Zo van die dagen…

Er moet mij iets van het hart, beste lezer. Ik ben normaal niet diegene die luid en duidelijk haar mening over alles verkondigt. Maar soms kan ik gewoon even niet anders dan een mijn eigen kijk geven op een discussie die mij volledig zinloos en naast de kwestie lijkt.

De afgelopen weken is er veel te doen geweest over het afschaffen van het cumuleren van de ziektedagen bij ambtenaren.
Voor zij die niet mee zijn met de discussie, hier gaat het eigenlijk om: een ambtenaar krijgt per jaar een aantal dagen “ziektekrediet”. Als de ambtenaar in kwestie ziek wordt, worden de ziektedagen van dat krediet afgetrokken. Als de ambtenaar meer ziek is dan hij ziektekrediet heeft, valt hij terug op 60% van zijn loon. Is de ambtenaar gezond en wordt het ziektekrediet niet volledig opgebruikt, worden de resterende dagen overgeheveld naar het volgende jaar. Ambtenaren die in het begin van hun carrière niet vaak ziek zijn, maar naar het einde toe bijvoorbeeld kanker krijgen en langdurig afwezig zijn, kunnen op die manier een buffer aanleggen.

Helaas zijn er natuurlijk mensen die misbruik maken van het systeem. Zo was het tot een tijd geleden voor een ambtenaar die aan het eind van zijn carrière was, bijna standaard om het ziektekrediet dat nog overbleef, op te nemen voor zijn pensioen. Gezonde ambtenaren konden op die manier soms 1 of 2 jaar eerder thuisblijven. Goede zaak? Uiteraard niet. Maar die mentaliteit is intussen er wel wat uitgegroeid. Bovendien is de medische controle intussen sterk uitgebouwd: als je je ziek meldt, krijg je bijna standaard een controlearts aan de deur die controleert of je wel degelijk arbeidsongeschikt bent. En er zijn weinig controleartsen die de diagnose “vroeger op pensioen willen” zullen aanvaarden. Dat probleem is dus opgelost.

Wat mij stoort, is het onverstoorbare cliché dat ambtenaren het op elk vlak beter hebben dan mensen in de privésector en dat profitariaat legio is binnen de ambtenarij. Oké, er zijn zeker nog van die cliché – ambtenaren die enkel aanwezig zijn op het werk tijdens de verplichte uren, zo weinig mogelijk uitvoeren en op het eind van de maand toch een mooi loon incasseren. Natuurlijk. Die zullen er in andere sectoren ook wel zijn. Maar niet iedereen moet over diezelfde kam geschoren worden.

En wat al helemaal niet klopt, is dat de ambtenaren het zo goed hebben qua regelingen rond ziekte (toch zeker niet de jonge generatie die de laatste jaren pas aan de slag is gegaan). Ik ben daar zelf het beste voorbeeld van.
Ik begon in september 2015 als federaal ambtenaar op mijn huidige werkplaats. Ik krijg bij mijn indiensttreding, zoals iedereen, 63 dagen ziektekrediet toegekend voor de eerste 3 jaar. Na die eerste 3 jaar zouden er elk jaar 21 dagen bijkomen.
Kort na mijn indiensttreding kreeg ik een zware griep en was ik 3 weken afwezig: 15 dagen ziektekrediet weg.
Daarna werd ik zwanger. Een zwangerschap die niet vlekkeloos verliep. Hevige ochtendmisselijkheid kosten mij 4 weken afwezigheid (20 dagen foetsie), en bekkeninstabiliteit zorgde er nog eens voor dat ik 8 weken in plaats van 6 weken op voorhand moest stoppen met werken (weer 10 dagen weg). Dat zijn dus al 45 dagen die ik van mijn ziektekrediet had opgebruikt. Dat wil zeggen dat er daarnaast nog 18 overbleven om alle andere kwaaltjes op te vangen in de loop van 3 jaar (en ik kan u zeggen, met een baby in huis en alle ziektekiemen die erbij horen, gaat dat vlot). Resultaat: mijn ziektekrediet is opgebruikt. Elke dag dat ik nu nog ziek ben, zal ik aan 60% van mijn loon betaald worden.

