Toeters en snottebellen

Het is zover: de zoveelste (en ongetwijfeld niet de laatste dit seizoen, of zelfs dit jaar) verkoudheid is weer gearriveerd. Als we beginnen rekenen vanaf het begin van de herfst, is het nog maar de derde verkoudheid (inclusief een oorontsteking weliswaar), dus op zich is dat niet zo uitzonderlijk. Maar toch, we staan er niet voor te springen.

Elise klonk het afgelopen weekend vooral ’s morgens een beetje als een bejaarde zeehond die net 2 pakjes sigaretten had gerookt. Ze kon ook nog maar amper slapen, van zodra ze ging liggen begon ze alles bij elkaar te hoesten. Verder wel vrolijk, dat was niet zo een probleem. Maar na 2 dagen dus gigantisch oververmoeid. En een oververmoeide peuter, dat is gewoon nog extra vermoeiend: Elise was volledig hyperactief en wist met zichzelf geen blijf (maar bleef wel lachen, gelukkig). En mama en papa stonden erbij en keken ernaar. En wreven intussen eens goed in de ogen om de vermoeidheid weg te krijgen (want bij oververmoeidheid is er bij ons, in tegenstelling tot bij onze dochter, geen sprake van hyperactiviteit). Integendeel.

Gelukkig kregen we zondag een gouden tip die ik bij deze aan iedereen wil aanraden: mijn schoonzus zei dat ze al goede resultaten had geboekt door gewoon een ajuin op de slaapkamer te zetten. Een middeltje uit grootmoeders tijd, maar het zou de luchtwegen openzetten. Ik was niet meteen overtuigd, maar goed, een mens is bereid om veel te proberen voor een beetje nachtrust. En buiten de te voorziene stank, hadden we er niets bij te verliezen. Dus, zogezegd zogedaan. Tijdens het middagdutje stond er een grof gesneden ajuin onder Elise haar bed. De geur was na haar middagdut al niet meer te harden, maar er was wel al minder sprake van haar zeehondhoest. En in de nacht erna is dat alleen maar verbeterd. Dus hebben we die ajuin nog maar even laten staan, kwestie van zeker te zijn. Resultaat: een peuter die gigantisch stinkt naar ajuin (nogmaals mijn excuses voor de mensen in de crèche, we hebben haar echt niet in de ajuinsoep gesopt ofzo….) maar die wel terug vrij kan ademen. Halleluja.

Vanavond is het tijd voor de laatste inentingen bij Kind en Gezin. Hopelijk geeft dat niet te veel problemen in combinatie met de verkoudheid. Ik heb de kamer intussen ajuinvrij gemaakt en laten verluchten, maar vanavond zullen we voor de zekerheid toch maar terug een bordje onder haar bedje zetten 🙂

Een actieplan!

Diegenen die deze blog een beetje volgen, hebben het al een tijdje in de gaten: ik loop de laatste tijd niet bepaald over van energie. Integendeel. Daar zijn verschillende redenen voor, de voornaamste het feit dat er hier in huis nog maar weinig sprake is van een deftige nachtrust. Ik kan daar nog eindeloos over doorgaan, en mezelf blijven focussen op al die vermoeidheid. Maar dat wil ik niet, en dus heb ik een plan. Want die vermoeidheid zorgt uiteraard voor zin in slaap, maar zorgt er vooral ongewild ook voor dat mijn levensstijl in het algemeen minder gezond wordt: er wordt wat meer gesnoept (suiker als snelle energieboost!), er wordt minder energie gestoken in gezond koken (takeaway.be is soms echt wel een zalige uitvinding) en ik ben minder snel geneigd om te gaan wandelen en te bewegen. En waar ik de continuïteit van mijn nachtrust niet echt in handen heb (die eer is voor de dochter), heb ik die minder goede levensstijl-gevolgen wèl in de hand. En dus ga ik die aanpakken. Ik maak er een nieuw project van. Eentje waarvoor ik nog geen flitsende naam heb bedacht, maar dat wel gaat werken. Hoop ik.

Nu ben ik ook niet naïef. Ik weet dat het moeilijk is om alles ineens te veranderen, en ik weet dat vermoeidheid een effect heeft op je wilskracht en het vermogen om zulke zaken vol te houden. Mijn studies psychologie hebben me toch nog iets bijgebracht 🙂 En dus ga ik het stap voor stap aanpakken. Telkens 1 aspect veranderen, en dat ene aspect enkele weken volhouden tot het een nieuwe gewoonte is en geen energie meer kost. En dan overstappen naar het volgende. Het zal dus niet zo snel gaan, maar het resultaat zou duurzamer moeten zijn, ahum. We zullen zien.

