gaat leren 😉

Over vanalles…(en niets)

“Parenting: if you’re not tired, you’re not doing it right”

Morgen is het zover: dan beginnen mijn vriend en ik aan onze zelf opgelegde uitdaging om een maand lang geen (geraffineerde) suikers te eten. Daar waar ik mij in het begin zorgen maakte dat ik serieus zou moeten afkicken (ik ben nogal een zoetebek), maak ik mij nu al heel wat minder zorgen. Een stevige buikgriep die dit weekend in ons gezin de ronde heeft gedaan, heeft er automatisch voor gezorgd dat snoep mij ook op dit moment niet zo veel zegt en mijn eetpatroon de laatste dagen veel soberder is. Die overgang is dus al gemaakt. Een geluk bij een ongeluk dus, of hoe zeggen ze dat? 🙂 Nu alleen nog kwestie van volhouden…

De laatste dagen zijn hier nogal hectisch geweest. Het afgelopen weekend waren mijn vriend en ik ziek (die befaamde buikgriep dus, een cadeautje van ons dochtertje die de week ervoor ziek was). Niet dat ik zielig wil doen (er zijn veel ergere dingen dan een buikgriep), maar we voelden ons ellendig. Tot niets in staat behalve op de zetel liggen (zelfs tv kijken was er in het begin te veel aan). Gelukkig kon ons dochtertje 2 nachten logeren bij mijn schoonouders, waar we wisten dat ze in goede handen was. Zo konden wij wat uitzieken. De schoonouders zijn trouwens intussen ook ziek geworden, net zoals mijn moeder, ons dochtertje is gul geweest met de virusjes in haar buikje!
Intussen zijn we er weer wat bovenop. Maar uitzieken zonder kindjes of met kindjes blijkt dus toch wel een groot verschil te zijn:

  • vroeger sliep ik uit als ik ziek was. Met een baby in huis is uitslapen (relatief, want mijn biologische klok is sowieso quasi perfect afgestemd op die van onze dochter, maar soit) een utopie. En uitslapen = uitzieken, dus dat herstel duurt gewoon langer dan ervoor
  • als er niemand in huis is waar je voor moet zorgen, doe je waar je zin in hebt. Ben je misselijk? Dan blijf je gewoon weg uit de keuken. Ik kan u zeggen: ik ben zeer blij dat ik pas zondag de eerste keer mijn dochtertje terug patatjes moest geven. Want zelfs dan was de geur alleen al bijna genoeg om mij terug te laten kokhalzen. Als ik dat een dag eerder had moeten doen, was het gegarandeerd fout gelopen.
  • en dan beslist de dochter om een kakapamper van jewelste te produceren, en speelt ongeveer hetzelfde scenario als hierboven zich af. Opnieuw: blij dat dit pas zondag gebeurde. Zaterdag zou het voor zowel mezelf als mijn vriend de genadeslag zijn geweest.

Pas op, ik klaag niet. Ik ben heel blij dat ons dochtertje goed is opgevangen bij mijn schoonouders. En ik was nog blijer dat we ze zondag eindelijk terug bij ons hadden. Want de stilte deed dan wel deugd in huis, maar eigenlijk vond ik het vooral té stil. Ik ruil die kleine “minpuntjes” van hierboven dus voor geen geld van de wereld in voor meer rust, ik neem ze er met relatief plezier bij. Maar ik stel wel vast dat ik, voor er een kindje was, sneller hersteld was van zoiets. Terwijl mijn spijsverteringsstelsel nu nog bezig is met te bekomen en ik er een fikse verkoudheid bij heb.

En het moment waarop ik besefte dat ik dit allemaal nooit meer zou willen missen: zondag bleek ons meisje plots in staat om zelf recht te gaan staan (en te blijven staan) met hulp van de activity walker. Gewoon, ineens. Ik zat ernaast maar was even niet aan het kijken, en een minuut later hoor ik blije kreetjes en zie ik ze stevig op de beentjes staan. Ze was apetrots. Een beetje later ging ze op haar poep zitten en begon zo wat rond te schuiven (wat ik vroeger zelf ook deed, maar zij nog nooit had gedaan). Ons meisje had dus vanalles geleerd op korte tijd. En dat mogen zien, weten dat ze het goed doet, en dat ze gelukkig is, maakt de kokhalsneigingen bij de patatjes en kakapampers meer dan goed!

Meer mogelijkheden, meer keuzes, meer verantwoordelijkheid

“Meer en meer merken we dat wat we doen als ouder niet vrijblijvend is”

Onze kleine meid is ondertussen al meer dan een half jaar het middelpunt van ons leven. Ze groeit enorm snel en lijkt wel elke dag iets nieuws te ontdekken: haar eigen voeten en tenen zijn een onuitputtelijke bron van verwondering, de baard van haar papa wordt elke dag minutieus onderzocht, elk labeltje en etiket wordt grondig bestudeerd. Haar arsenaal aan klanken is al enorm gegroeid, en ze begint meer en meer van de wereld te begrijpen: als ik vraag “waar is papa?” kijkt ze doelbewust naar mijn vriend en weet ze wat ik bedoel.

Hoe meer ik versteld sta van wat ze allemaal kan, hoe meer uitdaging ik ook vind aan het ouder zijn: meer en meer komt het besef dat wat we beslissen ook effectief gevolgen heeft en dat onze dochter begint te begrijpen dat ze door bepaald gedrag een doel kan bereiken.

Tot voor kort was ik van het principe dat je een baby niet kan verwennen gedurende de eerste maanden. Als onze dochter huilde, ging ik ze troosten zonder mij daar vragen bij te stellen. Nu troost ik haar uiteraard nog steeds, maar dan wel nadat ik mij eerst de vraag heb gesteld of er wel echt iets scheelt en het niet enkel een poging is om wat extra aandacht te krijgen.
Waar ik het vroeger niet erg vond dat de tv overdag veel op stond als ons meisje bij ons was, probeer ik nu op te letten dat we haar niet leren dat het oké is om heel de dag de tv aan te laten staan. En probeer ik nu op te letten welke programma’s we opzetten als de baby kan meekijken. Meer en meer merken we dat wat we doen als ouder niet vrijblijvend is en dat onze beslissingen meer gewicht krijgen.
Ook de opties waaruit we kunnen/moeten kiezen zijn veel talrijker: in het begin is de keuze om het simplistisch uit te drukken beperkt tot eten of slapen, nu zijn er veel meer mogelijkheden. Geven we de baby eerst fruitpap of groentepap? Doen we koekjesmeel onder de fruitpap of kiezen we voor een ongezoete granenmix? Geven we voeding uit een potje of maken we alles vers? Hoe laat is het bedtijd voor onze meid?

Gaandeweg vinden we wel onze antwoorden. En het blijft mij verwonderen dat die antwoorden vaak door ons meisje zelf worden aangereikt. Van groentepap kreeg ze enorme buikpijn, dus zijn we na een pauze van enkele weken gewoon met fruit begonnen (niet dat dit zo vlekkeloos verliep, maar beter dan met de groentepapjes). Voeding uit een potje blijkt voor haar gevoelige darmpjes beter te verteren dan vers gemaakte voeding. En rond 19u begint haar licht automatisch uit te gaan, en het blijkt een onmogelijke opgave om haar tot later dan 19u30 à 20u op te houden.
En dus leren we steeds opnieuw dezelfde les: misschien (waarschijnlijk) verandert het nog, maar op deze leeftijd weten kinderen blijkbaar instinctief waar ze behoefte aan hebben en reguleren ze zichzelf. Als ouder is het dan onze taak om hier goed naar te luisteren en op in te spelen.