Begrijp mij niet verkeerd: ik klaag hier niet over het feit dat mijn ziektekrediet op is. Het is wat het is, en het is nu eenmaal geen optie om met 39° koorts te gaan werken, dus leggen we ons er bij neer. Maar laat ons eerlijk zijn: als ik nu met een contract in de privésector had gewerkt, had ik financieel er beter voor gestaan met mijn ziekte. Ik zou dan nog geen enkele dag “op ziekenkas” hebben gestaan. Ambtenaren bevoordeeld? Ik dacht het dus niet.

Uiteraard zijn er aan het ambtenarenstatuut andere voordelen verbonden die je in de privésector niet vindt: ik prijs mij gelukkig dat mijn moederschapsrust aan 100% werd betaald, en ik ben mij bewust van het feit dat een stabiele werkomgeving met relatieve werkzekerheid een luxe is. Het is dus zeker niet aan de ambtenaren om in de slachtofferrol te kruipen. Maar die discussie rond het ziektekrediet is naast de kwestie. Laat de gezonde ambtenaar die jaren aan stuk aanwezig is zonder ziek te zijn, toch een beetje extra beschermd zijn tegen een langdurige ziekte op het eind van de carrière. Zorg gewoon dat de medische controles nog beter op punt staan, zodat kan nagegaan worden dat niemand onterecht thuisblijft. Maar om nu gewoon door het profitariaat van in het verleden het hele systeem weg te kieperen, dat gaat wat te ver. Een beetje gezond verstand?

Hé, het is (niet) ok…

Man man, wat een week was me dat weer… De energiereserves die opnieuw (althans gedeeltelijk) waren aangevuld na bijna 2 weken verlof, zijn alweer helemaal opgebruikt… Donderdag, toen mijn vriend en ik bijna klaar waren om naar het werk te vertrekken, bleek ons meisje een serieuze buikgriep te hebben. Heel de dag braken, dokters bellen om raad te vragen en voorzorgen te nemen tegen uitdroging, een hangerige baby die enkel bij mama wou zijn… Gelukkig konden we allebei thuis blijven van het werk, want zo een buikgriep bij je kind is niet alleen emotioneel lastig/vervelend, maar stelt ook een hoop praktische problemen (zo veel was verzamel je normaal nooit op 1 dag tijd). En dan is het wel fijn als je die last kan delen.

Soit, een paar dagen uitzieken was de boodschap. Vandaag, dag 4, heeft ons meisje eindelijk terug wat vaste voeding gegeten, en beter nog: ze had er smaak van. Dus dat komt goed. Maar het kruipt in je kleren.

Ik weet het, het hoort er bij. Dat zegt iedereen toch altijd. En natuurlijk is dat ook wel waar: die kleine prutsjes kunnen er ook niet aan doen dat ze nog geen weerstand hebben tegen alle beestjes die rondzwerven in de omgeving. Het is niet hun schuld dat ze de ene infectie aan de andere weten te breien. En dat de periodes zonder infectie dan meestal het moment zijn dat er weer een tandje doorbreekt. Waardoor de nachten weer slechter gaan. Dat is allemaal normaal, en er is weinig aan te doen. Maar dat wil niet zeggen dat het niet verdomd lastig is soms. Dus, hoewel “het hoort erbij” vaak wordt gebruikt als andere verwoording voor “stop met erover te zagen”, is er toch in mijn ogen een wereld van verschil….