Het blijkt wel uit onderzoek dat het ook helpt om een concreet doel voor ogen te houden. Mijn doel is meer energie hebben, maar dat is niet concreet genoeg geformuleerd. Als ik mijn doel echt als motivatie wil zien, moet het een concreet tijdstip en een concreet resultaat bevatten. Moeilijk, want ik weet dat niet onmiddellijk. Ik ga dus verschillende “subdoelen” maken, per domein dat ik ga aanpakken. Dat lijkt mij realistischer. Stap voor stap…

Stap 1 heb ik al: ik ben er namelijk door de dokter op gewezen dat ik meer moet drinken. Niet alleen nu in de warmte, maar in het algemeen. Vroeger voor mij een evidentie, maar sinds ik mama ben vergeet ik dat precies regelmatig. En als ik dorst heb, grijp ik gemakkelijk naar frisdrank, omdat die nu eenmaal sneller energie geven. Maar op termijn is dat natuurlijk geen oplossing. Dus is mijn doel voor de komende weken: elke dag minstens 1,5 à 2 liter water drinken, maximum 2 tassen koffie (want dat droogt uit), en maximum 1 frisdrank per dag. Dat lijkt mij realistisch voor nu en goed om mee te beginnen.

Later zal ik mijn doelen ambitieuzer maken: minder snoepen maar gezonde alternatieven zoeken, zoeken naar snelle en toch gezonde maaltijden om na een lange werkdag op tafel te toveren, elke dag voldoende bewegen en in overleg met de kinesist terug de stap zetten naar beginnen joggen om de conditie op te bouwen, het is maar een deel van wat ik wil (en hopelijk zal) bereiken. Maar zoals gezegd, stap voor stap. En hoe zeggen ze dat? Juist ja. Eerst water, de rest komt later 🙂

Zzzzzz…

 

Ik geef het niet graag toe, maar bij deze zeg ik het dan toch: ik ben op. Kapot. Oververmoeid. Niet gewoon een beetje moe (dat dat bij het ouderschap hoort, zo ver ben ik ondertussen al) maar echt op. Dit weekend had ik amper nog de kracht om op mijn eigen bene te blijven staan. De reden? Daar moet ik niet ver achter zoeken: ik zou er verdorie veel geld voor geven om nog eens een nacht te kunnen doorslapen. Maar ons meisje beslist daar anders over. En het erge: je kan het kind eigenlijk niets kwalijk nemen. Ze heeft het ook niet gemakkelijk gehad de laatste weken. Eerst een hevige oorontsteking, dan een buikgriep, dan problemen met de darmen (als gevolg van de buikgriep) en een heel aantal tandjes die samen wilden doorkomen. Je zou van minder slecht slapen. En om alles nog een beetje erger te maken, is het dan ook nog eens warm. Heel warm. Zowel ik als mijn vriend kunnen daar niet zo goed tegen, en Elise dus ook niet (no surprises there, je kan die genen moeilijk manipuleren).

Er is wel vooruitgang, dat mag ik ook niet ontkennen. Enkele weken geleden waren we nog elke nacht uren in de weer met een schreeuwende baby in onze armen. Dat is nu, mede dankzij de gouden raad en voorschriften van de kinderarts, veel beter. Alleen vraagt ons meisje nu elke nacht een fles. Veel drama komt er niet bij kijken: ze wordt even schreeuwend wakker, wij staan op en maken een flesje, geven het haar en leggen haar terug in bed. Al bij al maximum 10 minuten, en daarna slaapt ons meisje als een roos weer verder. Maar elke nacht is dus wel onderbroken. En dat wreekt zich.

Voor de preken beginnen: ik weet dat een peuter van 14 maanden eigenlijk geen nachtvoeding nodig heeft. Dat ze overdag alle voedingsstoffen binnenkrijgt die ze moet hebben om goed te kunnen groeien. Ik ben mij er van bewust dat dat papje eigenlijk een luxe is voor ons meisje. En dat dat niet kan blijven duren. Ik weet dat allemaal en herhaal dat dagelijks een aantal keer tegen mezelf.
Langs de andere kant: het is echt wel verdomd warm op die kinderkamer (26° gemiddeld tegen de avond), en dan zou ik ’s nachts zelf ook wel wat willen drinken. En ja, we zouden haar water kunnen geven. En ja, op een gegeven moment gaan we dat ook effectief doen. Maar dan moeten we eerst wat gerecupereerd zijn van deze helse weken. Zodat we een paar helse nachten (want die komen er sowieso van als we beslissen om papjes op te geven, ons meisje kennende zal ze wel in hevig protest uitbarsten) aankunnen. En dan denk ik, of nee, ben ik zeker, dat alles terug in de plooi zal vallen.