Ik kan er niet omheen: eigenlijk vraagt de combinatie van werk (zeker in een leidinggevende functie), gezin, en dan ook nog eens voor mijn eigen gezondheid zorgen, meer dan 100% van mijn kunnen. Ik doe mijn job graag, ik ben graag mama, en ik doe mijn best om tussen dat alles door ook nog eens aan mijn eigen gezondheid te werken (die oefeningen van de kinesist, ik doe écht mijn best om er elke dag werk van te maken…). En op goede dagen kom ik daar ook mee rond. Dan is thuis alles min of meer op orde, ben ik op mijn werk mee met alles, en doe ik effectief die oefeningen waarover de kinesist altijd (terecht) zegt dat ze zo belangrijk zijn. En dan lukt dat zonder al te veel problemen. Laat ons zeggen dat ik dan 90% van mijn energie gebruik, maximaal.
Het enige probleem: de dagen waarop alles vlot loopt, zijn zeldzaam. Want altijd is er wel ofwel een nieuw project op het werk dat veel aandacht opeist, ofwel een probleem met de dochter (tandjes, slechte dromen, ziek zijn, you name it…), ofwel speelt mijn eigen gezondheid mij parten (meestal het gevolg van een periode waarin 1 van de vorige 2 zaken overheerste). En dan kan ik niet anders dan vaststellen dat dat elke keer meer van mijn energiereserves wegvreet. Dat ik met 100% van mijn energie niet toekom, en dus in die reserves moet gaan putten. Maar wat als die reserves ook stilaan op geraken?

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben niet ongelukkig ofzo. Ik zie mijn dochter doodgraag, en zou voor geen geld van de wereld willen ruilen met hoe het daarvoor was. Ik weet dat slapeloze nachten erbij horen als je een klein kind hebt, en ik neem die er ook bij (we hebben niet echt een keuze). En als ze zo ziek is en alleen bij mama wil zijn, vloek ik soms, maar langs de andere kant smelt ik als ik merk dat ze helemaal overstuur is in haar bed, maar dat ze binnen de 5 minuten in slaap valt als ze bij mij in het logeerbed ligt. Ik had nooit durven denken dat ik voor één persoon zoveel zou kunnen betekenen. Zalig vind ik dat. Maar langs de andere kant: de dochter slaapt dan misschien wel goed zo bij mama in het logeerbed, ik doe zelf geen oog dicht. Elke zuchtje, kreuntje, elke draai, ik heb het allemaal gehoord en ben direct in “hypervigilantie”modus. Te waakzaam dus. Dat heb ik niet in de hand. En dus ben ik stiekem ook wel doodblij dat ons meisje, nu ze beter is, vanavond bij de schoonouders gaan logeren is. Want mama en papa hebben ook wat rust nodig. Kwestie van morgen even een dagje aan 80% te kunnen leven, of 85% misschien. En dan hebben we toch weer even een beetje opgebouwd. En dan kan ik tenminste nog eens bij de kinesist zeggen dat ik echt wel die oefeningen heb gedaan. We blijven proberen. En dat is oké zo. Iemand nog een koffietje?

De dochter was uitgeput na al dat ziek zijn. Ik voel met haar mee 🙂

Brr…. over ondertemperatuur bij kindjes

Het is niet mijn bedoeling om hier een moraliserend stukje te schrijven, en ik wil zeker niet pretenderen dat ik een expert ben… Maar ik wil gewoon iets vertellen over een verschijnsel dat mijns inziens nog vaak onderschat wordt: ondertemperatuur bij baby’s en kleine kindjes.

Wat is ondertemperatuur? Wel, de naam zegt het eigenlijk al zelf. Je kind heeft dan gewoon een te lage lichaamstemperatuur (lager dan 36°C). Bij kleine kindjes kan dit gewoon te verklaren zijn doordat ze, zeker in de winter, wat te koud aangekleed zijn (kleine baby’s hebben vaak moeite om hun temperatuur juist te kunnen regelen). Het kan echter ook een teken zijn van een (zware) infectie. Soms reageren baby’s en kleine kinderen niet zoals gewoonlijk op een infectie (met koorts dus), maar krijgen ze te maken met zo een daling van de temperatuur (soms gevolgd door een koortspiek). Heel veel valt daar verder niet over te zeggen. Het enige dat je op zo een moment kan doen is je baby extra warm induffelen (lichaamswarmte helpt nog het best, knuffelen dus! ;-)) en het gedrag en de temperatuur goed in de gaten houden. Geeft de baby een zieke indruk? Reageert hij/zij anders dan normaal? Is er iets waarvan je moederinstinctalarmbellen beginnen af te gaan? Bel dan de dokter en laat het zo snel mogelijk nakijken. Denk niet “de baby heeft geen koorts, dus zal hij/zij niet erg ziek zijn”. Ga gewoon op je gevoel af.

Elise heeft vaak te maken met bovenstaand scenario. Ze maakt wel gewoon koorts als ze ziek is, maar vaak (eigenlijk altijd) wordt dit gevolgd door enkele dagen waarop ze haar temperatuur niet goed kan houden. Recent nog had ze het ook voorafgaand aan de koorts: haar temperatuur zakte tot 35°C, ze was aan het rillen en aan het klappertanden. Na veel induffelen en knuffelen is ze bij mij in slaap gevallen, om een kleine 2u later plots 39,5°C te hebben en helemaal knock out te zijn. Toch niet zo onschuldig dus. Na haar koortspiek kreeg ze haar temperatuur gedurende een tweetal dagen niet zelf op peil. We hebben haar in de huidige warmte in een winterpyama met een lange body te slapen gelegd onder 2 dekens. Pas dan was ze op temperatuur en kon ze rustig slapen. Na 2 dagen van extra kledinglaagjes was ze terug in orde.

Het punt van mijn verhaal? Let er voor op. Dat is alles. Die thermometer geeft niet de enige waarheid aan of is niet de enige parameter, ga op je gevoel af. En ook nog het volgende:
Neen, de baby was niet gewoon “te koud aangekleed” (als het binnen 24°C is, is dat nogal moeilijk).
Ja, die temperatuur was wel echt zo laag (ik kan intussen correct met een thermometer werken, en heb het 2x gecheckt….).
Sommige lichaampjes werken nu blijkbaar net iets anders dan volgens het boekje. Het zij zo.

🙂

 

Klaaguurtje

Even een kleine update. Eerlijk gezegd: gewoon een update om een beetje te zagen en te klagen. Meer zit er deze keer niet achter.

Want wat een ontspannend weekendje moest worden, is uiteindelijk helemaal anders uitgedraaid. We hadden eindelijk eens niets op het programma staan. En dus was het het uitgelezen moment om eens een beetje rust in te bouwen en wat qualitytime met ons gezinnetje door te brengen. En om thuis eindelijk eens wat te kuisen. En om eindelijk eens een proefbaksel te doen voor de verjaardagstaart van ons klein meisje binnenkort. Enfin, je snapt het wel: veel ambitieuze plannen. Maar daar is dus niets van in huis gekomen.

Zelf had ik al enkele dagen wat keelpijn en begon sinds vrijdag een irritante hoest de kop op te steken. Maar niks ergs, denk je dan. Zaterdagmorgen voelde ik mij al iets pessimistischer. En tot overmaat van ramp, bleek Elise ook nog eens een fikse buikgriep te hebben. Haar papje van zaterdagochtend (of beter: de 20ml die ze ervan wou opdrinken) is er integraal terug uitgekomen. En we bleken de hele dag met een slappe, zwijmelende baby te zitten die gelukkig vooral veel bleek te slapen. Eten heeft ze amper gedaan die dag, en drinken was net genoeg om een beetje op de been te blijven. Maar: voor 1 keer werd er tenminste s nachts eens goed geslapen. Dat was het pluspunt. Vanmorgen bleek de baby al veel vrolijker, ik zelf iets minder. Keelpijn, hoesten, duizelig…. En dan blijkt het geen ideale genees-omgeving om ook nog eens een baby in huis te hebben die al terug alles wil doen, maar nog niet alles terug kan…Het zal jullie dus niet verbazen dat er van al onze ambitieuze plannen juist niets is gebeurd dit weekend. Oké, ik geef toe, het was een groot voordeel dat mijn vriend ook thuis was en ik dus toch even een warm badje heb kunnen pakken vanmiddag. Het was dus niet allemaal kommer en kwel. Maar dat blijkt nu eenmaal niet voldoende om er terug helemaal bovenop te geraken. Dus ja, beste lezer, ik besluit voor heel even van deze blog mijn klaaghoekje te maken. Met uiteraard het goede voornemen om morgen (na hopelijk een miraculeuze genezing) terug wat optimistischer te zijn. Beloofd. Maar nu even niet. Nu gaat deze vermoeide zieke mama vroeg haar bedje in kruipen en hopen op een rustige, en vooral genezende nacht. En dan zal dat voornemen morgen misschien wel lukken 🙂