Maar eerst blijf ik op doktersbevel 2 dagen kamperen in mijn zetel. En probeer ik wat energie terug te vinden.
En trekken we vanavond naar Kind en Gezin, voor de volgende reeks inentingen voor Elise. Kwestie van ook niet te snel nog een nacht te kunnen doorslapen, stel je voor.

Dus, voor nu: napflix and chill!

 

 

 

Hé, het is (niet) ok…

Man man, wat een week was me dat weer… De energiereserves die opnieuw (althans gedeeltelijk) waren aangevuld na bijna 2 weken verlof, zijn alweer helemaal opgebruikt… Donderdag, toen mijn vriend en ik bijna klaar waren om naar het werk te vertrekken, bleek ons meisje een serieuze buikgriep te hebben. Heel de dag braken, dokters bellen om raad te vragen en voorzorgen te nemen tegen uitdroging, een hangerige baby die enkel bij mama wou zijn… Gelukkig konden we allebei thuis blijven van het werk, want zo een buikgriep bij je kind is niet alleen emotioneel lastig/vervelend, maar stelt ook een hoop praktische problemen (zo veel was verzamel je normaal nooit op 1 dag tijd). En dan is het wel fijn als je die last kan delen.

Soit, een paar dagen uitzieken was de boodschap. Vandaag, dag 4, heeft ons meisje eindelijk terug wat vaste voeding gegeten, en beter nog: ze had er smaak van. Dus dat komt goed. Maar het kruipt in je kleren.

Ik weet het, het hoort er bij. Dat zegt iedereen toch altijd. En natuurlijk is dat ook wel waar: die kleine prutsjes kunnen er ook niet aan doen dat ze nog geen weerstand hebben tegen alle beestjes die rondzwerven in de omgeving. Het is niet hun schuld dat ze de ene infectie aan de andere weten te breien. En dat de periodes zonder infectie dan meestal het moment zijn dat er weer een tandje doorbreekt. Waardoor de nachten weer slechter gaan. Dat is allemaal normaal, en er is weinig aan te doen. Maar dat wil niet zeggen dat het niet verdomd lastig is soms. Dus, hoewel “het hoort erbij” vaak wordt gebruikt als andere verwoording voor “stop met erover te zagen”, is er toch in mijn ogen een wereld van verschil….

Ik kan er niet omheen: eigenlijk vraagt de combinatie van werk (zeker in een leidinggevende functie), gezin, en dan ook nog eens voor mijn eigen gezondheid zorgen, meer dan 100% van mijn kunnen. Ik doe mijn job graag, ik ben graag mama, en ik doe mijn best om tussen dat alles door ook nog eens aan mijn eigen gezondheid te werken (die oefeningen van de kinesist, ik doe écht mijn best om er elke dag werk van te maken…). En op goede dagen kom ik daar ook mee rond. Dan is thuis alles min of meer op orde, ben ik op mijn werk mee met alles, en doe ik effectief die oefeningen waarover de kinesist altijd (terecht) zegt dat ze zo belangrijk zijn. En dan lukt dat zonder al te veel problemen. Laat ons zeggen dat ik dan 90% van mijn energie gebruik, maximaal.
Het enige probleem: de dagen waarop alles vlot loopt, zijn zeldzaam. Want altijd is er wel ofwel een nieuw project op het werk dat veel aandacht opeist, ofwel een probleem met de dochter (tandjes, slechte dromen, ziek zijn, you name it…), ofwel speelt mijn eigen gezondheid mij parten (meestal het gevolg van een periode waarin 1 van de vorige 2 zaken overheerste). En dan kan ik niet anders dan vaststellen dat dat elke keer meer van mijn energiereserves wegvreet. Dat ik met 100% van mijn energie niet toekom, en dus in die reserves moet gaan putten. Maar wat als die reserves ook stilaan op geraken?

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben niet ongelukkig ofzo. Ik zie mijn dochter doodgraag, en zou voor geen geld van de wereld willen ruilen met hoe het daarvoor was. Ik weet dat slapeloze nachten erbij horen als je een klein kind hebt, en ik neem die er ook bij (we hebben niet echt een keuze). En als ze zo ziek is en alleen bij mama wil zijn, vloek ik soms, maar langs de andere kant smelt ik als ik merk dat ze helemaal overstuur is in haar bed, maar dat ze binnen de 5 minuten in slaap valt als ze bij mij in het logeerbed ligt. Ik had nooit durven denken dat ik voor één persoon zoveel zou kunnen betekenen. Zalig vind ik dat. Maar langs de andere kant: de dochter slaapt dan misschien wel goed zo bij mama in het logeerbed, ik doe zelf geen oog dicht. Elke zuchtje, kreuntje, elke draai, ik heb het allemaal gehoord en ben direct in “hypervigilantie”modus. Te waakzaam dus. Dat heb ik niet in de hand. En dus ben ik stiekem ook wel doodblij dat ons meisje, nu ze beter is, vanavond bij de schoonouders gaan logeren is. Want mama en papa hebben ook wat rust nodig. Kwestie van morgen even een dagje aan 80% te kunnen leven, of 85% misschien. En dan hebben we toch weer even een beetje opgebouwd. En dan kan ik tenminste nog eens bij de kinesist zeggen dat ik echt wel die oefeningen heb gedaan. We blijven proberen. En dat is oké zo. Iemand nog een koffietje?

De dochter was uitgeput na al dat ziek zijn. Ik voel met haar mee 🙂

Klaaguurtje

Even een kleine update. Eerlijk gezegd: gewoon een update om een beetje te zagen en te klagen. Meer zit er deze keer niet achter.

Want wat een ontspannend weekendje moest worden, is uiteindelijk helemaal anders uitgedraaid. We hadden eindelijk eens niets op het programma staan. En dus was het het uitgelezen moment om eens een beetje rust in te bouwen en wat qualitytime met ons gezinnetje door te brengen. En om thuis eindelijk eens wat te kuisen. En om eindelijk eens een proefbaksel te doen voor de verjaardagstaart van ons klein meisje binnenkort. Enfin, je snapt het wel: veel ambitieuze plannen. Maar daar is dus niets van in huis gekomen.

Zelf had ik al enkele dagen wat keelpijn en begon sinds vrijdag een irritante hoest de kop op te steken. Maar niks ergs, denk je dan. Zaterdagmorgen voelde ik mij al iets pessimistischer. En tot overmaat van ramp, bleek Elise ook nog eens een fikse buikgriep te hebben. Haar papje van zaterdagochtend (of beter: de 20ml die ze ervan wou opdrinken) is er integraal terug uitgekomen. En we bleken de hele dag met een slappe, zwijmelende baby te zitten die gelukkig vooral veel bleek te slapen. Eten heeft ze amper gedaan die dag, en drinken was net genoeg om een beetje op de been te blijven. Maar: voor 1 keer werd er tenminste s nachts eens goed geslapen. Dat was het pluspunt. Vanmorgen bleek de baby al veel vrolijker, ik zelf iets minder. Keelpijn, hoesten, duizelig…. En dan blijkt het geen ideale genees-omgeving om ook nog eens een baby in huis te hebben die al terug alles wil doen, maar nog niet alles terug kan…Het zal jullie dus niet verbazen dat er van al onze ambitieuze plannen juist niets is gebeurd dit weekend. Oké, ik geef toe, het was een groot voordeel dat mijn vriend ook thuis was en ik dus toch even een warm badje heb kunnen pakken vanmiddag. Het was dus niet allemaal kommer en kwel. Maar dat blijkt nu eenmaal niet voldoende om er terug helemaal bovenop te geraken. Dus ja, beste lezer, ik besluit voor heel even van deze blog mijn klaaghoekje te maken. Met uiteraard het goede voornemen om morgen (na hopelijk een miraculeuze genezing) terug wat optimistischer te zijn. Beloofd. Maar nu even niet. Nu gaat deze vermoeide zieke mama vroeg haar bedje in kruipen en hopen op een rustige, en vooral genezende nacht. En dan zal dat voornemen morgen misschien wel lukken 🙂

Slaap, kindje, slaap….

24 april. Dat wil op dit moment voor mij maar één ding zeggen: dat er eindelijk een paar weken aankomen waarin we een aantal verlof-/wettelijke feestdagen cadeau krijgen. Rust, met andere woorden. En dat is wat mij betreft geen moment te vroeg.

Want de laatste dagen zijn verschrikkelijk vermoeiend geweest. Ik kan u zeggen: er zit hier een wrak achter de laptop te bloggen. Het is 19u30, en ik kan u garanderen dat ik binnen een uur onder de wol kruip.
De reden voor deze enorme vermoeidheid? Ik wou dat ik het wist. Het is te zeggen, op zich is de oorzaak niet ver te zoeken. Ons meisje heeft het doorslapen even in de vergeethoek geduwd. Nachtelijke papjes en nachtelijke huilconcerten komen de laatste week weer elke keer terug. Maar de reden? Ik heb geen flauw idee. Tandjes? Verkouden? Keelpijn? Gewoon een lastige periode? Het kan allemaal. Het enige dat ik weet, is dat het lichtelijk uitputtend is. Dus trekken we donderdag maar even naar de kinderarts, gewoon om zeker te zijn dat alles in orde is. En om te vermijden dat ik echt aan alles wat ik doe ga twijfelen. Een beetje geruststelling kan soms al deugd doen.