Elk nadeel heeft zijn voordeel (of zoiets)

Man man, wat een week is dat weeral geweest… Een paar drukke opleidingsdagen, gevolgd door een pak stress op het werk, om af te ronden met een virale darminfectie en dus heel het weekend uitgeteld op de zetel liggen, gevolgd door nu nog 2 dagen verplicht uitzieken. Het enige voordeel? Dat ik nu rustig even tijd heb om nog wat te bloggen 🙂

Want ondertussen is het ook al 19 maart, wat wil zeggen dat we al dag 19 zijn van onze dagen zonder suiker. Ik moet eerlijk toegeven dat ik een paar keer gefaald heb. Maar (ik moet mezelf toch een beetje goedpraten), niet zonder in mijn ogen goede reden:
– vorige week donderdag ben ik gaan muurklimmen. En dan komt een klontje druivensuiker zo halverwege toch echt wel van pas
– afgelopen weekend lag ik dus plat met mijn darminfectie. En dan was thee met suiker (veel suiker) en een blikje cola zowat het enige dat ik binnenkreeg en mij toch nog een beetje op de been hield

Al bij al vind ik dus dat we de uitdaging goed volhouden. Het kost mij ook steeds minder moeite om van suikerrijke zaken af te blijven. Blijkt dat het dus toch echt klopt, dat dat allemaal een groot deel kwestie van gewoonte is. Nog 11 dagen te gaan, maar ik ben vastberaden om ook daarna niet onmiddellijk terug volop in de suiker te vliegen.
Ook qua gewicht (mijn gevecht tegen die zwangerschapskilo’s, remember) is het een goede zaak, al durf ik dat niet volledig aan het mijden van de suikers te wijten. 2x op 3 weken tijd een serieuze (maag-)darminfectie, dat heeft ook zo zijn gevolgen. Dit weekend kreeg ik amper iets binnen. Bijkomen doe je dan uiteraard niet, integendeel.
En laat ons duidelijk zijn: mijn doel van deze actie is niet zozeer om gewicht te verliezen (al ga ik niet ontkennen dat ik dat mooi meegenomen vind), maar vooral om wat meer energie te hebben en wat gezonder te leven.

Zoals ik eerder ook al heb aangehaald, heb ik dit weekend trouwens nog maar eens gemerkt hoe anders ziek zijn is als mama dan zonder kinderen. Mijn partner heeft zich dan wel ontpopt tot de ideale huisman dit weekend (op geen enkel ander weekend was er op zondagavond zoveel werk verzet), maar echt onbezorgd uitzieken kan je toch niet. Er moesten namelijk boodschappen gedaan worden, kleren gewassen, … en ik was niet in staat om alleen bij ons meisje te blijven. Ik kon amper op mijn benen staan, laat staan met een dochter van 10kg op de arm rondlopen.
Schuldgevoel? Check!
Gelukkig kon ons meisje even een paar uurtjes bij mijn ouders terecht, zodat ik even kon uitzieken en mijn vriend bijvoorbeeld rustig naar de winkel kon. En gisterenavond kon ik alweer even bij mijn meisje op de speelmat zitten en haar ’s avonds rustig een papje geven. En zo was mijn “ik ben de slechtste mama ter wereld want ik kan niet voor mijn dochter zorgen”-bui ook weer voorbij. Het was een fase, of hoe zeggen ze dat?