Ergens weet ik gelukkig wel dat het allemaal wel in orde zal komen. Periodes als dit zijn al vaker voorgekomen en altijd weer voorbij gegaan. Dat zal dus ook nu weer gebeuren. Maar ik hoop dat we er niet te lang meer op moeten wachten 🙂

Los daarvan, is het ongelooflijk hoe snel ons meisje evolueert. De klassieker “hoe groot wordt Elise?” (waarop ze haar armpjes prompt in de lucht steekt en al haar groeiambities de vrije loop laat) is al flink ingestudeerd. En op de vraag “waar is je buik?” wordt er vlot met het kleine wijsvingertje naar haar buik gewezen. En daarna klapt ze uit zichzelf in haar handjes. Applaus voor jezelf: we hebben het haar nooit geleerd, maar ik ben blij dat ze zichzelf zo aanmoedigt.

Hoe groot wordt Elise? ZOOOOO groot!

Afgelopen weekend stond ook in het teken van nog meer ontdekkingen. Zo heeft ze haar eerste kennismaking gehad met een trampoline. En ze was een grote fan. Het op en neer bewegen (met een beetje hulp van mama die er naast zat natuurlijk) toverde een enorme glimlach op haar gezicht.
Wat haar dan duidelijk weer niet kon bekoren, is de kennismaking met gras. Buitenlucht vindt ze leuk, maar als ze met haar blote beentjes of voetjes in het gras terechtkomt, verdwijnt haar glimlach snel van haar gezicht en wordt er op alle manieren geprobeerd om van het gras af te komen. Het voordeel: het gras fungeert als een soort van veiligheidshek. Leg een speelmat op het gras, en we kunnen zeker zijn dat Elise niet van die mat komt (iets wat niet gezegd kan worden op eender welke andere ondergrond). Elk nadeel heeft zijn voordeel, of hoe zeggen ze dat?

Zomerpret op de trampoline

Verder is onze beestenboel thuis een beetje uitgebreid dit weekend. Er zijn 3 kippen bijgekomen. En niet zomaar kippen, maar zijdehoenders. Voor de leken onder ons: pluizige kippen waarbij de veren eigenlijk haar zijn. Resultaat: een paar superschattige pluizenbollen, die bovendien zeer tam zijn en zich gemakkelijk laten oppakken en strelen. Een ideaal huisdier dus, zeker voor kleine kindjes. Ik ben alvast grote fan! Het zwarte exemplaar heeft intussen de bijnaam Houdini gekregen, want die is er al 3 keer in geslaagd te ontsnappen. Tja, het is een half krielras, en blijkbaar hebben die dus echt niet veel plaats nodig om ergens door te geraken. Dat in combinatie met een stoer karakter (de 2 soortgenoten durfden hun hok nog niet uit, terwijl de zwarte al bij de buren zat), zorgt voor veel avonturen blijkbaar. Maar ja, zo blijft het een beetje spannend. Intussen is de kippenren omgetoverd tot een verstevigd fort. Als de kip nu nog weg geraakt, is de vrijheid haar gegund.

Fluffy chicken

En zo sluiten we deze blogpost in schoonheid af. Onder lichte dwang, want de babyfoon insinueert dat Elise niet van plan is om rustig te slapen. We shall see. Zij die hopelijk gigantisch goed gaan slapen vannacht, groeten u!

Tanden bijten, en tandjes poetsen …

Het is alweer even geleden dat ik nog eens de tijd en de energie heb gevonden om wat te bloggen. Het is dan ook al een tijd geleden dat ik nog eens een avondje het kot voor mij alleen had. Of beter: een ladies night, want de dochter is er natuurlijk ook. Maar die ligt (hopelijk tot morgenvroeg) zalig te slapen, dus voelt het toch als een avondje alleen thuis 🙂

De laatste week is enorm hectisch geweest. Grootste boosdoener en oorzaak van alle frustratie: een blessure aan mijn achillespees waardoor ik mijn belangrijkste uitlaatklep (wandelen, met of zonder dochter) tot een minimum moest beperken wegens te veel pijn. En omdat ik nog steeds revaliderende ben na de bevalling (jaja, ook al is die al bijna een jaar geleden) en ik mijn spieren nog serieus moet versterken, is dat wandelen voor mij heel belangrijk. Niet alleen om mijn hoofd leeg te maken, maar ook om te voorkomen dat mijn wervelkolom volledig gaat blokkeren. Wat dus nu wel is gebeurd, met nog wat extra hoofdpijn als resultaat. Soit, ik weet dat er ergere dingen zijn in het leven hoor, maar een mens mag al eens een beetje zagen he 🙂

Er zijn de vorige week ook heel wat slapeloze nachten geweest. Enkele nachten is ons meisje ’s nachts hysterisch huilend wakker geworden van de pijn. Wij compleet radeloos. Dit weekend alvast een afspraak bij de huisarts geboekt, zodat we zeker konden zijn dat ons meisje gezond was. Maar zondag kwam de verklaring voor het vreemde gedrag al: het eerste tandje was eindelijk voelbaar! Ik wou eigenlijk zeggen zichtbaar, maar dat is wat te optimistisch. Maar je voelt wel degelijk een scherp puntje, vanvoor bij de onderste snijtandjes. Een nieuwe mijlpaal! *glimmend van trots* En tegelijk ook een bron van opluchting, want nu was het duidelijk waarom ons meisje zo veel pijn had de vorige dagen. Sinds het tandje is doorgebroken, is de rust trouwens weer een beetje weergekeerd…

bron: dreambaby

Maar goed, tandje gekregen, en dat wil blijkbaar zeggen: onmiddellijk ook tandjes poetsen! Gemakkelijker gezegd dan gedaan: ons meisje heeft al een sterk willetje, dus mama die een tandenborstel in de mond wil steken: daar komt niets van in huis. Kaken op elkaar geklemd, en einde verhaal. Dus besloten we het anders aan te pakken (ik heb namelijk geen zin om van het tandenpoetsmoment een dagelijks drama te maken): baby ligt op het verzorgingskussen, en papa staat ervoor zijn tandjes te poetsen (of als dat al is gebeurd, doet hij alsof met een andere tandenborstel 😉 ) En jaja: Elise beschouwt dat als een signaal dat ze zelf die tandenborstel in haar mondje mag steken en wat mag sabbelen. Yes! Missie geslaagd! Oké, echt poetsen doet ze niet, en als ik probeer om de tandenpoetsbeweging wat te manipuleren houdt de pret ook op, maar toch. Ik las op de website van Kind en Gezin dat het tandenpoetsen niet perfect moet gaan, maar dat de aanwezigheid van tandpasta op zich al belangrijk is. Dus voor één keer: hoera Kind en Gezin! We doen zo maar wat verder, en die echte poetsbeweging zullen we wel rustig introduceren binnen enkele weken. Ahum. We zien wel.

 

Over slapen… of net niet

Vorige week waren we bij de huisarts. Toen zowel ik als mijn vriend aangaven dat we serieus vermoeid zijn, kregen we (kort samengevat) de nogal botte reactie dat dat nu eenmaal bij het leven met jonge kindjes hoort, en dat we eigenlijk geen reden tot klagen hebben. Bam. Tot zover de empathie. Nochtans tot hiertoe nog nooit te klagen gehad op dat vlak van de huisarts, maar nu was dat dus even anders.

Ik weet ook wel dat wij moeilijk kunnen zeggen dat we een slechte slaper hebben met ons dochtertje. Ze ligt om ten laatste 19u in bed en in theorie slaapt ze door tot 6u ’s morgens. 11u rust dus. Zou je denken.
In de praktijk bedoelen we met “doorslapen” dat ze meestal ’s nachts geen eten nodig heeft. Niet dat ze ’s nachts niet wakker wordt. Op een paar uitzonderlijke nachten na, staan we meestal elke nacht 3 à 4 keer op om even haar tutje terug te geven. Veel is er dan niet aan de hand: ze wordt gewoon schreeuwend wakker, en het teruggeven van het tutje is als een slaappil: meestal valt ze onmiddellijk terug in slaap. En als ze zelf niet terug in slaap geraakt, halen we de muziekbeer boven (van den Aldi, beste 10 euro ooit 😉 ) en lukt het op die manier meestal wel.

Maar waar ons meisje altijd (meestal) snel terug in slaap valt, is dat voor mama en papa meestal moeilijker. Want eenmaal je slaap onderbroken is, duurt het toch altijd even voor je terug in slaap geraakt. Om dan een paar uur laten opnieuw uit je slaap te worden gehaald. En nog eens. En als je pech hebt, nog eens… We wisselen dan wel af betreft het opstaan (de ene nacht sta ik op, de andere nacht mijn vriend), maar als de baby weent zijn we meestal toch allebei wakker. “Tutjeswacht” of niet.