Ons meisje, sinds gisteren 10 maanden jong, begint meer en meer echte karaktertrekjes te vertonen.
In de crèche is ze superbraaf, maar als ze honger heeft en een ander kindje eten krijgt voor haar, is het kot te klein (dat heeft ze van de mama, blijkbaar…)
Als ze haar fles beu is, neemt ze zelf haar tut en steekt die in de plaats in de mond. Maar denk je dan dat ze de fles niet meer in haar buurt wil, blijkt dat ook fout te zijn. Wegnemen van de fles staat gelijk aan groot alarm. Remedie: fles geven om nog wat mee te spelen, en tot mijn verbazing blijkt die dan 5min later vaak leeggetutterd te zijn terwijl ze op het verzorgingskussen wordt omgekleed. Ik zou zoiets niet praktisch vinden (je moet eens proberen een fles leeg te drinken terwijl iemand je een andere broek aandoet), maar als de baby er gelukkig mee is, zullen we dat maar aanvaarden zeker?
De fase van “verlatingsangst” begint ook zo stilaan door te breken. Vorige week hebben we ze de eerste keer wenend moeten achterlaten in de crèche. Groot alarm, ze wou mij absoluut niet loslaten. Mijn moederhart brak in duizend stukjes, en ook van dat van mijn vriend (die er bij stond bij het hele gebeuren) bleef duidelijk niet veel over. Gelukkig zagen we ze enkele minuten later alweer vrolijk op de grond zitten toen we de auto hadden gedraaid en terug voorbij reden. Het klopt dus toch, als ze zeggen dat het geween stopt zodra mama / papa uit het zicht is. Oef. Terug een klein stukje van het moederhart geheeld :-). Volgende ochtend was er ook weer geen vuiltje aan de lucht toen we ze gingen afzetten. Dus dat moederhart, dat komt wel weer in orde.
’s Avonds in slaap vallen begint af en toe ook met het nodige drama gepaard te gaan. Gisteren was ze bijvoorbeeld zichtbaar doodmoe, maar wou ze niet slapen. Ze vond het een beter idee om te beginnen kruipen in haar bed, om dan nadien te beginnen wenen omdat ze niet meer kon gaan liggen (of course). Toen ik haar terug had ondergestopt zag ze er zeer rustig uit, tot ik de deur van de kamer dichttrok. Opnieuw groot alarm. Vanaf het moment dat ik 1 voet binnenzette, was ze terug kalm. We hebben dan maar geconcludeerd om ze even te laten doen (kwestie van het spelletje niet aan te moedigen), en hebben haar laten zagen. Een kwartier heeft het geduurd. Je hoorde aan haar schreeuw dat er niet echt iets mis was, maar dat ze gezelschap miste. We hebben allebei van ons hart een steen moeten maken, maar na dat kwartier is ze rustig in slaap gevallen. Dat hebben we dus ook weeral geleerd…

Ik ben nu al benieuwd naar wat het volgende lesje gaat zijn dat ons meisje ons gaat leren 😉

Over vanalles…(en niets)

“Parenting: if you’re not tired, you’re not doing it right”

Morgen is het zover: dan beginnen mijn vriend en ik aan onze zelf opgelegde uitdaging om een maand lang geen (geraffineerde) suikers te eten. Daar waar ik mij in het begin zorgen maakte dat ik serieus zou moeten afkicken (ik ben nogal een zoetebek), maak ik mij nu al heel wat minder zorgen. Een stevige buikgriep die dit weekend in ons gezin de ronde heeft gedaan, heeft er automatisch voor gezorgd dat snoep mij ook op dit moment niet zo veel zegt en mijn eetpatroon de laatste dagen veel soberder is. Die overgang is dus al gemaakt. Een geluk bij een ongeluk dus, of hoe zeggen ze dat? 🙂 Nu alleen nog kwestie van volhouden…