Daarbij heeft ons meisje soms de neiging om al rond 5u ’s morgens wakker te worden. Of misschien 5u20, maar voor mij is dat hetzelfde. Zolang het geen 6u gepasseerd is, ben ik mentaal nog niet klaar om aan mijn dag te beginnen. En dan moet je weten dat ik een ochtendmens ben in vergelijking met mijn vriend. Om maar te zeggen: hoe schattig ik ons meisje ook vind, en hoe leuk het ook is om haar ’s morgens lachend te horen wakker worden, voor 6u ’s morgens is dat allemaal een pak minder schattig.

Het helpt ook niet dat het einde van de winter nadert: een lange periode van donkere dagen en een continue aanvoer van verkoudheid – en andere virussen, het doet wat met een mens….

Wat mijn punt eigenlijk is: objectief gezien halen wij misschien wel het aantal uren slaap dat iemand nodig heeft om goed te functioneren. En ik weet heus wel dat er mensen zijn die slechtere nachten hebben, om welke reden ook. Maar ik geloof niet dat dat de enige maatstaf is. Het gaat er niet om of je moe “kan” zijn in zo een situatie. Die grens ligt voor iedereen anders? En dat we moe zijn, dat staat vast. Ons ritme wordt erdoor bepaald. We staan vroeg op, maar meestal liggen we in ons bed als de klok 21u slaat. Doodop.Vind ik dat erg? Nee, het is een andere levensstijl, en ik geraak er aan gewend. Maar zou ik graag terug wat meer energie hebben? Yes please!

Ik kan u wel zeggen: waar ik vroeger soms een uur nodig had om de slaap te vatten, lukt dat nu op maximum 10min. Er zijn dus ook positieve kanten!

Over vanalles…(en niets)

“Parenting: if you’re not tired, you’re not doing it right”

Morgen is het zover: dan beginnen mijn vriend en ik aan onze zelf opgelegde uitdaging om een maand lang geen (geraffineerde) suikers te eten. Daar waar ik mij in het begin zorgen maakte dat ik serieus zou moeten afkicken (ik ben nogal een zoetebek), maak ik mij nu al heel wat minder zorgen. Een stevige buikgriep die dit weekend in ons gezin de ronde heeft gedaan, heeft er automatisch voor gezorgd dat snoep mij ook op dit moment niet zo veel zegt en mijn eetpatroon de laatste dagen veel soberder is. Die overgang is dus al gemaakt. Een geluk bij een ongeluk dus, of hoe zeggen ze dat? 🙂 Nu alleen nog kwestie van volhouden…

De laatste dagen zijn hier nogal hectisch geweest. Het afgelopen weekend waren mijn vriend en ik ziek (die befaamde buikgriep dus, een cadeautje van ons dochtertje die de week ervoor ziek was). Niet dat ik zielig wil doen (er zijn veel ergere dingen dan een buikgriep), maar we voelden ons ellendig. Tot niets in staat behalve op de zetel liggen (zelfs tv kijken was er in het begin te veel aan). Gelukkig kon ons dochtertje 2 nachten logeren bij mijn schoonouders, waar we wisten dat ze in goede handen was. Zo konden wij wat uitzieken. De schoonouders zijn trouwens intussen ook ziek geworden, net zoals mijn moeder, ons dochtertje is gul geweest met de virusjes in haar buikje!
Intussen zijn we er weer wat bovenop. Maar uitzieken zonder kindjes of met kindjes blijkt dus toch wel een groot verschil te zijn:

  • vroeger sliep ik uit als ik ziek was. Met een baby in huis is uitslapen (relatief, want mijn biologische klok is sowieso quasi perfect afgestemd op die van onze dochter, maar soit) een utopie. En uitslapen = uitzieken, dus dat herstel duurt gewoon langer dan ervoor
  • als er niemand in huis is waar je voor moet zorgen, doe je waar je zin in hebt. Ben je misselijk? Dan blijf je gewoon weg uit de keuken. Ik kan u zeggen: ik ben zeer blij dat ik pas zondag de eerste keer mijn dochtertje terug patatjes moest geven. Want zelfs dan was de geur alleen al bijna genoeg om mij terug te laten kokhalzen. Als ik dat een dag eerder had moeten doen, was het gegarandeerd fout gelopen.
  • en dan beslist de dochter om een kakapamper van jewelste te produceren, en speelt ongeveer hetzelfde scenario als hierboven zich af. Opnieuw: blij dat dit pas zondag gebeurde. Zaterdag zou het voor zowel mezelf als mijn vriend de genadeslag zijn geweest.