De laatste dagen zijn hier nogal hectisch geweest. Het afgelopen weekend waren mijn vriend en ik ziek (die befaamde buikgriep dus, een cadeautje van ons dochtertje die de week ervoor ziek was). Niet dat ik zielig wil doen (er zijn veel ergere dingen dan een buikgriep), maar we voelden ons ellendig. Tot niets in staat behalve op de zetel liggen (zelfs tv kijken was er in het begin te veel aan). Gelukkig kon ons dochtertje 2 nachten logeren bij mijn schoonouders, waar we wisten dat ze in goede handen was. Zo konden wij wat uitzieken. De schoonouders zijn trouwens intussen ook ziek geworden, net zoals mijn moeder, ons dochtertje is gul geweest met de virusjes in haar buikje!
Intussen zijn we er weer wat bovenop. Maar uitzieken zonder kindjes of met kindjes blijkt dus toch wel een groot verschil te zijn:

  • vroeger sliep ik uit als ik ziek was. Met een baby in huis is uitslapen (relatief, want mijn biologische klok is sowieso quasi perfect afgestemd op die van onze dochter, maar soit) een utopie. En uitslapen = uitzieken, dus dat herstel duurt gewoon langer dan ervoor
  • als er niemand in huis is waar je voor moet zorgen, doe je waar je zin in hebt. Ben je misselijk? Dan blijf je gewoon weg uit de keuken. Ik kan u zeggen: ik ben zeer blij dat ik pas zondag de eerste keer mijn dochtertje terug patatjes moest geven. Want zelfs dan was de geur alleen al bijna genoeg om mij terug te laten kokhalzen. Als ik dat een dag eerder had moeten doen, was het gegarandeerd fout gelopen.
  • en dan beslist de dochter om een kakapamper van jewelste te produceren, en speelt ongeveer hetzelfde scenario als hierboven zich af. Opnieuw: blij dat dit pas zondag gebeurde. Zaterdag zou het voor zowel mezelf als mijn vriend de genadeslag zijn geweest.

Pas op, ik klaag niet. Ik ben heel blij dat ons dochtertje goed is opgevangen bij mijn schoonouders. En ik was nog blijer dat we ze zondag eindelijk terug bij ons hadden. Want de stilte deed dan wel deugd in huis, maar eigenlijk vond ik het vooral té stil. Ik ruil die kleine “minpuntjes” van hierboven dus voor geen geld van de wereld in voor meer rust, ik neem ze er met relatief plezier bij. Maar ik stel wel vast dat ik, voor er een kindje was, sneller hersteld was van zoiets. Terwijl mijn spijsverteringsstelsel nu nog bezig is met te bekomen en ik er een fikse verkoudheid bij heb.

En het moment waarop ik besefte dat ik dit allemaal nooit meer zou willen missen: zondag bleek ons meisje plots in staat om zelf recht te gaan staan (en te blijven staan) met hulp van de activity walker. Gewoon, ineens. Ik zat ernaast maar was even niet aan het kijken, en een minuut later hoor ik blije kreetjes en zie ik ze stevig op de beentjes staan. Ze was apetrots. Een beetje later ging ze op haar poep zitten en begon zo wat rond te schuiven (wat ik vroeger zelf ook deed, maar zij nog nooit had gedaan). Ons meisje had dus vanalles geleerd op korte tijd. En dat mogen zien, weten dat ze het goed doet, en dat ze gelukkig is, maakt de kokhalsneigingen bij de patatjes en kakapampers meer dan goed!

Over zieke baby’s en onzekere mama’s

Afgelopen zondag was ons meisje ziek. Haar laatste papfles van de dag (het weinige dat ze er van wou drinken) kwam er, samen met nog wat andere voedingsresten, vol overtuiging terug uit. Verder was ze vrolijk, dus na het verversen van de kleren van zowel mama als baby hadden we hoop dat het nog zou meevallen. Tot we de volgende ochtend gingen kijken, en ons meisje (weliswaar lachend) terugvonden in een grote plas braaksel in en onder haar bedje. Weg was onze hoop. Haar ochtendpapje ging er dan wel vrij vlot in, mama besloot toch een dagje thuis te blijven om ons meisje wat tot rust te laten komen (en, meer praktisch, om de stroom was aan beddengoed, slaapzakken, pyjama’s,… in goede banen te leiden).
Klein detail: er is 1 ding waar ik absoluut niet tegen kan, en dat is braken. Niet bij mezelf (ik durf gerust van een braakfobie spreken), maar evenmin bij andere mensen. Zelfs als iemand op tv boven de toiletpot hangt, kijk ik weg. Om maar even de situatie duidelijk te kunnen schetsen.
Ons meisje? Die was weliswaar heel de dag wat hangerig, en had niet veel interesse in vaste voeding van eender welke soort, maar was voor de rest voorbeeldig braaf. Papjes werden rustig opgedronken, we vestigden samen een record baby-tv kijken (intussen ken ik bijna alle filmpjes) en speelden wat in de zetel. Alles goed dus, zolang mama in een straal van 1m bleef.
En ik? Ik zat voornamelijk te stressen. Zou het braken terug beginnen? Zou er iets ergs aan de hand zijn? Ze voelt precies wat warm, zou ze koorts krijgen? Wat dan? Zou ik patatjes geven? Fruit? Enkel pap? Wat als ik iets fout geef en ze daardoor zieker wordt?
Als ik het nu zo lees, denk ik “wat een overbezorgde moeder is dat”. Objectief gezien wist ik ook wel dat het allemaal niet te ernstig was. Maar dat zal het moederinstinct zijn, zeker? In ieder geval, we hebben weer wat bijgeleerd. Vandaag is ons meisje terug naar de crèche en lijkt er helemaal niks te mankeren. Dus zullen we dat zo slecht nog niet aangepakt hebben. 😉

Groeien na tijden van crisis

“na elke overwonnen crisis voel ik mij sterker als mama”

Voor mijn dochter geboren werd had ik altijd alles min of meer onder controle. Ik had alles gepland: elke week het menu volledig uitgestippeld, volledige boodschappenlijst gemaakt zodat mijn vriend maar 1x per week naar de winkel moest,… Als er iets onverwachts gebeurde, gooide ik zonder problemen de planning om en zorgde dat alles toch nog in orde was. Ik was een waar talent in organisatie en kon het hoofd koel houden.
Sinds mijn dochter er is, is dat allemaal anders. Ik plan nog steeds een weekmenu, maar de keren dat we dat moeten omgooien zijn bijna talrijker dan de keren dat alles blijft. Ik maak nog steeds een boodschappenlijst, maar vergeet dan de helft er op te zetten.
En dan wordt de kleine meid ook nog eens ziek. Ik was nooit paniekerig op dat vlak. Maar als ik de temperatuur van mijn baby meet, stijgt bij elk beetje boven de 37,5° mijn stressniveau met ongeveer 200%. Alles boven de 39° en ik voel een regelrechte paniek in mij opborrelen. Rustig blijven tegenover de dochter lukt dan wel (hoera het moederinstinct?) maar inwendig ga ik elke ziekte die ik ken af en vraag mij af of het dat kan zijn. Zoek ik zelfs op Google (ook al weet ik dat dat het slechtste is dat je in zo een situatie kan doen). Vraag ik mij alles af: een extra dekentje geven of niet? Extra papje tussendoor om het vocht op peil te houden? Proberen het normale schema te respecteren? Naar de huisarts? Of ineens naar de kinderarts? Alles wordt ineens minder duidelijk.
Maar even belangrijk: mijn gevoel volgen blijkt meestal te werken. En tot hier toe komt het ook altijd in orde. En bij elke crisis die we zo overwinnen, groeit het vertrouwen in mezelf als mama. Dat ik het misschien toch goed inschat. En dat mijn dochter daar alleen baat bij heeft. Er is hoop. En hoop, daar doen we het voor 🙂