Pas op, ik klaag niet. Ik ben heel blij dat ons dochtertje goed is opgevangen bij mijn schoonouders. En ik was nog blijer dat we ze zondag eindelijk terug bij ons hadden. Want de stilte deed dan wel deugd in huis, maar eigenlijk vond ik het vooral té stil. Ik ruil die kleine “minpuntjes” van hierboven dus voor geen geld van de wereld in voor meer rust, ik neem ze er met relatief plezier bij. Maar ik stel wel vast dat ik, voor er een kindje was, sneller hersteld was van zoiets. Terwijl mijn spijsverteringsstelsel nu nog bezig is met te bekomen en ik er een fikse verkoudheid bij heb.

En het moment waarop ik besefte dat ik dit allemaal nooit meer zou willen missen: zondag bleek ons meisje plots in staat om zelf recht te gaan staan (en te blijven staan) met hulp van de activity walker. Gewoon, ineens. Ik zat ernaast maar was even niet aan het kijken, en een minuut later hoor ik blije kreetjes en zie ik ze stevig op de beentjes staan. Ze was apetrots. Een beetje later ging ze op haar poep zitten en begon zo wat rond te schuiven (wat ik vroeger zelf ook deed, maar zij nog nooit had gedaan). Ons meisje had dus vanalles geleerd op korte tijd. En dat mogen zien, weten dat ze het goed doet, en dat ze gelukkig is, maakt de kokhalsneigingen bij de patatjes en kakapampers meer dan goed!

Bericht van een oververmoeide mama

“Plots merkte ik dat ik mij op het werk niet meer staande kon houden. “

Het is alweer een hele tijd geleden dat er hier nog een bericht is verschenen. De reden is heel simpel: er zit een zwaar oververmoeide moeder achter deze blog.

In normale omstandigheden ben ik iemand die vrij lang over haar grenzen kan blijven gaan. De eerste weken/maanden met onze dochter waren heel zwaar en vermoeiend, maar één blik op mijn lachende kleine meid en ik vond direct weer wat reservevoorraad energie om te blijven doorgaan.
Toen begon ik terug te werken en werd die reservevoorraad al moeilijker terug te vinden. Maar het ging, omdat onze kleine meid vrij goede nachten maakte en we dus de kans hadden om een beetje te recupereren van een zware werkdag.
Maar sinds we een vijftal weken geleden zijn begonnen met vaste voeding, zijn de nachten niet meer zo rustig. Onze kleine meid heeft / had veel last van constipatie en buikpijn, omdat haar darmpjes de vaste voeding nog niet goed kunnen verwerken. Resultaat: gedurende een paar weken was 2u slaap aaneengesloten slapen zowat het hoogst haalbare. Telkens moesten we meerdere keren per nacht opstaan: ofwel gewoon het tutje geven, ofwel plots terug een nachtvoeding (wat al 3 maanden geleden was).

En ik kan u zeggen: dat vreet aan een mens. Korte nachten vind ik niet erg, daar ben ik intussen vrij goed aan gewend. En het cliché dat vermoeidheid een “way of life” wordt, daar had ik mij ook al bij neergelegd. Maar op geen enkel moment een deftige slaapcyclus kunnen doormaken is in mijn ogen nog van een andere orde. Plots merkte ik dat ik mij op het werk niet meer staande kon houden. Of dat ik ineens vaker moest toegeven aan mezelf dat ik geen energie meer had om bijvoorbeeld de was te doen of te poetsen. Ik sleepte mij door de dagen.
En intussen moesten we natuurlijk ook nog uitzoeken wat er met onze dochter scheelde: in hoeverre was het allemaal te wijten aan aanpassing aan de vaste voeding, of was er meer aan de hand? Gelukkig bleek de kinderarts vrij gerust: hoewel het nog een pittige aanpassingsperiode kan zijn van misschien nog enkele maanden, was zij hoopvol dat de nachten snel zouden beteren met de nodige medicatie (Forlax, om de stoelgang te verzachten) en eens de vaste voeding goed opgestart zou zijn (zowel fruitpap als groentepap).
En zowaar, vannacht heeft onze dochter het ons gegund om pas om 4u20 de eerste keer van zich te laten horen. Na een papje heeft ze zelfs nog doorgeslapen tot 7u30. 6u slaap achter elkaar, het was een eeuwigheid geleden. Ik voelde mij vanmorgen dan ook bijna als herboren. Uiteraard is er nog een lange weg te gaan, en mijn fysieke peil zal nog niet snel terug hetzelfde zijn, maar er is hoop. En daar doen we het allemaal voor, nietwaar? 🙂